Excelsior Films: van St. Pauli naar de Verboden Stad

‘Heylen wist op ongeëvenaarde wijze cinefiele meesterwerkjes te koppelen aan de goorste pulp.’
(Ronnie Pede n.a.v. het overlijden van Georges Heylen in ‘Film en Televisie’ 457, december 1995)

Belgische filmaffiche voor 'The Buddy Holly Story', een Excelsior Film

Belgische filmaffiche voor ‘The Buddy Holly Story’ (1978, Steve Rash), een Excelsior Film

 

Wanneer Georges Heylen op maandag 26 maart 1985 op de radio het ochtendnieuws hoort, kan hij een vreugdedans amper onderdrukken. Maar liefst 14 Academy Awards gaan naar films uit de portefeuille van Excelsior Films, de distributiefirma van de Antwerpse cinematycoon.
De feestelijkheden rond 50 jaar cinema Rex zijn nog maar pas afgesloten of Heylen mag alweer de champagne koel zetten.
In de maanden voor de Oscaruitreiking scoorde Excelsior Films zowel artistiek als aan de bioscoopkassa’s.
Films als ‘Amadeus’, ‘The Killing Fields’, ‘A Passage to India’ en ‘The Woman in Red’ zorgen voor bomvolle zalen. Aan de Rubens, Rex en Sinjoor staan ‘s avonds lange rijen aan te schuiven in de hoop een ticket te bemachtigen.
De Milos Forman-film over Wolfgang Amadeus Mozart blijft zelfs meer dan 70 weken op de affiche staan in de Antwerpse centrumzalen.

Heylen geniet van zijn triomf. Hoewel de baron-in-wording zijn rol bij Excelsior Films omschrijft als ‘raadgever bij de aankoop’, was hij het die eind jaren ’60 uit noodzaak begon met het verdelen van films. Dat Heylen voor zijn aankoopbeleid in die eerste werkingsjaren bakken kritiek kreeg, is hij nog lang niet vergeten.

Publiciteit

14 Oscars voor Excelsior Films (‘Cinema Magazine’ van april 1985, nr. 89, pagina 335)

 

Hoe het begon

De woelige sixties lopen bijna op hun einde wanneer Georges Heylen het aan de stok krijgt met de grote Amerikaanse filmdistributeurs. De baas van het Rex-concern heeft het meer dan moeilijk met de financiële voorwaarden van 20th Century Fox, United Artists e tutti quanti. Voor bepaalde succesfilms eisen ze tot 70% van de ticketprijs op. Ook het feit dat deze majors niet willen bijdragen tot lokale publiciteitskosten zit Heylen meer dan hoog.
Zowel het Rex-concern als de Amerikaanse verdelers spelen het spel hard. Voor Heylen wordt het steeds moeilijker om films te huren bij hen, terwijl het aanbod van de onafhankelijke Belgische distributeurs te ontoereikend is om de Antwerpse centrumzalen van voldoende commerciële films te voorzien.

Er zit voor Heylen niets anders op dan zelf de markt op te gaan. Hij heeft heel wat contacten in Duitsland en koopt er (zo zegt althans de legende) een ‘container met films’.
In de pers blijft Heylen geheimzinning doen over zijn nieuwe activiteit. Wanneer een medewerker van het maandblad ‘Film en Televisie’ hem in het maart-nummer van 1970 interpelleert over geruchten rond de oprichting van een eigen distributiefirma antwoordt hij dat dit ‘volkomen uit de lucht gegrepen is’.
Een paar alinea’s verder dient hij dit al te nuanceren: ‘Door de vele kontakten die wij in het buitenland hebben, zie ik enorm veel films die in normale omstandigheden niet eens België bereiken, maar ons zeer geschikt lijken voor publiek dat in Antwerpen naar de bioskoop gaat. Wij doen dan ook voorstellen om deze films toch naar Antwerpen te krijgen en die voorstellen werden tot nu toe aanvaard’.

Opvallend is dat ‘Film en Televisie’ in die periode heel wat films recenseert zonder vermelding van distributeur: “Der Arzt von St. Pauli’, ‘La Monaca di Monza’, ‘Broadway Deadly Gold’ … Stuk voor stuk films die hun Belgische carrière starten in de Antwerpse Rex-zalen.
Bij één bepaalde film (‘Ich bin ein Elefant, Madame’, Film en Televisie, nr. 152, januari 1970) wordt expliciet de naam ‘Heylen’ als distributeur vermeld.
Pas in december 1970 vinden we in het blad voor het eerst de naam ‘Excelsior’ terug bij filmrecensies van ‘Die Nackte Bovary’ (met Edwige Fenech) en ‘Sartana, Angel of Death’, een spaghetti-western met Klaus Kinski.

De nieuwe distributiefirma heeft meteen een enorme impact op het aanbod in de Antwerpse centrumzalen. In het programmablad AUB 261 (augustus 1970) worden maar liefst drie films met de jonge Duitse vedette Uschi Glas aangekondigd: ‘Hilfe, ich liebe Zwillinge!’, ‘Pepe, der Paukerschreck’ en ‘Klassenkeile’.
In de Rex (‘Antwerpens Prachtkinema’) draait op dat moment de Heintje-film ‘Einmal wird die Sonne wieder scheinen’ en wordt er al volop publiciteit gemaakt voor ‘Das Stunden-Hotel von St. Pauli’ met Curd Jürgens.

AUB

AUB – nr. 261 (augustus 1970)

AUB

AUB – nr. 261 (augustus 1970)

 

Met uitgekiende barnumreclame in huis-aan-huis bladen, kleurrijke affiches (Excelsior blijft tot diep in de jaren ’70 de traditie van de Belgische ‘affichette’ verderzetten, waarvoor dank) en promotie in eigen zalen via de ‘Antwerpse Kinema Aktualiteiten’ wordt de Antwerpenaar naar de cinema gelokt. En met succes. Een film als ‘Der Arzt von St. Pauli’ haalt 30 speelweken in de stationsbuurt.

De contacten met andere Belgische bioscoopuitbaters verlopen in het begin erg amateuristisch. In een interview dat verscheen in ‘Magie van de Cinema’ heeft Jean Zeguers (naaste medewerker van Heylen) het zelfs over ‘straatdistributie’: ‘Onze Paul Corluy ging drie keer per week naar Brussel met zijn camionette. We maakten een afspraak met de exploitanten: als je films wilt huren, kom dan die dag om 10 uur naar de Koningsstraat. Paul had een lijstje met beschikbare titels en daar werden de contracten getekend.’ (‘Magie van de Cinema’, Willy Magiels en Robbe de Hert, uitgeverij Facet, 2004, p. 69).

Later werd in een herenhuis aan de Koningsstraat 306 een officieel kantoor met visiezaal geïnstalleerd. Het merendeel van de administratie bleef echter in Antwerpen gebeuren.

In Brussel en Wallonië daarentegen krijgt Heylen zijn films amper verhuurd. Hij beseft dat andere filmmarkten moeten worden aangeboord om in België een speler van formaat te worden. Via relaties in Frankrijk lukt het al snel om Franse films aan zijn catalogus toe te voegen en niet veel later worden ook deals afgesloten met Italiaanse en Britse producenten.

Publiciteit van Excelsior Films in het Franstalige vakblad 'Ciné Presse'

Publiciteit van Excelsior Films in het Franstalige vakblad ‘Ciné Presse’ (17 januari 1976)

 

Een gouden zet doet Heylen met de aankoop van de disitributierechten van de Samuel Bronston-catalogus. Met het heruitbrengen van o.m. ‘El Cid’, ’55 Days at Peking’ en ‘Circus World’ zorgt hij ervoor dat zijn cinema Rubens (‘Het grootste scherm van België’) toch de broodnodige spektakelfilms kan brengen in een periode dat de Amerikaanse distributeurs hem boycotten.

En er was niet enkel Excelsior Films. Ook via Filimpex verdeelde Heylen films. Volgens ex-medewerker Willy Magiels was het oorspronkelijk de bedoeling om Franse films via Filimpex te verdelen, maar na een tijdje werd dit denkspoor verlaten. Bedoeling was vooral om financiële risico’s over twee aparte nv’s te spreiden.

Georges Heylen met Claude Lelouch aan de ingang van de visiezaal van Excelsior Films in Brussel

Georges Heylen met Claude Lelouch aan de ingang van de visiezaal van Excelsior Films in Brussel n.a.v. de release van ‘Toute une vie’ (januari 1975)

 

Hits & …

Eind jaren ’70 – begin jaren ’80 is een ware bloeiperiode voor Excelsior. De catalogus bestaat zowel uit commerciële serieproducten en de betere genrefilm, als meer cinefiele kost.
Het bedrijf roomt succesvol de Europese markt af: denk aan de Paul Verhoeven-films, de kaskrakers van Louis De Funès en Jean-Paul Belmondo, soft-porno uit Duitsland (‘Vanessa’, ‘The fruit is Ripe’, ‘Island of a Thousand Delights’, Heylen moet zeker een boontje hebben gehad voor Olivia Pascal), producties van EMI (de Agatha Christie-verfilmingen ‘Death on the Nile’, ‘The Mirror Crack’d’) en festivalfilms uit Italië en Duitsland.

Publiciteit in 'Cinema Magazine' van april 1979

Publiciteit in ‘Cinema Magazine’ nr. 21 van april 1979, pagina 2

 

Ook onafhankelijke Amerikaanse producenten maken kennis met Heylen. Een deal met Orion Pictures in de jaren ’80 verzekert Excelsior van films als ‘RoboCop’, ‘Desperately seeking Susan’ (Madonna), ‘No Way Out’ (Kevin Costner) en zowat alle Woody Allen-films uit dat decennium.

Excelsior is niet bepaald vies van platte actie en regelrechte sensatie: in de periode 1982-1983 distribueert Heylen de serie-producten van het beruchte Israëlitische duo Menahem Golan en Yoram Globus (Cannon Films). De grote Antwerpse schermen worden wekenlang geteisterd met ‘Hercules’ (Lou Ferringo), ’10 to Midnight’ (Charles Bronson) en een hele reeks ‘Lemon Popsicle’-films (‘Hot Bubblegum’, ‘Private Popsicle’, ‘The Last American Virgin’).

Dit alles maakt dat Excelsior Films in de jaren ’80 marktleider wordt in België. Het laat zelfs de grote Amerikaanse distributeurs ver achter zich.
De cijfers die het magazine ‘Trends’ op 29 november 1985 publiceert laten aan duidelijkheid niets te wensen over.
Van de 394 films die in 1984 werden vrijgegeven in Brussel waren er 62 die het label ‘Excelsior’ droegen (of 15,73 % van het aanbod).
In de ‘Top 10’ van de distributeurs stond Excelsior dan ook afgetekend bovenaan.

  1. Excelsior Films (62 films)
  2. CIC (52 films)
  3. Warner/Columbia (35 films)
  4. Belga (34 films)
  5. UGC (30 films)
  6. Daska (28 films)
  7. Gaumont (27 films)
  8. Ciné Vog (20 films)
  9. Fox (14 films)
  10. Metropolitan (14 films)

(CIC stond voor ‘Cinema International Corporation’ en was sinds begin jaren ’70 in Europa de distributeur voor Paramount, Universal en MGM).

In de zalen van het Rex-concern overheersen de films uit de catalogus van Excelsior.

In de zalen van het Rex-concern overheersen de films uit de catalogus van Excelsior (‘Het Nieuwsblad’ van vrijdag 17 juli 1981).

 

… Misses

Het was niet altijd rozengeur en maneschijn bij Excelsior Films. Verkeerde inschattingen, foute keuzes, het niet nakomen van eerder gemaakte afspraken, gesjoemel met facturen … Een kleine bloemlezing uit tijdschriften en boeken allerhande.

Het  mislopen van ‘Apocalypse Now’

‘Hoe het komt dat de Coppola-film door Elan wordt uitgebracht en niet door Mercury (dat al jaren pretenderde de filmrechten verworven te hebben) of door … Excelsior.
Een paar maanden voor het Cannes-festival 1979 plaats greep, ging het distributiekantoor Mercury feitelijk uit de run door de fusie met Stellor. In het kontrakt dat Coppola vier jaar voordien met Mercury had afgesloten, werd nadrukkelijk vermeld dat de overeenkomst tussen beide partijen zou vervallen, mocht Mercury ophouden met zijn distributie-aktiviteiten. Wat in 1979 gebeurde, maar waar Coppola geen weet van had. Tijdens het Festival Van Cannes, ging Excelsior, Mr. Heylen himself, de Coppola-familie op de hoogte brengen van deze feiten. Coppola zelf vond het niet leuk in een seksverhuurkantoor (Stellor is dat zo ongeveer) verzeild te zijn geraakt. Coppola wees naar de kontraktbreuk en meteen zat de Cannes-winnaar zonder Belgische distributeur. Excelsior bood zijn diensten aan, maar door het toevallige feit dat dat één van Coppola’s advokaten goede relaties had met de Amerikaanse Walt Disney-vertegenwoordiger van het Belgische Elan-verhuurkantoor, kon Excelsior g’dag zeggen tegen de ‘Gouden Palm’ en ging Elan ermee lopen.’

Uit ‘Film en Televisie’ van februari 1980 – nr. 273, pagina 5.

Uiteindelijk zou Excelsior later nog het Coppola-experiment ‘One from the heart’ (1982) en de Zoetrope-productie ‘Hammett’ (1982, Wim Wenders) distribueren, maar beide commerciële fiasco’s werden als verliespost weggeschreven.

