Antwerpen Kloeckstad

Eric Kloeck remembered (° 11 juni 1953 – † 9 december 2017)

In de zomer van 1976 was hij erbij toen enkele enthousiaste cinefielen cinema Monty nieuw leven in bliezen. Zijn naam zal voor altijd verbonden blijven met de Cartoon’s. En toen het Rex-concern in 1993 failliet ging, was hij met negen bioscoopschermen eventjes alleenheerser in ‘Antwerpen Kinemastad’.
Met het overlijden van Eric Kloeck nemen we afscheid van een creatieve duizendpoot die zijn stempel drukte op het Antwerpse cinemagebeuren van rond de eeuwwisseling.
We schetsen het portret van een eigenzinnige man aan de hand van citaten en een aantal persoonlijke gesprekken die we met hem hadden in 2015 en 2016.

Eric Kloeck in Gazet Van Antwerpen van 4 november 1999

 

‘Toen het betreden van de cinema een bijna nog groter evenement was dan de uren wegdromen die zouden volgen’ [1]
Eind jaren ’50, begin jaren ’60 liep het storm voor de cinema in Antwerpen. Niet alleen in de stationsbuurt. In elke wijk had je cinema’s die volle zalen trokken met films die maanden eerder hun première hadden beleefd in de centrumzalen. Een ticket was goedkoop en opkleden was niet nodig.

De jonge Kloeck had het geluk dat zijn beide grootmoeders fanatieke cinemagangers waren. In zijn roman ‘Trage Dagen’ (1999, uitgeverij Continental Publishing) beschrijft Kloeck met opvallend veel detail en liefde hoe Moemoe van Boven en Moemoe Cent hem elke week meenamen naar de cinema’s Ritz (nu Café d’Anvers op de Verversrui) en Winterpaleis (Paardenmarkt).

Het is geen subjectieve herinnering, maar Ritz zal altijd blijven voortleven als één der mooiste cinemazalen die ik uit die periode ken.
Aan de gevel lokten de vier rood gloeiende letters de bezoekers, roder dan de lampen die bij het einde van deze trechtervormige straat onder gelijkvloerse ramen brandden.
Achter zes glazen deuren voerde een gang naar de zacht verlichte in hout uitgesneden foyerruimte.
Rechts de vestiaire, zoals de zware houten art-deco letters vertelden. In de linkerhoek de bar naast de deuren met de ronde, donkere raampjes, de ware toegang tot de zaal.
Nog even een sas door en men betrad de zaal, die onmiddellijk indruk maakte omdat op de stoelrijen werd uitgekeken, het scherm lag immers achter je.
Langs de stoelenrijen vond je de gedimde bar die de hele vertoning openbleef. Tussen zetelrijen en bar, nodigde een gangpad uit tot het beklimmen van de trap die naar het steile balkon liep onder de drie drakenkoppen waaruit het hypnothiserende kegelvormige licht van de projectoren scheen (‘Trage Dagen’, pagina 46 – 47).

In het Winterpaleis (‘een kleine, volkse zaal’) zag Kloeck voor het eerst ‘Spartacus’ (1960, Stanley Kubrick), een film die hij vele jaren later met regelmaat zou programmeren in Monty en Cartoon’s.
Fascinatie is er meteen voor de wijkcinema’s (‘De inrichting van de Festa dat was toch helemaal ‘Das Cabinet des Dr. Caligari’). Om dan later vast te stellen dat met het verdwijnen ervan ook een deel van het sociaal leven verdween.
Uitnodigende lobby-foto’s en kleurrijke affiches met tot de verbeelding sprekende Vlaamse titels (‘Zolang er mensen bestaan’, ‘De trein zal drie maal fluiten’ , ‘Zij die tweemaal leefde’…[2]) doen de jonge Kloeck wegdromen. Zonder een meter pellicule te hebben gezien, fantaseert de jonge filmfanaat eigen verhalen over de films die hem te wachten staan.
Op zijn vijfde heeft hij al een duidelijk beeld over wat hij later wil doen: schrijver worden of iets wat met cinema te maken heeft.

De romans van Eric Kloeck

 