Ruzie met producent Matthijs Van Heijningen

De Nederlandse filmproducent Matthijs Van Heijningen staat in 1977 aan het begin van zijn carrière wanneer hij met Heylen een overeenkomst afsluit voor de Belgische distributie van de film ‘Het Debuut’. Het is een film over een gevoelig onderwerp (de seksuele relatie tussen een pubermeisje en een veertigjarige man). De film krijgt van de Belgische Katholieke Filmliga het label ‘voor volwassenen – negatief’. Dit betekent ondermeer dat ‘Gazet Van Antwerpen’ (toen nog echt de ‘rechtse krant van Linkeroever’) geen publiciteit voor ‘Het Debuut’ zal toelaten.

‘Met ‘Het Debuut’ had ik ook zo’n nare ervaring. Met Excelsior Films had ik een bedrag van 10.000 gulden afgesproken: 5.000 vooraf te betalen en 5.000 bij de première. Toen bleek dat de Roomse pers de film niet lustte en dat er ook geen publiciteit mocht voor gemaakt worden. De film werd wel uitgebracht, maar Mr. Heylen kwam niet met de restrerende 5.000 gulden over de brug’.

Matthijs Van Heijningen in ‘Film en Televisie’ van december 1983 – nr. 319, pagina 28.

Van Heijningen produceert later nog succesfilms als ‘De Lift’ en ‘Ciske de Rat’, maar met Excelsior doet hij geen zaken meer.

De breuk met Thorn EMI

Patrick Duynslaegher schetst zonder namen te noemen hoe het tot een breuk komt tussen Excelsior en Thorn EMI na de Antwerpse première van ‘A Passage to India’ (David Lean, 1984).
Opportunist én kersvers filmdistributeur Jan Verheyen profiteert van de situatie.
Duynslaegher omschrijft het als ‘één van de smakelijkste anekdotes uit de annalen van de vaderlandse filmexploitatie’.

‘De timing zat perfekt toen Verheyen bij Thorn EMI binnenviel. Thorn EMI had namelijk net een einde gemaakt aan zijn werkrelatie met de vorige Belgische distributeur, nadat die een faktuur had ingediend voor de promotie van één van hun topfilms. Voor de première werden zogezegd twee olifanten uit Bali overgevlogen, terwijl de arme beesten gewoon uit het lokale circus in Deurne afkomstig waren. Dankzij deze olifantengeschiedenis had ‘Independent’ zijn eerste package deal versierd. Eén van die relatief kleine Thorn EMI produkties ‘Catholic Boys’ bracht in Vlaanderen meteen twaalf miljoen op’.

Uit ‘Knack’ van 19 oktober 1988, pagina 49.

Heylen scheurt zijn broek aan ‘Ran’

Georges Heylen doet er in de jaren ’80 alles aan om de titel van ‘Baron’ te verwerven. Politici en andere gezagsdragers worden gevleid met uitnodigingen voor avant-premières van prestigieuze films.
Met ‘Ran’ (1985) van de Japanse grootmeester Akira Kurosowa ziet hij de kans schoon om zijn blazoen nog wat verder op te poetsen. Het is de eerste film in vijf jaar van de bejaarde regisseur en critici en cinefielen kijken reikhalzend uit naar het resultaat.
Heylen wil dan ook kost wat kost de distributierechten voor België.

Toenmalig perschef Willy Magiels herinnert zich hoeveel Excelsior Films betaalde voor de film.

‘Met zijn filmdistributiefirma Excelsior betaalde hij 17 miljoen frank (425.000 euro) voor de Japanse film ‘Ran’. Dat verdien je natuurlijk nooit terug’.

Uit ‘Het paleis om de hoek’ van Frank Heirman, uitgeverij BMP, 2006, pagina 112

Heylen organiseert op 7 oktober 1985 een gala-avant première van ‘Ran’ voor le tout Anvers. Eén en ander wordt gekaderd in de 100ste verjaardag van de ‘Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten in België’ en de 50ste verjaardag van Ciné Rex. Opbrengsten van de avond gaan naar de ‘vzw Behoeftige Blinden’.
De film van bijna drie uur weet het premièrepubliek niet echt te boeien en heel wat genodigden verlaten vroegtijdig de zaal. Ook de commerciële carrière van ‘Ran’ is geen succes.
Zou het kunnen dat ‘Ran’ mee verantwoordelijk was voor de ‘fall and decline’ van het Heylen-imperium? Vanaf midden jaren ’80 begint Heylen meer en meer zalen te sluiten en ook het aanbod van Excelsior Films daalt in kwaliteit en kwantiteit.

Uitnodiging voor avant-première van 'Ran'

Uitnodiging voor avant-première van ‘Ran’ (07/10/1985)

 

De magere jaren

Naarmate de eighties vorderen krijgt Excelsior het steeds moeilijker om lucratieve contracten af te sluiten.
De verslechterende financiële toestand van het Rex-concern speelt zeker een rol, maar ook de wijzigingen op de internationale filmmarkt en de opkomst van enkele jonge wolven hebben een invloed.
Jan Verheyen en Marc Punt laten met Independent Films een frisse wind waaien door de Brusselse Koningsstraat. Net zoals MPG, Alternative Films en Concorde. Ze vissen allemaal in dezelfde vijver als Excelsior.

Zelfs Michel Apers (ja, de man die Monty en Cartoon’s oprichtte en zo ‘luis in de pels’ was voor het Rex-concern) kan het tij midden jaren ’80 niet keren wanneer hij in dienst treedt bij Georges Heylen.

‘The Last Emperor’ (1987, Bernardo Bertolucci) moet zowat de laatste prestigeproductie van Excelsior Films geweest zijn.
In november 1987 werden voor de Belgische première nog eens alle zeilen bijgezet: bezoek van acteurs en producers aan Antwerpen, persconferentie in zaal Goya, luisterrijke vertoning in de Rex met receptie achteraf … De ‘Antwerpse Kinema Aktualiteiten’ waren er uiteraard ook bij en dankzij het You Tube-kanaal van Patsofilm kunnen we een nostalgische trip maken naar een ‘Antwerpen Kinemastad’ dat krampachtig zijn grandeur in stand poogde te houden. 

 

Het einde

Begin jaren ’90 was het meer dan duidelijk dan Excelsior Films geen rol van betekenis meer speelde. Was de distributiemaatschappij enkele jaren eerder nog een echte slokop, nu moest men zich beperken tot enkele schaarse films die niet verder kwamen dan een paar speelweken in de eigen zalen. Of wie herinnert zich nog ‘Blood oath’ (1990, met Bryan Brown), ‘Don’t tell her it’s me’ (1990, met Steve Guttenberg) en ‘Spymaker, the secret life of Ian Fleming’ (1990)?
Het einde van Het Rex-concern in september 1993 betekende meteen ook het einde van Excelsior Films. De verschillende maatschappijen van Heylen waren zo nauw met elkaar verweven dat de Rechtbank van Koophandel niet anders kon dan ze zo goed als allemaal failliet te verklaren.
Een roemloos einde. Volgens cijfers van Frank Heirman verdeelde Excelsior Films/Filimpex in een periode van bijna 25 jaar zo’n 1003 films (iemand die een lijst heeft van alle films?). Een indrukwekkend aantal. Dankzij de  voorkeursbehandeling die Heylen deze films gaf in zijn eigen zalen groeiden ze dikwijls uit tot onverwachte successen. Zo werd de Village People-draak ‘Can’t Stop the Music’ enkel in Antwerpen een hit. Maar evenzeer zorgde Heylen ervoor dat zowat elke Antwerpenaar kennis maakte met het oeuvre van Wolfgang Amadeus Mozart.

Belgische filmaffiche voor 'Vanessa'

Belgische filmaffiche voor de Excelsior-film ‘Vanessa’ (1977, Hubert Frank)

 

Persoonlijke Top 10 

Om af te sluiten mijn persoonlijke Excelsior Films – Top 10: een mengeling van onvervalste meesterwerken, cinefiele hoogstandjes, nostalgie uit de kindertijd en puur commerciële pareltjes.

  • Les Fous du Stade (1972, Claude Zidi, gezien in Ciné Rubens, november 1972): Een klasgenoot van het vierde leerjaar wist met zoveel enthousiasme de grappen en grollen van Les Charlots na te vertellen dat ik deze film absoluut wou zien. Nu hopeloos gedateerd, toen goed voor een heerlijke woensdagnamiddag in de Rubens samen met mijn mama.
  • L’Aile ou la Cuisse (1976, alweer Claude Zidi, gezien in Ciné Quellin, december 1976): De comeback van Louis De Funès na enkele jaren van inactiviteit omwille van gezondheidsproblemen. De ‘symphonie’ die Vladimir Cosma componeerde voor deze film blijft een pareltje.
  • Hurra, die Schule brennt! (1969, Werner Jacobs, gezien in Ciné Tosca op de Bredabaan te Merksem waarschijnlijk in 1971): Excelsior verdeelde zowat alle films van kindsterretje Heintje. Ideaal amusement om te programmeren in de talrijke stadsrandzalen die Heylen toen nog had. Onder geen enkel beding durf ik de film opnieuw te bekijken. Het moet een mooie herinnering blijven.
  • Scanners (1981, David Cronenberg, gezien in Ciné Brabo, mei 1981): Eerste kennismaking met de Canadese grootmeester en ook eerste kennismaking met Ciné Brabo. ‘Scanners’ was de openingsfilm van dit mini-zaaltje in de kelder van het Century Center. Heylen zou Brabo bijna exclusief gebruiken voor allerhande horror.
  • The Terminator (1984, James Cameron, gezien in Ciné Metro I, februari 1985): Bulldozer Arnold Schwarzenegger in een non-stop actiefilm van James Cameron.
  • Quadrophenia (1979, Franc Roddam, gezien in Ciné Quellin, november 1979): Rivaliteit tussen Mods en Rockers in het Brighton van de vroege jaren ’60. Humo organiseerde een avant-première in de Quellin en ik was bij de gelukkigen.
  • Die Ehe der Maria Braun (1979, Rainer Werner Fassbinder, gezien in Rex Club, maart 1980): De commerciële doorbraak van Rainer Werner Fassbinder. Openingsfilm van de gezellige Rex Club, het antwoord van Heylen op het succes van Cartoon’s in de Kaasstraat.
  • Superman, the movie (1978, Richard Donner, gezien in Ciné Rubens in februari 1979): Mijn herinneringen aan deze film kwamen al aan bod in eerdere post. Waar anders dan in de Rubens (‘Het grootste scherm van België’) kon deze film worden vertoond?
  • The Elephant Man (1980, David Lynch, gezien in Ciné Odeon, december 1980): Overrompelende filmervaring in de ‘oude’ Odeon (Frankrijklei), aangrijpende film verpakt in de beste zwart-wit fotografie ooit.
  • Dawn of the dead (1978, George A. Romero, gezien in Ciné Metro, februari 1980): Tweede deel uit de Zombie-cyclus van George A. Romero. Als 16-jarige met enkele klasgenoten gezien in Ciné Metro, een zaal die toen veel weg had van een groot uitgevallen grindhouse. Een jaar later werd de Metro gerenoveerd en omgebouwd tot een duplex.

Eervolle vermeldingen voor ‘Tess’ (Roman Polanski), ‘The Kentucky Fried Movie’ en ‘An American Werewolf in London (beiden van John Landis), ‘The Deer Hunter’ (Michael Cimino), ‘Platoon’ (Oliver Stone), ‘The Commitments’ (Alan Parker), ‘They all Laughed’ (Peter Bogdanovich), ‘Southern Comfort’ (Walter Hill), ‘Sex, Lies and Videotapes’ (Steven Soderbergh) en ‘Married to the Mob’ en ‘Something Wild’ (beiden van Jonathan Demme).

Belgische filmaffiche voor 'The Deer Hunter'

Belgische filmaffiche voor ‘The Deer Hunter’ (1978, Michael Cimino)

 

Tot slot

Wie wil reageren op deze blog (correcties, aanvullingen, bedenkingen, herinneringen …) kan gebruik maken van de knop  ‘Geef een reactie’. Een mail sturen kan ook: antwerpen.kinemastad@hotmail.be
Heb je suggesties voor een volgende blogpost? Ik kijk uit naar je reactie en beloof elk voorstel in overweging te nemen.
Bij het opruimen van zolder of kelder materiaal gevonden dat bruikbaar kan zijn voor deze blog over het Antwerpse cinemaverleden? Laat mij gerust iets weten.

 

 

Advertenties

Verhaal van een monument: de Roma

Turnhoutsebaan 286, Borgerhout

Inleiding
Het zijn spannende dagen. Nog even en we weten of België voor het eerst in de geschiedenis van de Oscars het felbegeerde beeldje voor ‘Best Foreign Language Film’ zal wegkapen.
Wat de respectabele leden van de Academy of Motion Pictures Arts and Sciences niet beseffen, is dat enkele sleutelscènes van ‘The Broken Circle Breakdown’ werden opgenomen in de Roma te Borgerhout.
Wie op het einde van de vorige eeuw het verval van de ‘grootste voorstadszaal van België’ heeft meegemaakt, had wellicht nooit durven dromen dat de Roma ooit nog op dergelijke manier zou schitteren.
Niet alleen op het grote, witte doek, maar ook in het echt.

 

Ciné Roma tijdens de bloeiperiode (foto uit collectie van Cor Blancke)

Ciné Roma tijdens de bloeiperiode (foto uit collectie van Cor Blancke)

 

Geschiedenis van de Roma
De voorbije jaren is de ‘rise and fall’ van Ciné Roma al meerdere keren aan bod gekomen in de pers. We beperken ons dan ook tot enkele sleutelmomenten uit de geschiedenis van de majestueuze zaal.

  • In 1927 besluit de Borgerhoutse bouwmaatschappij Vooruitzicht een cinema te bouwen op een vrij perceel aan de Turnhoutsebaan. Boven de inkom van de zaal komen er appartementen. De bioscoop krijgt nooduitgangen aan de Appelstraat en de Prins Leopoldstraat. Met 2.000 plaatsen wordt het meteen de grootste zaal van de Antwerpse agglomeratie.
  • De naam Roma zou een acroniem zijn van Jean-Baptiste Romeo, stichter van Vooruitzicht, en diens vrouw, Ludvina Malev.
    Sommige bronnen verwijzen ook naar ‘Ben Hur’ (1925, Fred Niblo), een film voor een groot deel gesitueerd in Rome én een gigantisch succes in de bouwperiode van de Roma.
  • De zaal is lange tijd ‘the place to be’ in Borgerhout. Frank Heirman (auteur van ‘Het Paleis om de Hoek’, onmisbaar naslagwerk over het Antwerpse cinemaverleden) weet dat de Roma als multifunctionele zaal werd ontworpen. Een toneeltoren en een 5 meter diep podium maken de Roma dan ook ideaal voor proclamaties, galabals en allerhande variété.
  • In 1953 neemt Georges Heylen de cinema over van de groep ‘nv De Roma’.
 Heylen heeft op dat moment al een aantal zalen in de Antwerpse stationsbuurt (o.a. Ciné Rex) en lonkt nu ook naar bioscopen in de stadsrand.
  • Rie Haan, de ‘huisarchitect’ van het Rex-concern, tekent in 1958 plannen voor een grondige verbouwing van de zaal, maar uiteindelijk zal slechts een klein deel hiervan gerealiseerd worden. Zo wordt het plafond in de lange inkomhal verlaagd en aan de zijwanden komen verlichte vitrinekastjes.
Het is niet duidelijk of de inkrimping van het aantal beschikbare plaatsen (van 2.000 naar 1.600) in die periode gebeurde.
  • Projectionist Paul Corluy herinnert zich dat de eerste Heylen-jaren een enorm succes waren: ‘De Roma was een belangrijke zaal en bracht voor Heylen veel geld op, zoveel als de Astrid en de Savoy samen, die toch allebei op het Astridplein lagen’ (‘Cinema Roma was een droom’, reportage van Frank Heirman in Gazet Van Antwerpen, 21 augustus 1999).
  • Eind jaren ’50, begin jaren ’60 begint de crisis in de bioscoopsector. De opkomst van de televisie en de stadsvlucht spelen ook de Roma parten.
    Het publiek wil bovendien de nieuwe films zo vlug mogelijk zien. De Roma was geen ‘premièrezaal’ en op bepaalde kaskrakers was het dan ook soms maanden wachten.

 

Aanscuiven voor de film 'The Clown' (1953, Robert Z. Leonard). Foto uit collectie Cor Blancke.

Aanschuiven voor de film ‘The Clown’ (1953, Robert Z. Leonard). Foto uit collectie Cor Blancke.

 

De jaren ’70 – vechten om te overleven
Tot mijn scha en schande moet ik bekennen nooit een voet in Ciné Roma te hebben gezet.
Voor een jongen uit het noorden van Antwerpen leek de Borgerhoutse Turnhoutsebaan in de jaren ’70 wel het andere eind van de wereld. 
Verder dan Ciné Festa in de Offerandestraat ben ik nooit geraakt.
Wist ik veel dat enkele honderden meters verder nog een aantal cinema’s operationeel waren.

Er was de Victory in de Bothastraat (750 plaatsen, einde activiteiten op 6 mei 1976) en ‘keurbioscoop’ Studio Century aan de Drink (800 plaatsen, last picture show op 2 juli 1976). Het waren zalen die Heylen had verworven in de jaren ’50 en die het Rex-concern mee hadden groot gemaakt.
Lang voor Heylen (quasi-)monopolist was in de stationsbuurt heerste hij al over Borgerhout. Met de recettes die Heylen toen in zijn vier florerende Borgerhoutse zalen haalde (er was ook nog Ciné Luxor, Turnhoutsebaan 327, zaal die sloot in de jaren ’60) financierde hij wellicht een paar bioscoopovernames in het centrum van de stad.

 

Affiche met het programma van Studio Century (juni 1970)

Affiche met het programma van Studio Century (juni 1970)

 

In de jaren ’70 zorgden de stadsvlucht en de demografische wijzigingen in Borgerhout voor een flinke terugval in aantal toeschouwers. Uiteindelijk overleefde enkel de Roma de seventies.
De affiche voor ‘De legende van Bruce Lee’ (1976, Hong Kong) is een tastbaar bewijs dat de Roma het op het einde van de jaren ’70 meer dan moeilijk had.
Goedkope martial arts-films waren in het decennium van Bruce Lee vaak de laatste reddingsboei voor wijk- en dorpscinema’s.
Maar dat een zaal met meer dan 1.000 plaatsen zijn toevlucht moest nemen tot een ondertussen door iedereen vergeten Hong Kong-film van een distributeur gespecialiseerd in Z-films is veelzeggend.

 

Belgische filmaffiche voor 'De Legende van Bruce Lee'

Belgische filmaffiche voor ‘The Legend of Bruce Lee’ (1976, Ping Ling)

 

Het Rex-concern moet toen al geweten hebben dat de Roma op sterven na dood was.
Al te vaak werden Excelsior Films (de distributietak van het Rex-concern) geprogrammeerd om de kosten te drukken. En op de echte succesfilms was het soms maanden wachten. Eerst moest immers de commerciële carrière in de centrumzalen achter de rug zijn.
Dit was altijd al zo geweest en was in de gouden jaren niet echt een nadeel geweest voor de Roma. Het publiek was toen eerder gehecht aan een bepaalde zaal, pas in de jaren ’60 werd er meer en meer voor geopteerd om een bepaalde film te zien en dan liefst zo snel als mogelijk.

Niet dat het allemaal kommer en kwel was. Af en toe kregen films die eerder bij concurrent Calypso hadden gelopen nog een tweede kans in de Roma (‘Marathon Man’, ‘An Unmarried Woman’, ‘Piranha’, ‘The China Syndrome’ …).
En wanneer de film van de week een KNT-label had, was er een ‘speciaal jeugdprogramma’ op zaterdag, zondag en woensdag. Dit was dan meestal een Disney-tekenfilm.

 

Belgische filmaffiche voor de Spielberg-film '1941'

Belgische filmaffiche voor de Spielberg-film ‘1941’ (1979)

 

De Roma is ook de zaal waar de Antwerpenaar kon kennismaken met de eerste films van Rainer Werner Fassbinder. In 1973 en 1974 was de Roma (samen met Studio Century) de locatie voor ‘Film International’, het filmfestival van de Centrale Antwerpse Filmklub. Een handvol cinefielen zag er films als ‘Die bitteren Tränen der Petra von Kant’ (1972) en ‘Angst essen Seele auf’ (1974), zo’n vijf jaar voor het Duitse wonderkind ook bij het grote publiek erkenning zou vinden met zijn ‘Die Ehe der Maria Braun’.
Dat de Roma niet meteen de meest geschikte zaal was voor een cinefiel festival kunnen we afleiden uit een festivalverslag van toen. Een recensent klaagt over ‘immense en kouwelijke zalen’ (Jean-Pierre Wauters in ‘Film en Televisie’ van april 1974).
In maart 1974 maakten de Antwerpse Kinema Aktualiteiten een sfeerbeeld van het filmfestival. Op het YouTube-kanaal van Patsofilm vonden we het prachtig tijdsdocument terug.

 

 

Dat de Roma het nog volhield tot juni 1982 had wellicht te maken met de inkomsten uit optredens en variété.
Je kan een boek vullen met de namen die ooit op het podium van de Roma hebben gestaan: Roy Orbison, Cliff Richard, Olivia Newton-John, Paul McCartney, Lou Reed, James Brown …
Wie de programmatie van de late jaren ‘70 bekijkt, kan niet anders dan vaststellen dat de zaal toen al een ‘volksschouwburg’ was.
Alles was mogelijk in de Roma. Van de hardrock van Japan en AC/DC en de punk van Iggy Pop en The Stranglers over de humor van Gaston en Leo en Sjef Van Oekel tot ‘de verkiezing van de mooiste bodybuilder van België’ en een ‘Elvis Memorial Day’.
Maar ook de ‘Balletten van Tahiti’ en ‘Ein Abend in Wien’ konden op heel wat belangstelling rekenen.

Uiteindelijk verloor Heylen alle interesse in de Roma. In de vroege jaren ’80 ging veel geld naar de uitbreiding van het zalenpark in het stadscentrum. Er werd resoluut gekozen voor kleine zaaltjes waar hoop en al honderd zitjes waren (de Ambassades-clubs, de twee zaaltjes in de kelder van de Quellin). Voor een opfrissing van de Roma was er geen budget.

De Roma sloot zijn deuren op 4 juni 1982. Met vertoningen van ‘Enter the Ninja’ (1981, Menahem Golan) en ‘The Black Pirate’ (1976, Sergio Sollima) beleeft de Roma een einde in absolute mineur. Borgerhout bleef een beetje verweesd achter.

Monument in verval
Augustus 1999. De grote vakantie loopt op zijn einde.
De Zomer van Antwerpen organiseert samen met het Antwerpse Filmmuseum een filmfestivalletje met oude 3D-films. Locatie: de sinds 1982 gesloten Ciné Roma.

In de Fnac koop ik een ticket voor de vertoning van ‘Dial M for Murder’ (1954).
De vertoning in de Roma is een unieke kans om deze Hitchcock-klassieker in 3D te zien. De Master of Suspense draaide de film toen Hollywood in de greep was van een eerste 3D-hype (met films als ‘House of Wax’ en ‘Creature from the Black Lagoon’).
Toen ‘Dial M for Murder’ uiteindelijk klaar was voor release had men het al gehad met de ongemakkelijke brilletjes en de film werd uitgebracht in het klassieke formaat.

De verwachtingen waren dus hooggespannen op die zwoele augustusavond. Enerzijds omwille van de film, anderzijds (én vooral) omwille van de kennismaking met de Roma.
De hoofdingang op de Turnhoutsebaan is niet bruikbaar. Over de ganse breedte van het pand is er een automaat voor kruidenierswaren. Dan maar binnen via de nooduitgang in de Prins Leopoldstraat. Vandaar gaat het naar het balkon waar we kunnen plaatsnemen op de pluchen cinemazetels van weleer. Wie naar beneden durft te kijken, ziet hoe erg het met de zaal is gesteld. Alle stoelen zijn uitgebroken. In de plaats kwam een stort van steenpuin, rommel en afval. Paul Corluy  spreekt over een ‘tweede Hiroshima’ en vraagt zich af ‘waarom er geen geld is voor de Roma’.

Na de vertoning fiets ik met opkomende hoofdpijn terug naar huis. Die hoofdpijn wijt ik niet alleen aan de 3D-bril. Het heeft eerder te maken met de verpletterende indruk die de Roma heeft nagelaten. Het besef dat de zaal een langzame dood aan het sterven is, maakt me weemoedig en triest.

Gelukkig dat een zekere Paul Schyvens ook een ticket had voor één van de 3D-vertoningen.

 

Artikel uit Gazet Van Antwerpen van donderdag 26 augustus 1999

Artikel uit Gazet Van Antwerpen van donderdag 26 augustus 1999

 

Heropbouw van de Roma
Na de roemloze sluiting in 1982 gebruikte een technische school de zaal lange tijd als atelierruimte. Toen daar een einde aan kwam, zette het verval zich in sneltreinvaart verder.
Wie zich een idee wil vormen van de desastreuze toestand van de Roma in de jaren ’90 vindt op de website van Serge Bosschaerts een foto die boekdelen spreekt: http://users.telenet.be/rudolf.bosschaerts/Roma1e.html

Op zeldzame momenten komt het monument weer tot leven. Een toneelvoorstelling van de groep ‘Blauw Vier’ en het 3D-filmfestival doen Rataplan-oprichter Paul Schyvens dromen van meer.

Schyvens durft uiteindelijk te springen en besluit in 2002 de Roma te huren. Zwartkijkers geloven niet in het project, maar met de hulp van honderden vrijwilligers, enkele gulle sponsors en wat subsidies hier en daar verrijst de Roma uiteindelijk uit zijn as. Op 15 mei 2003 mag elke bezoeker van het openingsfeest zelf een stukje van het rode lint doorknippen.

Ondertussen is de Roma al meer dan tien jaar weer ‘een echte volksschouwburg waar iedereen tegen een sociale prijs kan genieten van cultuur en vermaak’ (website www.deroma.be ).

De mooiste ode aan de Roma
De mooiste ode aan Ciné Roma is afkomstig van ex-VRT-journalist Guy Poppe.
Als kind van de Seefhoek groeide hij op tussen de nog welig tierende wijkcinema’s. Maar ‘naar de cinema gaan in de Roma, dat was feest’. Hij sprak de woorden uit in 2007 toen de Roma de Arkprijs voor het Vrije Woord kreeg.
Dankzij de wonderen van het wereldwijde web kan je de tekst van Guy Poppe terugvinden in het boekje dat werd uitgegeven naar aanleiding van die prijsuitreiking: http://dl.dropboxusercontent.com/u/69109867/Ark/Arkboekje%202007.pdf
Toch willen we je een kleine passage hier al meegeven, omdat het een erg mooie illustratie is van filmbeleving in de jaren ’50.