De Bloedige Terugkeer van C. Verschaeve
Op zijn 22 jaar debuteert Kloeck als schrijver. Samen met jeugdvriend Jan Ceuleers (neen, niet de journalist en latere programmadirecteur van de openbare omroep) schrijft hij in enkele weekends het chaotische verhaal van een zekere Xavier Wasseret en de opgraving in Oostenrijk van de stoffelijke resten van Cyriel Verschaeve door de VMO.
Walter Soethoudt is als uitgever niet vies van wat risico en geeft het boek uit.
In zijn memoires[3] herinnert Soethoudt zich dat Kloeck er op aandrong om het boek er ‘slecht’ te doen uitzien. ‘Het omslag is afschuwelijk, het houtvrij papier is bijzonder geel en wanneer het lood eenmaal op de drukmachine ligt, geef ik het nog een ferme stoot mee zodat er nogal wat dansende regels in het boek terechtkomen’ (pagina 121).
De presentatie aan de pers gebeurt vanuit een rijdende tram ‘zodat we geen overvallen van de VMO op onze nek krijgen’ (nog volgens Soethoudt).
Is het daarom ook dat Kloeck en Ceuleers het uitgeven onder de nom de plume ‘neefjes De Rouck’?
Volgens Kloeck had het boek aardig wat succes (‘vooral in Nederland’), maar heeft hij er nooit een frank van gezien. Geen verwijten aan het adres van Soethoudt evenwel: ‘Ik mag die man wel, hij heeft dikwijls zijn nek uitgestoken’.
Feit is dat ‘De Bloedige Terugkeer van C. Verschaeve’ nu nog moeilijk te vinden is. Volgens Kloeck betaalde je in een antiquariaat al vlug 35 euro voor een exemplaar in goede staat.

Het schrijven zou Kloeck niet meer loslaten. Tussen zijn drukke cinemabezigheden schrijft hij ironische stukjes voor het tijdschrift ‘Andere Sinema’ en levert hij aan Studio Vandersteen scenario’s voor de Duitse versie van ‘Bessy’ (‘met afstand van rechten’).
Pas in 1999, na de verkoop van de Cartoon’s aan de groep Kladaradatsch!, vindt Kloeck weer tijd voor een roman. In ‘Trage Dagen’ schildert hij het Antwerpen uit zijn jeugd. Van 1953, zijn geboortejaar, tot 1963, het jaar dat het gezin Kloeck verhuist van de Italiëlei naar een nieuwe voorstadswoonst in Ekeren.

De zomer van 1976
Iedereen herinnert zich de zomer van ’76 als die onafgebroken periode van zonneschijn en veel te hoge temperaturen. In de late uren zoekt een werkloze Kloeck verkoeling in de kroegen op en rond het Conscienceplein. Hij luistert er naar de wilde plannen van een trio onverlaten om cinema Monty opnieuw op te starten met een gedurfde programmatie. Grote bezieler Michel Apers was geen onbekende voor Kloeck. Ze waren elkaar tegenkomen tijdens de Film Internationals van 1973 en 1974 in de Roma (‘We zagen elkaar in lege zalen’). Kloeck gelooft in het project en biedt zijn diensten aan.
Wanneer de Monty in september 1976 weer opengaat is Kloeck omnipresent: folders posten op het Zuid, de zaal poetsen op maandag en vele avonden de kassa doen.
Vanaf november bepaalt hij ook mee het programma, een mix van hernemingen en cinefiele premières. Kloeck verwerft een symbolish aandeel van de Monty en krijgt een bescheiden loon uitbetaald (‘amper iets meer dan mijn dopgeld’).
De mooie herinneringen aan de Monty zullen Kloeck altijd bijblijven: ‘Overal kende men ons en we werden continu getrakteerd’.

Affiche die de opening van Cartoon’s aankondigt

 

Kloeck wordt gezicht van de Cartoon’s
Het succes van de Monty baart de uitbaters ook kopzorgen. Een dynamische en rendabele exploitatie is moelijk met slechts één scherm. De eigenaars (de parochie) zijn ook niet echt happig om te investeren in de verouderde zaal. Om op termijn te overleven zoeken de Monty-boys naar alternatieven. Zo worden er gesprekken aangeknoopt met Guy Dandelooy.
Die heeft enkele jaren eerder nog meegewerkt aan het Antwerps ‘Studio’-project van Leuvenaar Jos Rastelli. Samen met enkele vrienden uit het hockey-milieu heeft Dandelooy een pakhuis in de Kaasstraat omgebouwd tot privé-club met cinemafaciliteiten.
Dandelooy en co. willen hun infrastructuur commercialiseren en hebben hiervoor nood aan kapitaal en knowhow. Het komt tot een akkoord met de uitbaters van de Monty. Elk stoppen ze een half miljoen Belgische franken in een nieuwe vzw. Verder maakt een banklening van één miljoen het mogelijk om twee zaaltjes en een café in de kelder in een mum van tijd klaar te maken voor uitbating.
Uitgangspunt is om ‘stiefmoederlijk behandelde genres als de fantastiek, nog slechts sporadisch in zalen vertoonde klassiekers of gewoon nieuwe films waarvoor slechts een beperkt publiek bestaat’[4] een kans te geven.
Op zaterdag 2 september 1978 is het zover. In zaal 1 wordt ambitieus gestart met de Antwerpse première van ‘Pourquoi pas!’ (1977, Coline Serreau). Zaal 2 programmeert de Engelse horror anthologie ‘From Beyond the Grave’ (1974, Kevin Connor) en een Charlie Brown-tekenfilm uit 1969 (‘A Boy named Charlie Brown’, Bill Melendez).