‘De Roma was van ons. Daar gingen we op zondagmiddag naar de cinema, naar ‘Bambi’ kijken, naar ‘Caruso’, met Mario Lanza, de films van Doris Day en Jerry Lewis, Charles Janssens en Co Flower, ‘Ben Hur’ en ‘De Tien Geboden’. Mijn oudere broer ja, die ging op zaterdagavond in ’t stad een filmpje meepikken, maar tegen mij zei mijn moeder: ‘Wacht maar tot hij in de Roma komt’. Daarop kon je je klok gelijk zetten. De affiche op de voorgevel gaf aan welke kaskraker er deze week te zien was, één week en dan gedaan. In de hal hingen de affiches van de prenten die er volgende week te zien zouden zijn en welke kortelings. Dat was Roma-Nederlands voor over veertien dagen. Binnen, achter de glazen toegangsdeuren, in de tweede hal, hing er nog een affiche, naast het bordje verwacht. Die film programmeerde de Roma drié weken later. Het klopte altijd’.

Maar ook VRT-producer Rik Sallaerts heeft warme herinneringen aan de Roma:

‘Wat een grote belevenis was het om ergens hoog op het grote balkon – de goedkoopste plaats – toch nog de zware fluwelen gordijnen te horen ruisen bij aanvang van de vertoning, bij het begin en einde van de reclame, bij de Antwerpse Kinema Aktualiteiten, bij de eerste (korte) film, bij de tweede film … Een ruisen dat oploste in het piepen van mandjes vol ijs en chocoladebonbons die overijverige ouvreuses allang voor de pauze tot ons aller jolijt aanvoerden. En wat te zeggen van de grote bar met spiegelwand, waar een frisdrank uit zo’n enorme ronde coca-cola-box werd opgediept. De Roma bezoeken was toen écht een avondje uit, een spektakel’ (Antwerpen in  de 20e eeuw, De Cinema, 1998, Uitgeverij Waanders).

Wie zich verder wil verdiepen in de geschiedenis van de Roma verwijzen we naar de handige en goed gedocumenteerde brochure ‘Cinema Roma, over de Roma en het Rex-concern van Georges Heylen’. Dit kleinood werd in 2003 uitgegeven naar aanleiding van de prachtige tentoonstelling ‘Hollywood aan de Schelde’ (zomer 2003 in de Roma) en is nog steeds verkrijgbaar aan de balie van de zaal.
Uiteraard vind je ook veel informatie in ‘Het Paleis om de Hoek’ (Frank Heirman, uitgeverij BMP, 2006).

Tot besluit wens ik uitdrukkelijk Paul Schyvens en Rob Gielen van de Roma te bedanken voor het bezorgen van enkele foto’s uit het rijke verleden van de Roma.

 

 

Antwerpse Cine(ra)ma in 1963

L’embarras du choix

 

Volksgazet

‘Volksgazet’ – maandag 25 november 1963 – pagina 23

 

Tijdens de donkerste dagen van het jaar brengt de homo nostalgicus wat meer tijd dan gewoonlijk door op een zolder volgestouwd met oude kranten en tijdschriften, filmaffiches uit vervlogen tijden en programmablaadjes van verdwenen (en dikwijls al vergeten) cinema’s.
Tussen al dat vergeeld en broos papier vond ik zowaar een ‘Volksgazet’ gedateerd maandag 25 november 1963 (24 bladzijden voor 2,5 Belgische franken).
Iets meer dan een halve eeuw oud dus die krant, gedrukt enkele dagen na de moord op president Kennedy. Heel wat aandacht uiteraard voor de gebeurtenissen in Dallas en Washington. Daarnaast ook het gebruikelijke sportnieuws op maandag (Antwerp – Beerschot 1-1, doelpunten van Willems voor Beerschot en Eddy Wauters voor Antwerp!) en heel wat ‘botsingen’ (weekendongevallen zijn blijkbaar van alle tijden).
In de rubriek ‘Waarheen vandaag?’ staat de Antwerpse filmprogrammatie centraal. De scan van die rubriek is terug te vinden bovenaan deze blogpost.
Wie één en ander wat meer in detail wil bestuderen, klikt op de afbeelding.

The bigger, the better
‘Lawrence of Arabia’ en ‘The Birds’ waren eind november 1963 nog maar net van de affiche verdwenen of daar kondigden zich al een nieuwe reeks grote publieksfilms aan.
Het Hollywood-mantra ‘the bigger, the better’ was meer dan ooit van toepassing. Met historisch spektakel in de overtreffende trap trachtte men de massa terug naar de bioscoop te lokken.
‘The Great Escape’ draait voor een derde week in Ciné Rex (‘Antwerpens Prachtkinema’), in de Rubens vergaapt men zich aan Elizabeth Taylor als ‘Cleopatra’ en de Empire in de Appelmansstraat vertoont in Super Technirama het historisch epos ’55 Days at Peking’.
Wat een weelde!

 

Weekblad Cinema

‘Weekblad Cinema’ van 12 oktober 1963

 

Het waren andere tijden
Door de moordende concurrentie van de grotere zalen én de opkomst van de televisie beginnen een aantal kleinere bioscopen zich te specialiseren in licht-erotische films.
In Ciné Paris (De Keyserlei) draait, kan het toepasselijker, ‘Erotisch Parijs’, in de Plaza (Breydelstraat) vertoont men ‘Les Don Juans de la Côte d’Azur’ en in de Scala (Carnotstraat) ‘Liefdesverkopers’.
Al bij al redelijk brave films, maar de toon is gezet. Deze zalen (samen met ook nog de Royale op het Astridplein) zullen zich in de jaren ’60 verder manifesteren als ‘sekscinema’.
Terzijde: de Royale op het Astridplein vertoont nog steeds porno voor zowel gay’s als hetero’s. Journalist Stijn Tormans publiceerde in Knack van 19 oktober een hallucinant relaas over zijn bezoek aan Ciné Royale. Wie hiervan graag een kopie ontvangt, stuurt een mail naar antwerpen.kinemastad@hotmail.be.

Heylen komt op kruissnelheid
Wanneer we alle zalen uit de krant van toen optellen, komen we aan 31 cinema’s.
Ze zijn over de ganse stad verspreid, van Statiekwartier tot randgemeenten (de ‘Modern’ op het Kiel, de ‘Corso’ en de ‘Palace-Warande’ in Berchem, ‘Victory’, ‘Century’ en ‘Roma’ in Borgerhout …).
Een aantal bioscopen vinden we niet terug in de krant. Van de ‘Monty’, een zaal die toen nauwe banden had met de kerk, is de programmatie niet terug te vinden in de socialistische ‘Volksgazet’.
Als ik me niet vergis, worden 17 van de 31 bioscopen op dat moment al gecontroleerd door het Rex-concern van cinematycoon Georges Heylen.
In de buurt van het Centraal Station zijn dat Quellin, Savoy, Metro, Rubens, Rex, Odeon, Capitole, Pathé, Astrid, Vendôme en Astra.
In de stadsrand en de randgemeenten programmeert Heylen in de Festa, National, Palace-Warande (of Berchem Palace), Roma, Century en Victory.
We schreven in eerdere posts dat Georges Heylen zijn zalen duidelijk profileerde.
Dat was ook in 1963 al duidelijk merkbaar.
In Rex, Rubens en Pathé (deze laatste zaal was toen net overgenomen van de concurrentie) draaien de grote blockbusters.
In Astrid en Quellin staan er Duitse films op de affiche, in de Odeon (‘de cinema van de elite’) uiteraard een Franse film en de Capitole programmeert een Italiaanse peplum, toen het nec plus utra voor een B-zaal.

Lange levensduur van een film
De films beleven hun première in de sjieke exclusiviteitszalen van het centrum en sijpelen dan langzaam door naar de rand.
Zo was ‘The Longest Day’ in december 1962 in Antwerpse première gegaan in Ciné Rubens. Een jaar later circuleert de film nog steeds in de Sinjorenstad.
In de week van vrijdag 22 november 1963 (het filmprogramma wijzigde toen steeds op vrijdag) kon je de film zien in de Festa (Offerandestraat).
Een paar weken eerder stond ‘The Longest Day’ nog op de affiche in de Roma en de Palace. Voor de ‘Antwerpse Kinema Aktualiteiten’ reden genoeg om er een kort item aan te wijden. Dankzij het kanaal van Patsofilm op You Tube wanen we ons terug in één of andere Antwerpse cinema van 50 jaar geleden.

 

 

Overlevingsstrijd van de kleine, onafhankelijke cinema
De zalen in de rand bieden vaak een ‘double bill’ aan, twee films voor de prijs van één ticket. Dikwijls wordt hierbij een nieuwere film gekoppeld aan een oudere productie.
Ciné Forum (Brederodestraat) vertoont de Italiaanse griezel  ‘The Horrible Dr. Hichcock’ (1962, Riccardo Freda) in combinatie met ‘A Glass of Whiskey’ uit 1958.
In de Lange Koepoortstraat kan je in Ciné Lido terecht voor ‘The Main Attraction’ (1962) met Pat Boone en als tweede film ‘Bad Day at Black Rock’ (1955).
Het is een formule waarmee de wijkzalen het hoofd boven water trachten te houden.

Op zeker spelen kan ook met het hernemen van de succesfilms van vroeger.
In de Modern (Sint-Bernardsesteenweg) kan je opnieuw kijken naar de James Dean-klassieker ‘Giant’ (1956) en Ciné Ritz (pal in het Schipperskwartier, je vindt er nu Café d’Anvers) vertoont de somptuese Heminway-verfilming ‘A farewell to Arms’ (1957).

Desalniettemin komt het water soms tot aan de lippen van de kleine, onafhankelijke (buurt)cinema.
In het lezenswaardige ‘De verlichte stad’ (Daniël Biltereyst en Philippe Meers, Lannoo Campus, 2007) vonden we wat cijfermateriaal: ‘In het hele land sluiten bioscopen. Deze neergang is niet overal hetzelfde. Grootsteden, centrumsteden, verstedelijkte en landelijke gemeenten ervaren de crisis anders. Tussen 1960 en 1970 verliest Vlaanderen 55,6 procent van het aantal bioscopen. De grootste verliezen situeren zich tussen 1963 en 1967: in slechts vier jaar tijd verdwijnen 315 bioscopen uit de statistieken, 95 verdwijnen al in het eerste jaar’ (pagina 105).
Het zijn cijfers die boekdelen spreken.

 

Belgische filmaffiche voor 'The Great Escape' (1963, John Sturges)

Belgische filmaffiche voor ‘The Great Escape’ (1963, John Sturges)

 

Anvers Palace speelt zijn laatste troefkaart uit
Het Rex-concern zit in 1963 al in een luxepositie. Door zijn verscheidenheid aan zalen weet Heylen doorgaans de beste en interessantste films te krijgen van de distributeurs. Wanneer een prent is ‘uitgespeeld’ in één van de grotere zalen versluist Heylen de film naar een kleinere zaal en enkele weken later naar één van zijn cinema’s uit de rand.
Voor de concurrentie in het Statiekwartier wordt het steeds moeilijker om commerciële films vast te leggen. De Anvers Palace in de Appelmansstraat (een filmpaleis uit 1915 met 1400 zitjes) moet zich tevreden stellen met Franse films van kleine distributeur Royal Films of met hernemingen van oude Hollywood-successen.
Met de toneelopvoering van ‘My Fair Lady’ in de eerste maanden van 1963 probeerde de directie nog te diversifiëren, maar het was duidelijk dat andere maatregelen noodzakelijk waren om de zaal als bioscoop te laten overleven.
Een samenwerking met de Amerikaanse maatschappij Cinerama lijkt op dat moment de beste optie.

 

Cinerama

Artikel uit ‘Weekblad Cinema’ van 30 november 1963 (42ste jaargang – nummer 46)

 

Cinerama: ‘virtual reality-ervaring avant la lettre’
Cinerama is het projectiesysteem waarmee België voor het eerst had kennisgemaakt tijdens de Expo van 1958.
Patrick Duynslaegher omschreef het procédé als volgt: ‘Cinerama is een technisch omslachtige opname- en projectietechniek die begin jaren 50 werd gelanceerd en aan de basis ligt van de breedbeeldrevolutie. Bedoeling van de ontwikkelaars was een filmervaring te creëren die het hele gezichtsveld bestrijkt. Daarvoor werd een cameramonster met drie ogen in elkaar geknutseld dat elke actie op drie filmstroken vastlegde. Die werden dan synchroon in drie aparte cabines door drie projectoren gejaagd en samengevoegd tot één reusachtig beeld dat op een gigantisch gebogen jaloezieënscherm met een hoek van 146 graden werd geprojecteerd.
In combinatie met zeven magnetische geluidskanalen creëerde dit een halve eeuw geleden al een verbazingwekkende driedimensionale illusie die de toeschouwer het gevoel gaf om middenin de actie te zitten, een virtual reality-ervaring avant la lettre. Cinerama werd vooral gebruikt voor zogeheten travelogues, die de grootsheid van natuur, steden, landschappen en vreemde culturen bejubelden’ (Focus Knack, 4 november 2009).

Ciné Variétés in Brussel was eind 1961 de eerste Belgische zaal die werd uitgerust voor Cinerama.
De investeringen waren ingrijpend en duur: een nieuw filmscherm, een nieuwe geluidsinstallatie en grondige aanpassingen aan de zaal zelf (er moesten twee extra projectiecabines gebouwd worden). Bovendien was extra personeel nodig om al die projectoren te bedienen.
In een sector in crisis door dalende toeschouwersaantallen was een dergelijke investering niet evident.
Enkel de Anvers Palace volgde in november 1963 het voorbeeld van de Brusselse Variétés.

‘Anvers Palace’ wordt ‘Cinerama Palace’
Eind november 1963 sluit de Anvers Palace tijdelijk zijn deuren (reden waarom de zaal niet voorkomt op het overzicht in de ‘Volksgazet’).
De maatschappij Cinerama zorgt voor de nieuwe technische uitrusting van de zaal, de verbouwingen worden gefinancierd door de exploitant.
‘Cinerama Palace’ opent op 12 december 1963 met ‘How the West Was Won’, de epische western van Henry Hathaway en John Ford

Henri, een trouwe lezer van deze blog, herinnert zich een vertoning van ‘How the West Was Won’ kort na de première: ‘Er ging werkelijk alles mis qua techniek, .zoals je weet was dat toen met 3 projectoren die gelijktijdig moesten starten en ik denk dat ze toen tot 3 maal toe moesten herbeginnen. Er was bij die vertoning een bomvolle zaal en daar werd toen heel wat gemopperd over de slechte kwaliteit van de projectie’.
Eigen aan het procedé was ook dat je de storende naden tussen de drie filmstroken op het grote scherm bleef zien.
Uiteindelijk bleef ‘How the West Was Won’ 11 weken op de affiche staan in de ‘Cinerama Palace’.
In maart 1964 was er nog de vertoning van die andere speelfilm in het ‘3-strip’-formaat ‘The Wonderful World of the Brothers Grimm’ (1962, Henry Levin/George Pal) en nadien volgden nog een aantal Cinerama-travelogues (documentaires zoals ‘Seven Wonders of the World’ uit 1956). Maar al relatief snel schakelde de zaal terug over op ‘normale’ films.

Roemloos einde van de Anvers Palace
Achteraf kan men zich de vraag stellen of de peperdure aanpassingen aan de bioscoop geen maat voor niets waren. In Amerika besliste de Cinerama-directie om na 1963 te stoppen met het produceren van de ‘3-strip’-films. De facto waren de drie projectiecabines dus niet meer nodig en was de dure investering al verouderd nog voor ze goed en wel in gebruik was genomen. Er werden nog wel een aantal films onder het label ‘Cinerama’ uitgebracht (zoals ‘Battle of the Bulge’), maar deze waren opgenomen in ‘Ultra Panavsion 70’, een widescreen-formaat waarbij één projectiecabine volstond.

 

Programma Cinerama Palace

Programma Cinerama Palace – september 1966

 

In 1968 was de Anvers Palace  de laatste, grote Antwerpse centrumzaal die niet tot het Rex-concern behoorde. De directie was er zich van bewust dat de strijd verloren was.
De zaal werd verkocht aan projectontwikkelaars en ging tegen de vlakte. Dat was eerder ook al gebeurd met Ciné Empire, de zaal naast de Anvers Palace. Op de plaats van de Empire en de Anvers Palace kwam uiteindelijk het Empire Shopping Center.

Heylen was nu even alleenheerser in de buurt van het Centraal Station (de sekscinema’s buiten beschouwing gelaten). Maar dat een monopolie niet altijd goed is, zal begin jaren ’70 blijken wanneer Heylen in conflict komt met de grote Amerikaanse filmdistributeurs. Antwerpenaars die op dat moment de grote succesfilms willen zien, moeten uitwijken naar andere steden.

Ten slotte: wie zin heeft om te reageren of eigen bioscoopervaringen wil delen, kan dit altijd doen door te klikken op ‘een reactie plaatsen’.
Ik ben vooral benieuwd of er lezers zijn die herinneringen hebben aan de ‘Cinerama Palace’.
Ook scans van foto’s en programmablaadjes van de ‘Cinerama Palace’ mag je doorsturen.
Hiervoor gebruik je het mailadres antwerpen.kinemastad@hotmail.be. Interessant materiaal zal zeker worden gepost.

 

‘The Wicker Man’: Do not read synopses, don’t ask anyone about it, just see it

Cinema Zuid, woensdag 18 december 2013 om 20 uur

Belgische filmaffiche van 'The Wicker Man' (1973, Robin Hardy)

Belgische filmaffiche van ‘The Wicker Man’ (1973, Robin Hardy)

 

Ondanks de stevige cultreputatie van ‘The Wicker Man’ (1973) is deze film in onze contreien zo goed als onbekend.
Hoog tijd voor wat eerherstel, zeker nu Cinema Zuid uitpakt met een éénmalige vertoning van deze ‘Citizen Kane of horror films’ (dixit hoofdredacteur Frederick S. Clarke in het ondertussen opgedoekte Amerikaanse tijdschrift ‘Cinefantastique’).
Aanleiding voor de vertoning op woensdag 18 december is de 40ste verjaardag van de film.
In Engeland ging die verjaardag niet onopgemerkt voorbij. Een opgesmukte versie van de film (de ‘final cut’) kreeg er een bioscooprelease en het gezaghebbende tijdschrift ‘Sight & Sound’ plaatste de film op de cover van haar oktobernummer (‘The Wicker Man – Still burning after 40 years’!).
Niemand die dat ooit hadden durven voorspellen in 1973.

Film maudit

Wanneer producer Peter Snell in 1972 aan het hoofd komt te staan van productiefirma British Lion zoekt hij naar materiaal om snel en goedkoop te verfilmen.
Snell wil vakbonden, pers en industrie overtuigen van zijn wil om te investeren in de toen slabakkende Britse filmindustrie.
Scenarist Anthony Shaffer (schrijver van Broadway- en filmhit ‘Sleuth’ en de Hitchcock-thriller ‘Frenzy’) en Robin Hardy (regisseur van commercials en televisiefilms) werken op dat moment al een tijdje aan een thriller over heidense rituelen. Wanneer Christopher Lee zich engageert om één van de hoofdrollen te vertolken, is de deal rap beklonken.
In de herfst van 1972 starten de opnames van ‘The Wicker Man’ op diverse locaties in Schotland. Eén en ander verloopt redelijk vlot, al is het af en toe improviseren: het verhaal is gesitueerd in de lente en vraagt om bomen in volle bloei, zwangere Britt Ekland vraagt een ‘body double’ voor haar naaktscène …
Maar dit zijn slechts akkefietjes in vergelijking met wat er volgt tijdens de post-productie.
Hardy monteert de film samen met Eric Boyd-Perkins en een eerste versie van 99 minuten is het resultaat. Een aantal opgenomen scènes haalden de montage niet of werden ingekort.
British Lion wordt voorjaar 1973 verkocht aan EMI en krijgt met Michael Deeley een nieuwe managing director. Deeley is aanwezig op een testscreening van ‘The Wicker Man’ en zegt na afloop dat het één van de slechtste films is die hij ooit heeft gezien.
Deeley informeert bij Roger Corman (‘king of the B’s’) hoe de film het best in de markt wordt gezet en wat er moet gebeuren om het verhaal vlotter te doen overkomen.
Er volgt een nieuwe montage die ongeveer 15 minuten korter is.
‘The Wicker Man’ wordt in december 1973 zonder publiciteit en zonder persvoorstelling in de Engelse bioscopen gedropt als tweede helft van een double bill met ‘Don’t Look Now’ van Nicolas Roeg.
In Amerika komt de film terecht bij Warner Bros. Door slechte marketing bereikt ook daar de film zijn doelpubliek niet.

Belgische release

Op het Europese vasteland gaat de film in april 1974 in première tijdens het ‘Festival du Film Fantastique et de Science Fiction’ in Parijs. ‘The Wicker Man’ krijgt er zowaar de ‘Licorne d’or’ (de hoogste onderscheiding), maar er volgt geen nationale, Franse release wegens slechte commerciële vooruitzichten.
In België durft Excelsior Films van Georges Heylen de gok wel te wagen.
Heylen heeft net zijn Borgerhoutse ‘keurbioscoop’ Studio Century ter beschikking gesteld aan Danny De Laet en Willy Magiels, de latere perschef van het Rex-concern, voor de eerste editie van het ‘Festival van de Fantastische Film’. Heylen eist de openingsfilm op (12 september 1974) en hoopt op die manier ‘The Wicker Man’ wat extra publiciteit te geven.
De prent scoort goed bij het festivalpubliek, maar ook Excelsior Films weet verder niet goed wat aan te vangen met de film.
Een negatieve recensie in het maandblad ‘Film en Televisie’ in november 1974 is exemplarisch voor de ontvangst door de pers. Ronnie Pede schrijft dat de ‘Wicker Man’ hem ‘fel ontgoocheld heeft’ en dat met ‘dit scenario heel wat méér spanning moet bereikt worden’. Enkel Christopher Lee en de muziek krijgen een voldoende mee.
Uiteindelijk krijgt ‘The Wicker Man’ zijn bioscooprelease (‘Première voor België’) op 28 maart 1975 in Ciné Ambassades (Anneessensstraat). Zonder al te veel reclame en persaandacht verdwijnt de film al na één week van de affiche. ‘The Wicker Man’ is daarna nog te zien in een aantal wijkcinema’s ten lande, maar dat de film voor Heylen een verliespost was, is zeker.
Verzamelaars van affiches waren wel gelukkig. De Belgische ‘affichette’ van ‘The Wicker Man’ behoort tot de mooiste van de jaren ’70.

 

Publiciteitsfolder van Excelsior Films voor 'The Wicker Man'

Publiciteitsfolder van Excelsior Films voor ‘The Wicker Man’

 

Eerherstel

Was ‘The Wicker Man’ een grandiose commerciële flop bij de oorspronkelijke release, met de jaren groeide de reputatie van ‘de film.
Voor een groot deel had dit te maken met het feit dat de film zo goed als onzichtbaar was geworden. Er waren nog geen video-cassettes en ook op televisie kreeg de film geen kansen. Maar door schaarse middernachtvertoningen in universiteitssteden en word of mouth kreeg ‘The Wicker Man’ al snel het label ‘cult film’ opgeplakt.
Een kleine Amerikaanse distributeur, Abraxas, gaf de film een nieuwe kans in 1977. Abraxas gaat op zoek naar de eerste versie (99 minuten) van de film, maar blijkbaar was al het weggesneden materiaal ook effectief vernietigd (kwatongen beweren zelfs dat de pellicule is terechtgekomen onder een laag verse asfalt van een Engelse snelweg).
Na lang zoeken vindt men bij Roger Corman een kopie van de 99 minuten-versie. De kopie wordt als basis gebruikt voor de re-release in de States.
Het tijdschrift ‘Cinefantastique’ springt mee op de kar, plaatst de film op de cover van haar winternummer en besteedt maar liefst 33 pagina’s aan ‘The Wicker Man’.

Sindsdien verdween de film niet meer uit de belangstelling. Fanzines, websites, t-shirts, Facebook-pagina’s … het draagt allemaal bij tot verdere verspreiding van ‘The Wicker Man’-cult.
De remake uit 2006 (regie Neil LaBute) wordt daarentegen best met de mantel der vergetelheid bedekt.

De ‘director’s cut’ (grotendeels gebaseerd op de filmkopie die men bij Roger Corman vond) van ‘The Wicker Man’ is al jaren uit op dvd.
Naar aanleiding van de 40ste verjaardag spaarde nieuwe eigenaar Studiocanal UK kosten noch moeite om de Wicker Man-fans extra te verwennen. Na een lange zoektocht werd in de Harvard Film Archives een kopie van uitstekende kwaliteit gevonden. Deze werd gedigitaliseerd en ook opnieuw gemonteerd onder supervisie van Robin Hardy. Het resultaat is een versie (de ‘final cut’) die het dichtst aansluit bij de oorspronkelijke visie van Hardy en scenarist Anthony Shaffer.

 

De cover van 'Cinefantastique'

De cover van ‘Cinefantastique’ (winter 1977, volume 6, no. 3)

 

 

Persoonlijke herinneringen

Wie eind jaren ’80 van de vorige eeuw op zoek was naar bizarre én quasi-onvindbare films, zal zich zeker nog de Moviedrome-reeks op BBC 2 herinneren. Ook Jan Verheyen moet toen een aandachtige kijker zijn geweest. Zijn latere ‘Midnight Specials’ op Kanaal2 waren qua filmkeuze en inleiding zeker schatplichtig aan Moviedrome.
Weirdo Alex Cox introduceerde telkens op zondagvond op onnavolgbare wijze een reeks films waar ik als jonge snaak amper het bestaan van vermoedde (‘Invasion of the Body Snatchers’, de originele ‘The Fly’, ‘Witchfinder General’, dat soort films).
De reeks werd in 1988 ingezet met ‘The Wicker Man’. De film maakte indruk op mij en is me sindsdien altijd bijgebleven.

Pas een kleine 15 jaar later zag ik de film voor een tweede keer. Christopher Lee was in 2002 eregast op het ‘Brussels International Festival van de Fantastische Film’.
Voor die gelegenheid had het Filmmuseum een vintage double bill geprogrammeerd: ‘The Gorgon’ (1964, Terence Fisher), een typisch product van de Hammer-studio’s uit de eerst helft van de jaren ’60, én ‘The Wicker Man’.
Het Filmmuseum vertoonde de originele Belgische kopie (de korte versie van 84 minuten), inclusief het logo van Excelsior Films (een rijzende knaloranje zon, begeleid door de negende van Beethoven!).
Lee kwam tussen de vertoning van de films het publiek groeten en tijdens een kort vraaggesprek was hij zijn charismatische zelve en onderstreepte hij ten overvloede de kwaliteiten van de Robin Hardy-film.

Nog dit: wie nieuwsgierig is naar de Moviedrome-introducties van Cox vindt YouTube-gewijs nog heel wat materiaal terug. Als smaakmaker hierbij alvast de intro bij ‘The Wicker Man’.

 

 

Het verhaal

Een korte inhoud? We houden het echt kort. Het onvoorspelbare is net één van de grootste troeven van de film. Het volstaat te weten dat politie-inspecteur Neil Howie (rol van Edward Woodward) naar het afgelegen Schotse eiland Summerisle vliegt om er de verdwijning van Rowan, een 12-jarig meisje te onderzoeken.
Howie komt terecht in een heidense gemeenschap waar eeuwenoude rituelen nog steeds gangbaar zijn.
Hij vermoedt dat Rowan zal geofferd worden tijdens de lokale May Day-festiviteiten om zo een goede appeloogst af te dwingen.

Meer details prijsgeven zou het kijkplezier alleen maar bederven. Of zoals ‘The Huffington Post’ het verwoordde: ‘Do not read synopses, don’t ask anyone about it, just see it. If for the first time, I envy you’.

Afspraak in Cinema Zuid op woensdag 18 december om 20.00 uur voor de ‘final cut’ van ‘The Wicker Man’. Weliswaar zonder ondertitels, maar laat dat de pret vooral niet drukken. http://www.cinemazuid.be/nl/film/wicker-man

 

Astra en Festa: Uitverkoop- en arme-mensencinema

Belgische affiche voor 'Duck you sucker' (1971), een film van Sergio Leone

Belgische affiche voor ‘Duck you sucker’ (1971), een film van Sergio Leone

 

We hebben het al eerder geschreven: in Antwerpen vinden we nog weinig terug van het rijke cinemaverleden uit de vorige eeuw.
En dan te bedenken dat de Sinjorenstad zich ooit met voorsprong dé cinemastad van België mocht noemen. Met gigantische, pluchen paleizen als Anvers Palace of Rubens tot meer bescheiden zaaltjes als de Regina (later Paris) of Royal.

Op plaatsen waar vroeger in sierlijke neonletters de naam van de zaal op de luifel prijkte, reuzengrote calicots nieuwsgierige kijkers wisten te lokken en waar portiers de wachtende mensenzee in goede banen trachtten te leiden, resten nu in het beste geval nog slechts enkele details die ons doen terugdenken aan de ‘golden age of movie-going’.

We namen de proef op de som en gingen in de Carnotstraat en de Offerandestraat op zoek naar wat overbleef van de cinema’s Astra en Festa.
De namen van beide bioscopen spreken minder tot de verbeelding dan die van pakweg Rex, Metro of Rubens. Ze bleven jarenlang wat onder de radar: geen exclusieve première-avonden met vedetten, geen lange rijen aan de kassa’s, geen cameramannen van de Antwerpse Kinema Aktualiteiten …

Maar wie de zalen nog heeft gekend, zal er ongetwijfeld met weemoed aan terugdenken.
Misschien maakte je in de Astra wel voor het eerst kennis met James Bond (bijna elke zomer was er wel een 007-festival) of met de spaghetti-westerns van Sergio Leone.
De Festa was dan weer de zaal bij uitstek om nog een film in te halen die je enkele weken eerder had gemist in de centrumzalen.

Merkwaardige overeenkomsten
Ter voorbereiding van deze blog post zijn we in onze documentatie op zoek gegaan naar feitelijke gegevens over beide zalen.

Ligt het aan onze verbeelding, of is het werkelijk zo dat er tussen Astra en Festa een aantal merkwaardige overeenkomsten zijn vast te stellen?

  Astra Festa
ligging Carnotstraat 28, op de grens van het Statiekwartier. Offerandestraat 90, op de grens van de Seefhoek.
oorspronkelijke bestemming Danszaal Thalia Danszaal Festa
architect bioscoop Leopold Van den Broeck Leopold Van den Broeck
opening bioscoop 1936 1938
aantal plaatsen 830 (enkel gelijkvloers) 600 (gelijkvloers + balkon)
uitbaters Flor Bosmans en vanaf eind jaren ’50 Georges Heylen (Rex-concern) De heren Goossens en Janssens en vanaf eind jaren ’50 Georges Heylen (Rex-concern)
programmatie Hernemingen en doorspelen van films die eerder in de grote centrumzalen draaiden. Wijkzaal met op het programma films die eerder in het Statiekwartier draaiden.
sluiting van bioscoop 09/01/1987 Begin januari 1986
huidige bestemming Scapino, winkel voor schoenen en (sport)kledij. Supermarkt Peeters-Govers

 

’t is ni miêr wa ’t gewest is …
Dat de Carnotstraat en de Offerandestraat niet meer de uitstraling hebben van weleer is duidelijk voor iedereen die wel eens in de buurt komt.

Van de ‘meubelboulevard’ die de Carnotstraat in de tweede helft van de twintigste eeuw was, blijft zo goed als niets over.
En in de Offerandestraat, indertijd de eerste Antwerpse winkelwandelstraat, overheersen nu de nacht- en telefoonwinkels.

De vroegere Astra is momenteel een filiaal van Scapino. Wie de winkel kent, weet dat de transformatie tot winkelruimte gebeurde zonder het minste respect voor de cinema-architectuur. Enkel de typische cinema-luifel aan de buitenkant herinnert nog aan het verleden van het pand. De ex-bioscoop is opgesplitst in twee delen: de winkelruimte met in de rekken goedkoop textiel en sportschoenen en achteraan een opslagplaats voor de stock. De muren werden verstopt achter spaanderplaten. Het hart van de cinemanostalgicus bloedt bij het zien van zo’n kaakslag op de goede smaak.

 

Publiciteit voor in 'Weekblad Cinema'

Publiciteit voor de Zweedse film ‘Sixtynine’ (1969, Jörn Donner) in ‘Weekblad Cinema’ van 3 juni 1972

 

Dat het anders kan, bewijst supermarkt Peeters-Govers.
Wanneer men met het winkelkarretje laveert tussen de koffiekoeken, de Martini-flessen en de schoonmaakproducten, kan men zich een idee vormen van de vroegere grandeur van de Festa.
Het balkon is er nog (maar ontoegankelijk) en de lichtkolommen die vroeger naast het witte doek stonden, geven nog steeds een sfeervolle gloed aan de ruimte.
De oorspronkelijke inkom aan de straatzijde is verdwenen (ik herinner me ook nog een smalle trap die vanuit de inkomhal naar het balkon leidde) en om een verbinding te maken naar de oorspronkelijke winkelruimte en een klantenparking heeft men nieuwe doorgangen moeten maken.

De Festa is sinds 2003 een ‘beschermd monument’ waardoor de zaal gevrijwaard blijft van afbraak of fundamentele verbouwingen.
Toch wel spijtig dat toen Heylen indertijd de Festa te koop aanbod er niet meer moeite werd gedaan om de oorspronkelijke bestemming van de ruimte te behouden.
Wat er nu overblijft van de Festa doet ons alleen maar verlangen naar een periode toen een filmavond nog een feest was (zelfs als de film een teleurstelling bleek te zijn).

Ciné Astra: ‘tweedeweekzaal’ en ‘uitverkoopcinema’
Ik herinner me de Astra vooral als een zaal waar je in de late jaren ’70 terecht kon voor een aantal interessante hernemingen.

Zo zag ik er ‘MASH’ (1970, Robert Altman), ‘Dirty Harry’ (1971, Don Siegel) en ‘The Exorcist’ (1973, William Friedkin) lang na hun oorspronkelijke release.
De lui die in die periode verantwoordelijk waren voor de programmatie van de Astra hadden ook een boontje voor Jerry Lewis. ‘The Nutty Professor’, ‘The Disorderly Orderly’ en ‘Three Ring Circus’, om er maar enkele te noemen, kwamen regelmatig terug op de affiche van de Astra.
En het aantal keren dat de Terence Hill-film ‘My Name is Nobody’ (1973, Tonino Valerii) te zien was in deze zaal is niet te tellen. Het feit dat Georges Heylen een deel van zijn eigen centen in de film investeerde, zal waarschijnlijk wel hebben meegespeeld.

 

Programma Ciné Astra - 19

Programma Ciné Astra – niet gedateerd, waarschijnlijk 1962 of 1963

 

Toen Steve McQueen in de herfst van 1980 stierf, liep er een kleine retrospectieve van zijn populairste films. Marc Holthof en Eric Kloeck kochten een ticket voor ‘Nevada Smith’ (1966, Henry Hathaway) en schreven hun impressies neer in ‘Andere Sinema’:
‘De Astra in de Carnotstraat, een rommelige rode pluche oude bak met naast de kassa een alles overwoekerende fruitstal. Uitverkoopcinema is het etiket dat we op deze zaal kunnen kleven. Van oudsher een reprisezaal draaide er na het overlijden van Steve McQueen een ganse reeks van zijn films. ‘Nevada Smith’ was er zo eentje. Gedurende de voorstelling realiseerden we ons alle twee dat we de film reeds in onze jeugd hadden gezien. Maar voor dergelijke déjà-vu ervaringen leent de Astra zich uitstekend. Hierbij dient opgemerkt dat McQueen in zoveel ontsnappingsfilms heeft gespeeld dat verwarring met andere films best mogelijk is. In alles leek dit een portie oude mensencinema. Even speelde in ons achterhoofd dat dit nog maar het bijprogramma was en dat de hoofdfilm dadelijk na de pauze ging beginnen. Het was echter al pauze geweest’ (Andere Sinema, nr. 39, mei 1982, p. 19 – 20).

Wanneer er geen reprise draaide in de Astra was de zaal ideaal om een film die gestart was in één van de meer centraal gelegen cinema’s nog enkele weken te laten doorspelen.
Zelden gebeurde het dat er in de Astra een film in première ging. Eén van de uitzonderingen op die regel was ‘Evil Dead’ (1981), de ondertussen tot cult classic uitgegroeide slasher van Sam Raimi. Voor het eerst te zien in Antwerpen-stad in Ciné Astra in december 1984!
Het contrast met ciné Rubens (schuin over de Astra in dezelfde Carnotstraat) kon moeilijk groter zijn. In de Rubens was het één en al pracht en praal, de Astra was goed genoeg voor de afdankertjes en de obligate hernemingen.

In het ‘Tijdschrift voor Mediageschiedenis‘ van december 2010 vonden we interessante info over de programmatiepolitiek van de Astra door de jaren heen.
Wetenschappers Kathleen Lotze en Philippe Meers, beiden verbonden aan de Universiteit Antwerpen, onderzochten de programmatie van de Rex-zalen in 1952, 1962 en 1972 en schreven het volgende:

’Als zogenaamde tweedeweekzaal fungeerde Astra als een doorgeefluik voor films van de centrumzalen naar de wijkzalen. Nadat een film in een centrumzaal was vertoond, ging deze in 1952 na een ‘roulatiestop’ van circa vier weken in de meeste gevallen voor één week naar Astra en vervolgens, na een tweede roulatiestop van twee weken, door naar de wijkzalen.
Met het verdwijnen van de wijkzalen in de loop van de jaren zestig en zeventig raakte Astra zijn functie als doorgeefluik kwijt. Voor 1972 zagen we dus een heel ander programmeringsbeleid. Het centrumparcours van de langstlopende films eindigde in 1972 niet meer in Astra, zoals in 1952 en 1962. Er speelden nu veel vaker recente films dan daarvoor, die bovendien langer draaiden. Bijgevolg wisselde het programma van Astra niet meer wekelijks en begon het programmeringsprofiel van Astra sterk op dat van een centrumzaal te lijken’ (Kathleen Lotze en Philippe Meers in ‘Tijdschrift voor Mediageschiedenis, nr. 13, december 2010, p. 91-92).

 

John Travolta in 'Carrie', een 'reprise' in Ciné Astra, n.a.v. succes 'Saturday Night Fever' (AUB van 08/12/1978)

John Travolta in ‘Carrie’, een ‘reprise’ in Ciné Astra, n.a.v. succes ‘Saturday Night Fever’ (AUB 693 van 08/12/1978)

 

Begin jaren ’80 werd het duidelijk dat er geen toekomst meer was voor Ciné Astra. Investeringen in interieur en materiaal bleven uit.
In de zomer van 1986 werden er geen films meer vertoond en leek het of het doek definitief was gevallen voor de Astra.
Groot was dan ook de verbazing toen in oktober van datzelfde jaar er weer films werden geprogrammeerd. Het mocht echter niet baten: begin januari 1987 gingen de deuren voorgoed op slot. De laatste films op de affiche waren ‘Troetelbeertjes II’ (tijdens de namiddagvertoningen) en de Stallone-productie ‘Cobra’ (avondvertoningen).

Ciné Festa: ‘arme-mensencinema’
Wie vanuit de stationsbuurt op weg ging naar de Festa moest bijna de ganse Offerandestraat doorlopen om uiteindelijk aan het huisnummer 90 te komen.

De zaal viel niet echt op in het straatbeeld. Er was een lichtreclame aan de buitenkant, maar de inkom was eerder smal en weinig spectaculair. Waarschijnlijk was dit de vroegere poort van het 19de-eeuws huis waarachter de Festa zich bevond.
In de inkom was er ruimte voor foto’s en affiches, de kassa en een trap die leidde naar het balkon. Ik herinner mij niet dat er een foyer was. Waarschijnlijk stapte je zo goed als direct de zaal in.

 

Programma Ciné Festa

Programma Ciné Festa – niet gedateerd, waarschijnlijk 1962 of 1963

 

Volgens Kloeck en Holthof behoorde de Festa samen met Ciné Capitole tot ‘de mooiste, charmantste en persoonlijkste zalen van Antwerpen’ (Andere Sinema, nr. 40, juni 1982, p. 34), maar was de zaal in de jaren ’70 en ’80 wel het ‘prototype van arme-mensencinema’ geworden.
In 1982 was de prijs van een ticket er 85 frank, terwijl je in de centrumzalen toen 120 frank betaalde.
Heylen vertoonde er films die een paar weken eerder nog in de centrumzalen te zien waren met een nadruk op producties uit de eigen Excelsior-stal.

Begin 1986, net na de kerstvakantie, stopte het Rex-concern met de exploitatie van de Festa.
Laatste film die er door de projectoren rolde was ‘A Passage to India’, de testamentfilm van grootmeester David Lean.

De ruimte werd daarna nog een paar jaar gebruikt als atelier voor het vervaardigen van calicots. Toen Heylen begin jaren ’90 in financiële moeilijkheden raakte, werd de zaal verkocht aan supermarkt Peeters-Govers.

‘Beste paleizenbouwer’
We maken van de gelegenheid gebruik om hulde te brengen aan architect Leopold Van den Broeck, de man die de Astra en Festa van danszalen naar bioscoopzalen omtoverde.

In de periode 1935 – 1938 was Van den Broeck bijzonder actief en ontwierp hij maar liefst zes cinema’s. Naast de Astra en de Festa waren dat ook nog de Capitole (De Keyserlei), de Movy (Astridplein), de Scala (Anneessensstraat, na de oorlog omgebouwd tot Ciné Metro) en de Centra (Sint-Bernardsesteenweg, Hoboken).

Journalist Frank Heirman is in zijn boek ‘Het Paleis om de Hoek’ erg lyrisch wanneer hij het over de verdiensten van deze vergeten architect heeft: ‘Het waren zeker niet de duurste paleizen, maar met zijn typische stijl gaf hij ze alle iets buitenaards. Dat effect creëerde hij vooral via indirecte verlichting. Van den Broeck gebruikte bij voorkeur neon, dat verborgen zat in opvallende profiellijsten aan de wanden of in lichtgrotten op het plafond. Zijn signatuur waren gigantische paddenstoelen, lichtkolommen die opzij van het scherm oprezen tot tegen het plafond. Waar het kon, werden ze herhaald tegen de zijwanden van de benedenzaal of zelfs op het balkon. Van den Broeck verkocht zeker niet alleen show, want hij bestudeerde nauwgezet de zichtlijnen en de akoestiek van elke bioscoop. Daarom ging zijn voorkeur uit naar waaier- of taartpuntvormige zalen.’

Heirman deinst er niet voor terug om Van den Broeck de ‘beste paleizenbouwer’ te noemen. ‘Hij was de enige die een eigen, moderne bioscoopstijl ontwikkelde’ (Paleis om de hoek, uitgeverij BMP, 2006, p. 76).
Dit neemt niet weg dat er over Van den Broeck amper wat informatie terug te vinden is. Zelfs in een loodzwaar (letterlijk) naslagwerk als ‘Repertorium van de architectuur in België’ (Anne Van Loo, Mercatorfonds, 2003) is het vruchteloos zoeken naar zijn naam.

De Festa was de laatste cinema die Van den Broeck realiseerde en is vandaag de dag de enige tastbare herinnering aan zijn verleden als cinema-architect. Al de andere zalen waar hij zijn handtekening onder zette, zijn ondertussen gesloopt of grondig verbouwd.
Reden te meer om binnenkort uw wekelijkse boodschappen eens te doen bij Peeters-Govers in de Offerandestraat (niet gesponsorde reclame).

 

Belgische filmaffiche voor 'American Gigolo' (1980, Paul Schrader)

Belgische filmaffiche voor ‘American Gigolo’ (1980, Paul Schrader)

 

Tot slot
Quasi om de hoek van de vroegere Festa vind je Filmhuis Klappei (Klappeistraat 2). Weliswaar is de Klappei geen echte cinema (het gebouw deed vroeger dienst als wijkkantoor van de politie), maar het gebouw ademt wel film uit.

Filmveteranen als regisseur Robbe De Hert en Willy Magiels (ex-perschef van het Rex-concern) zijn nauw betrokken bij de dagelijkse organisatie en in het kleine, maar gezellige projectiezaaltje (met authentieke pluchen zetels die naar verluidt nog in de Roma hebben gestaan) kan je terecht voor een eigenzinnige en verrassende filmkeuze. Voor meer informatie: www.klappei.be

 

Reclame Rex-concern in 'Cinema Magazine' (nr. 63 - npvember 1982). Op het plannetje zie je o.m. de ligging van de cinema's Astra en Festa

Publiciteit Rex-concern in ‘Cinema Magazine’ (nr. 63 – npvember 1982). Op het plannetje zie je o.m. de ligging van de cinema’s Astra en Festa

 

Oproep
Zoals je kan merken, ontbreken er bij deze blog foto’s van de Astra en de Festa. Lang achter gezocht, maar uiteindelijk weinig of niets gevonden.

In het eerder geciteerde ‘Paleis om de Hoek’ vind je wel een paar foto’s van de Astra uit de beginjaren en enkele recente foto’s van de huidige staat van de Festa, maar that’s it.

Lezers die foto’s of andere documenten hebben van Astra of Festa mogen dit altijd in scanvorm opsturen naar antwerpen.kinemastad@hotmail.be.
Indien de kwaliteit goed is, volgt zeker publicatie op deze site. Uiteraard met bronvermelding.

 

Take the money and run

Of de schaamteloosheid van Uitgeverijen Koekenstad en Davidsfonds en Gidsenvereniging Stad Antwerpen

Wat is er aangenamer dan op een grijze novemberdag wat rondsnuffelen in een boekenwinkel?
Zeker nu met de Boekenbeurs de oogst nieuwe boeken weer indrukwekkend is.

Bij de boeken over Antwerpen zie ik een torenhoge stapel liggen van ‘Antwerpen, door het oog van de stadsgidsen – deel 2’, een uitgave van uitgeverijen Koekenstad en Davidsfonds in samenwerking met de Koninklijke Gidsenvereniging van Antwerpen.

Nieuwsgierig blader ik door het boek op zoek naar wat informatie over de verdwenen Antwerpse cinema’s.
Al snel val ik van de ene verbazing in de andere. Het boek bevat inderdaad tientallen pagina’s over ‘Antwerpen Kinemastad’, maar alle teksten, alle illustraties en alle foto’s komen mij heel bekend voor.

Ik krijg een vreselijk déjà vu-gevoel.
Zonder enige referentie of zonder enige bronvermelding werden mijn blogposts over de cinema’s op de De Keyserlei en het Astridplein via ordinair ‘copy-paste’-werk overgenomen in het boek. Niet hier en daar een citaat, neen, ganse teksten, alle foto’s en documenten …
Mag ik dit diefstal noemen of bestaat hier een sterkere uitdrukking voor?

Honderden uren heb ik besteed aan het schrijven van deze teksten, het bij elkaar zoeken, fotograferen en scannen van affiches, programmaboekjes, krantenartikels …
Om dan vast te stellen dat een stelletje onverlaten dit zonder mijn toestemming klakkeloos overnemen in een commerciële uitgave.

Ik ben gedegouteerd.

Frank

 

Naschrift van 4 november 2013
Via mail nodigde ik Uitgeverij Koekenstad, het Davidsfonds en de Koninklijke Gidsenvereniging van Antwerpen uit om nota te nemen van bovenstaande blog post.

De heer Luc Corremans van uitgeverij Koekenstad reageerde als volgt:

Mijnheer,
Toch even een kleine rechtzetting.
Wij vermoeden dat u de man bent achter ‘Antwerpen Cinemastad / Herinneringen aan de Antwerpse cinema’s’. Echter, uw naam staat bij die artikelen niet vermeld, of wij hebben iets gemist (excuses dan).
In elk geval hebben wij ‘Antwerpen Cinemastad / Herinneringen aan de Antwerpse cinema’s’ wel degelijk vernoemd in het boek, meer bepaald op pagina 200, linkerkolom, 6de laatste lijn.
Het hoofdstuk ‘Diamonds are Forever: De Keyserlei en Jodenbuurt’ in het betreffende boek bevat inderdaad zes pagina’s, en geen ‘tientallen’, over de geschiedenis van de Antwerpse cinema’s.
Daarnaast ook nog twee pagina’s over de V2-bom op Cinema Rex.
Bij de bioscopen werd telkens eerst wat verteld over het bouwkundig aspect; daar vormde de Inventaris van het Onroerend Erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap een sterke bron.
Het was niet altijd even gemakkelijk om de juiste bron te achterhalen wat betreft de geschiedenis van de cinema’s zelf, aangezien die op diverse websites en in publicaties in min of meer dezelfde vorm voorkomt.
We hebben in het artikel ook een tweede bron vernoemd: ‘Het paleis om de hoek’ van Frank Heirman (maar ik lees in de reactie op uw tekst dat ook auteur Heirman kennelijk een en ander heeft overgenomen; hoe konden wij dat weten?).
Dit gezegd zijnde: wij zijn correcte mensen en willen niemand voor het hoofd stoten.
Ik stel u voor dat ik u 3 gratis exemplaren bezorg van beide boeken ‘Antwerpen, door het oog van de stadsgidsen’, alsook het boek ‘Centraal Station, spoorwegkathedraal’.
Kunnen wij op deze manier opnieuw door één deur, denkt u?

Met vriendelijke groeten,

Luc Corremans

 

Om de discussie af te ronden, wil ik dit nog kwijt aan de heer Corremans:

  • Op pagina 200 van ‘Antwerpen, door het oog van de stadsgidsen – deel 2’ wordt naar aanleiding van één enkel citaat inderdaad verwezen naar ‘Antwerpen Cinemastad / Herinneringen aa de Antwerpse cinema’s’.
    Nergens vermeldt u echter dat dit een blog is op het internet. De lezer van uw gids die de bron wil opzoeken weet dus niet of dit uit een boek, uit een tijdschrift of van het internet komt.
    Bovendien is de naam van de blog ‘Antwerpen Kinemastad’ en niet ‘Cinemastad’.
  • U hebt gelijk: in uw gids staan er geen tientallen pagina’s over de Antwerpse cinema’s. In een vlaag van woede en ongenoegen heb ik overdreven.
  • En toegegeven in diverse publicaties komt men dikwijls dezelfde, feitelijke gegevens over de Antwerpse bioscopen tegen.

Dit alles neemt niet weg dat ik in uw publicatie mijn zinnen lees, mijn besluiten terugvind (dikwijls woord voor woord),  de door mij verzamelde weetjes zie verschijnen, mijn gescande documenten en de (door mij gemaakte) foto’s van mijn filmaffiches aantref.

U schrijft dat mijn naam niet bij de blog posts staat vermeld.
Dat is correct. Maar in verschillende posts staat een e-mailadres (antwerpen.kinemastad@hotmail.be ).
Verder is het steeds mogelijk rechstreeks via de blog te reageren (door op ‘Geef een reactie’ te klikken).
Tientallen lezers zijn op die manier al in contact gekomen met mij.
Ook u had mij vooraf kunnen contacteren om toestemming te vragen om dit materiaal en mijn teksten te publiceren in het boek.
Dat dit niet gebeurd is, vind ik meer dan spijtig.

De gratis exemplaren van het boek kan ik uit principe niet aanvaarden.

Met vriendelijke groeten,

Frank

 

 

Kroniek van een aangekondigde dood: faillissement Rex-concern

It was 20 years ago today (3 september 1993)

Wat voorafging – januari 1993
Het nieuwe jaar start met groot nieuws voor de Antwerpse filmliefhebbers. Het Rex-concern verspreidt een persmededeling waarin de bouw van een nieuw bioscoopcomplex wordt aangekondigd.
Op de plaats van de bioscopen Rex, Metro, Ambassades en Odeon (De Keyserlei, Anneessensstraat, Van Ertbornstraat) komt een nieuw film- en handelscentrum.
Georges Heylen ziet het groots: het complex bevat 15 cinemazalen met in totaal vijfduizend stoelen, restaurants en handelszaken en twee ondergrondse verdiepingen parkeerruimte.
Een foto van de maquette van het nieuwe Rex-gebouw moet een en ander visualiseren.

 

Het Nieuwsblad - editie Antwerpen, 06/01/1993, pagina 9

Het Nieuwsblad – editie Antwerpen, 06/01/1993, pagina 9

 

Insiders fronsen meteen de wenkbrauwen bij deze goed-nieuws-show.
Concurrent Eric Kloeck (uitbater Cartoon’s en Calypso): ‘Als Heylen per se een groot complex wil, waarom wilde hij dan de zalen in het Century Center terug, toen ik ze had gehuurd? En waarom stootte hij op anderhalf jaar nog zes andere zalen af, als hij straks al zijn overgebleven zalen een jaar moet sluiten voor verbouwingen? Neen, Heylen kan niet tegen zijn verlies, en hij wil laten horen dat hij er nog is. Ik verwacht de stille dood van het Rex-concern’ (‘Het is allemaal film’, Peter Renard, Knack, 27/01/1993, p. 23).

Kloeck is niet de enige scepticus. Binnen het bioscoopmilieu was het immers al een tijdje duidelijk dat Georges Heylen in moeilijke papieren zat. Van zijn eens zo grote zalenpark blijft nog amper iets over.
In een periode van nauwelijks twee jaar hadden 5 bioscopen de deuren gesloten (Astra, Vendôme, Astrid, Savoy en Sinjoor).
De modale kijker ziet dat er nog nauwelijks wordt geïnvesteerd in de overblijvende zalen en dat er stevig wordt bespaard op personeel en publiciteit.
Journalisten wijzen op het feit dat amper een paar dagen eerder de bouwaanvraag voor het Metropolis-complex toekwam op de stedelijke administratie voor Ruimtelijke Ordening.
Wil Heylen met zijn plannen alsnog stokken in de wielen steken van de groep Bert-Claeys?

De distributiepoot van het concern (Excelsior – Filimpex) draait op een laag pitje. Kon men in de jaren ’80 nog uitpakken met een waslijst van films (waaronder prestigieuze producties als ‘The Name of the Rose’, ‘Platoon’ en ‘The Last Emperor’), dan worden bij de start van het nieuwe decennium de nieuwe aanwinsten schaarser en ook minder aantrekkelijk.

Ook de glamoureuze avant-premières in aanwezigheid van regisseurs en acteurs lijken voorgoed tot het verleden te behoren. De wereldpremière van ‘Daens’ in oktober 1992 moet zowat de laatste gelegenheid geweest zijn waarop politici zich voor de camera’s van de Antwerpse Kinema Aktualiteiten verdrongen. Opvallend hierbij is dat één en ander vrij sober verloopt (geen buffetten van ‘Party & Dinner Service’, geen vuurwerk van Hendrickx …).

 

 

Lente 1993
Nadat begin januari al bekend raakte dat Heylen zijn huurcontract voor de drie zalen in het Century Center niet zou verlengen (concurrent Eric Kloeck neemt de zalen over), stopt het Rex-concern na de paasvakantie met de exploitatie van Ciné Rubens. De zaal in de Carnotstraat was één van de paradepaardjes van de groep (‘Het grootste scherm van België’).
Het eens zo machtige Rex-concern is gereduceerd tot 16 schermen in de Antwerpse stationsbuurt: 13 zalen in het blok De Keyserlei/Anneessensstraat/Van Ertbornstraat en de drie Quellin-zalen.

De filmdistributeurs blijven geloven in het Rex-concern. Wie grasduint in de programmatie van de laatste maanden ziet nog steeds een ruim aanbod van Hollywood-films en festivalwinnaars: ‘The Last of the Mohicans’, ‘Scent of a Woman’, ‘Sommersby’, ‘The Piano’, ‘Falling Down’ …

Zomer 1993
Eind juni verzamelt politiek, pers en Kinepolis-directie op de Luchtbal voor de eerstesteenlegging van Metropolis. Er zal tegen een waanzinnig tempo worden gebouwd. Op 17 oktober wil men immers al openen met 12 zalen en met de première van ‘Jurassic Parc’.
Ook in de zalen van het Rex-concern wordt de nieuwe Spielberg-hit aangekondigd.

Wanneer de grote vakantie op zijn einde loopt, verschijnen echter de eerste echte onheilsberichten over het Rex-concern in de pers.
Heylen weet eerst alles nog te relativeren, maar op een paar dagen tijd valt wat overbleef van zijn rijk helemaal in duigen.
We laten u even meelezen in enkele krantenartikelen van toen.

donderdag 26/08/1993 – De Morgen – Bioskoopketen Heylen wankelt in Antwerpen

Eerder deze week circuleerden al geruchten dat 4 van de 24 maatschappijen van het Rex-concern ‘vereffend’ zouden worden.
Het concern heeft de jongste tijd al verscheidene zalen gesloten en 20 werknemers op straat gezet. Maar volgens Heylen is er geen sprake van verdere inkrimping.
Twee groepen, waarvan Heylen de namen niet wilde noemen, zouden belangstelling hebben om een participatie te nemen in het concern.
Intussen zijn al verschillende deurwaarders bij de bioskopen van het Rex-concern langsgekomen om de dagrecettes in beslag te nemen in opdracht van filmdistributeurs.

vrijdag 27/08/1993 – De Morgen – Stad legt beslag op Rex-zalen

Het Antwerpse stadsbestuur heeft beslag laten leggen op de onroerende goederen van het bioscoopconcern Rex.
Op elk bioskoopkaartje moet immers een heffing van vier procent betaald worden. Die heffingen zouden al maandenlang niet meer betaald zijn.
Ook een aantal filmdistributeurs krijgt nog geld van baron Heylen. Warner Bros. en Jan Verheyen van Independent Films hebben nog miljoenen te goed. Verheyen zegt geen films meer te zullen leveren aan de zalen van Rex.
De grote baas van het Rex-concern, baron Heylen, bleef gisteren vol vertrouwen: ‘Alles wat er geschreven wordt is flauwekul. Er zijn wel vier NV’s in vereffening, maar dat situeert zich louter in een boekhoudkundige sfeer. Dat is om de zaken allemaal een beetje te vereenvoudigen. Alle Rex-zalen blijven gewoon open’.
Heylen ontkende ook dat het stadsbestuur beslag zou hebben gelegd op de onroerende goederen van Rex. ‘Dat is allemaal gelogen.’

zaterdag 28/08/1993 – De Morgen – Stakingsaanzegging bij Rex-concern

Het personeel van het in moeilijkheden verkerende Antwerpse bioskoopconcern Rex heeft gisteren een stakingsaanzegging ingediend.
Vier zalen van de groep, de Ambassades in de Anneessensstraat, gingen gisteren al ‘tot nader order’ dicht. In de andere zalen zijn voor de nieuwe filmweek, die gisteren begon, wel voorstellingen gepland.
Eric Kloeck: ‘Dit is een farce die uit de hand gelopen is. Heylen is niet de enige die schuld treft, maar hij is wel de grootste schuldige van de huidige situatie. Hij heeft de mensen uit de cinema’s gejaagd, hij heeft veel te lang vastgehouden aan een zeer traditioneel en konservatief beleid, hij is niet mee geëvolueerd met de tijd en ten slotte heeft hij, voor zover ik weet, zijn eigen bedrijven geplunderd.’

zaterdag 04/09/1993 – Het Laatste Nieuws – Rex-concern failliet verklaard

Vrijdagochtend heeft de advocaat van het Rex-concern de boeken neergelegd van alle overblijvende maatschappijen van de groep.
De rechtbank van koophandel zetelde vrijdagochtend speciaal langer om omstreeks 12.30 u. de daadwerkelijke faling van alle vennootschappen van het Rex-concern uit te spreken. Concreet wil dat zeggen dat met directe ingang de lichten gedoofd worden in de zalen Rex, Ambassades, Sinjoor, Odeon, Metro en Quellin. Ook in Brugge sneuvelen de zalen van baron Heylen. Het zijn de cinema’s Van Eyck, Memlinc en de zalen van het Zwart Huis.
Binnen het bioscoopmilieu werd de volledige sluiting van de groep nog voor het einde van dit jaar in het vooruitzicht gesteld, maar dat het zo snel zou gaan had waarschijnlijk niemand kunnen, willen of durven voorspellen.
Niemand weet op dit moment hoe groot de schuldenberg van het Rex-concern is en of de kapitaliseerbare waarde van de groep, geschat op zo’n 800 miljoen fr., voldoende zal blijken om de rekeningen te vereffenen.

 

Het Laatste Nieuws

Het Laatste Nieuws van 04/09/1993, pagina 11

 

zaterdag 04/09/1993 – Het Nieuwsblad – Doek valt over cinemagroep Rex

Zeventig personeelsleden staan op straat. In Brugge sneuvelen mogelijk veertig banen.
Alleen de vennootschap Immo Anneessens, die het vastgoed beheert en geen grote schulden heeft, ontkwam aan het faillissement. Voor alle maatschappijen uit het concern die zich bezig hielden met de distributie of exploitatie van films geldt een definitief ‘The End’.
De aftakeling begon in de jaren ’80. De man die zich ondertussen baron mocht noemen, rustte op zijn lauweren. Terwijl de rest van het bioskooplandschap zich op één of andere manier profileerde – de enen met een aanbod van ‘kleine’ films, de andere met modernere zalen – bleef in het Rex-concern alles bij het oude. Vooral de verjonging van het bioskooppubliek scheen Heylen te ontgaan. Konkurrenten werden groter, terwijl Heylen de ene zaal na de andere moest sluiten.

dinsdag 07/09/1993 – De Standaard – Put Rex-concern bedraagt 700 miljoen

De put van het failliete Rex-concern bedraagt volgens een eerste voorzichtige schatting ongeveer 700 miljoen fr.
Een aanbod vanuit de cinemawereld om de zalen van de curatele voorlopig draaiende te houden sloeg curator Van Passel af. ‘Ik wil zo snel mogelijk overgaan tot verkoop’.

 

De laatste AUB, nr. 1444 van 27/08/1993

De laatste AUB, nr. 1444 van 27/08/1993

 

Epiloog
De stationsbuurt beleeft moeilijke tijden na het Rex-faillissement. Filmliefhebbers trekken massaal naar ‘de dokken’, terwijl de overgebleven Kloeck-zalen vechten om te overleven.
De Rex-zalen verdwijnen achter een ijzeren omheining. Verbleekte en afgebladerde calicots van ‘Cliffhanger’, ‘Denis, the menace’ en ‘Sniper’ herinneren aan de laatste vertoningen.

In het weekend van 23 april 1994 verkoopt veilinghuis Troostwijk de inboedel van het Rex-concern. Voor cinemanostalgici is het vooral een gelegenheid om een laatste keer in de zalen rond te dwalen en een kijkje te nemen achter de schermen.
Tijdens de kijkdagen is er immers niet alleen vrije toegang tot de zalen, maar ook tot de projectiekamers, de bureauruimtes, de Goya-zaal (de receptieruimte) en de privé-visiezaal van Heylen achter Ciné Metro. Oud-medewerkers van Heylen zijn blij elkaar teug te zien, maar hebben het moeilijk hun tranen te verbergen.
Uiteindelijk zal de verkoop zo’n 10 miljoen frank opbrengen. Internationale kopers hebben zich op de grote stukken gestort: zetels, projectoren, projectielenzen en schermen.
Het grote publiek biedt vooral op affiches en persmappen. Een koper biedt 40.000 frank voor het houten bureau van Georges Heylen en het fraaie glasraam dat zijn kantoor sierde wordt afgeklopt op 260.000 frank.

 

Catalogus Openbare Verkoop Rex-concern en Excelsior Films

Catalogus Openbare Verkoping Rex-concern en Excelsior Films

 

Journalisten schrijven nu en dan over mogelijke investeerders die weer leven in de stationsbuurt willen brengen. In de zomer van 1994 worden ondermeer MGM, UGC en Gaumont genoemd.
Het is uiteindelijk deze laatste groep die samen met projectontwikkelaar EPMC het grootste bod uitbrengt bij curator Marc Van Passel. Voor 335 miljoen frank kopen ze het Rex-complex tussen de De Keyserlei, de Anneessensstraat en de Van Ertbornstraat, goed voor 3761 m2.

In de winter van 1995 wordt gestart met de slopingswerken van Rex, Metro, Ambassades en Odeon. Baron Heylen maakt het allemaal niet meer mee. Hij sterft op 1 november 1995 op 84-jarige leeftijd. Na de sluiting van zijn zalen trok hij zich terug in zijn geboortestad Herentals. Hij weigerde elk interview en was niet meer in het openbaar te zien. Volgens intimi leed hij aan de ziekte van Alzheimer.

Het Gaumont-complex (17 zalen voor 3.800 kijkers) opent zijn deuren op 17 december 1997. Eindelijk terug ‘Actie in ’t stad’.

The last farewell
Mijn laatste film in het Rex-concern was ‘Cop and a half’, een flauwe familiefilm met Burt Reynolds. Ik zag hem op dinsdagavond 24 augustus in Ciné Metro II. De belangstelling was pover, in mijn herinnering zaten we met nog geen tien kijkers in de zaal.

Misschien was dit wel tekenend voor de laatste maanden (jaren?) van de Heylen-groep. Een oud-medewerker van de filmbaron vergeleek de doodstrijd van het Rex-concern met die van Sabena: ‘Als er in een vliegtuig voor 200 man slechts 20 plaatsen bezet zijn, is er verlies. Zo’n vliegtuig brengt kosten met zich mee. Sabena moest wel failliet gaan. Met het Rex-concern gebeurde hetzelfde. Op het einde werkte ik in cinema Rubens. Prachtige zaal met duizend zetels en daar zit dan 20 man!’ (zaalchef Jean Lafontaine in ‘Het paleis om de hoek’, Frank Heirman, uitgeverij BMP, 2006, pag. 105).

De sluiting van de Rex-zalen liet hoe dan ook een leegte achter in het hart van heel wat Antwerpse film- en cinemaliefhebbers. Een ‘cinemake doen’ zou nooit meer hetzelfde zijn. Weg waren de kleurrijke calicots, weg waren de verschillende zalen met elk hun eigen architectuur en karakter, weg waren de ouvreuses met hun ‘AUB’s en hun ijspralines …
Wie begin jaren negentig van vorige eeuw de Antwerpse cinema’s trouw was gebleven, voelde zich plots een beetje wees.