Al snel wordt Cartoon’s een begrip in Antwerpen. De kleine zalen (100 en 49 plaatsen) maken het Kloeck mogelijk om creatief te programmeren. Het publiek smult van het gevarieerde aanbod en apprecieert de no-nonsense aanpak die scherp contrasteert met de stijfdeftigheid van de Rex-zalen.
In maart 1982 volgt zelfs de opening van een derde zaal op de eerste verdieping van het gebouw.

Overzichtsaffiche Monty/Cartoon’s – week van 2 september 1978

 

Ups and downs
Voor de buitenwereld lijken de beginjaren van de Cartoon’s een succes zonder weerga. Achter de schermen gaat het er evenwel minder fraai aan toe. Verzuurde relaties, het stopzetten van de Monty en tegenvallende inkomsten zorgen begin jaren ’80 voor een breuk tussen de aandeelhouders.
De groep rond Dandelooy wil meer rendement, kompaan van het eerste uur Jan Jespers wordt na een confict aan de deur gezet, Michel Apers werkt deeltijds voor de Calypso-zalen en moet compromissen sluiten met zijn vrienden van de Cartoon’s …
Kloeck verdient amper het zout op zijn patatten en klust bij als kassier van de Calypso-zalen, bedenkt vragen voor de televisie-kwis ‘Cinemanie’ van Michel Follet en levert zijn Bessy-scenario’s af.

Eind 1985 ontstaat er uiteindelijk een vertroebeld klimaat waarin iedereen zijn Cartoon’s-aandelen kwijt wil (‘Ze gooiden de aandelen naar mijne kop’). Kloeck beseft dat het vijf voor twaalf is en spreekt in zijn Cinemanie-entourage enkele jonge filmbuffs aan. Erik Engelen, Michel Follet en Erik Van Looy zijn bereid om mee te participeren in de Cartoon’s.
Een onverdeeld succes wordt de samenwerking evenwel niet. Ondanks het kleine leeftijdsverschil heeft Kloeck het moeilijk met de manier van aanpak en de visie van de nieuwelingen. Vele jaren later spreekt hij nog over ‘etterbakjes’, ‘groot lawaai’ en ‘ze gingen het allemaal terug heruitvinden’. Om er meteen aan toe te voegen dat alle meningsverschillen met de jaren zijn uitgepraat.

Gelukkig zijn er een aantal films die Cartoon’s er weer bovenop helpen. Kloeck noemt ’37,2° Le Matin’ (1986, Jean-Jacques Beinex) zelfs ‘the picture that saved Cartoon’s’. De film begint in december 1986 te lopen en zou pas zestig weken later van de affiche verdwijnen.
Maar ook ‘Bagdad Café’ (1987, Percy Adlon) en later ‘The adventures of Priscilla, queen of the desert’ (1994, Stephan Elliott) en ‘Il Postino’ (1994, Michael Radford) blijven onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van de Cartoon’s.
De vertoning van het controversiële ‘Salo’ (1975, Pier Paolo Pasolini) in januari 1988 zorgt ervoor dat er tegen Kloeck klacht wordt neergelegd wegens openbare zedenschennis.’Er mag al eens  gelachen worden’, zou Kloeck later zeggen wanneer de onderzoeksrechter de zaak klasseert.

Brochure ’10 jaar Cartoon’s’ (september 1988)

 

Kloeck verlegt zijn grenzen
Begin jaren ’90 is de Antwerpse bioscoopsituatie niet bepaald rooskleurig te noemen. In de stationsbuurt sluit Heylen een aantal van zijn zalen en het is afwachten hoe lang men de inplanting van een mega-bioscoop aan de stadsrand nog kan tegenhouden.
De videodistributiegroep Super Club, die in de zomer van 1986 de exploitatie van de Calypso-zalen in de Quellinstraat had overgenomen, komt in financiële problemen en zoekt een overnemer voor de triplex.
Eric Kloeck was in augustus 1991 door Super Club al gevraagd om de programmatie van de drie zalen te doen en op 1 april 1992 wordt hij ook de nieuwe uitbater. Een uitdaging van formaat. Kloeck hoopt de uitbating van de Calypso’s naar een hoger niveau te kunnen tillen, zowel wat het filmaanbod als wat het aantal bezoekers betreft.

Een jaar later (maart 1993) neemt Kloeck ook de drie bioscopen in het Century Center over van Heylen. De zalen hebben dan dringend een face-lift nodig qua look en programmatie: “Ze hebben een goede infrastructuur, maar zijn voor verbetering vatbaar. Ik wil vooral meer het accent op het cinemagebeuren leggen. De inkomhal wordt uitnodigender gemaakt en de kassa verhuist naar de gelijkvloerse verdieping, om het contact met het shopping center te bevorderen.”[5]

De aanpak loont en wanneer in september van dat jaar het Rex-concern over de kop gaat, is Kloeck alleenheerser in ‘Antwerpen Kinemastad’. Met zijn negen schermen bedient hij op dat moment zowel de filmconsument als de cinefiele meerwaardezoeker.

Aantrekken en afstoten
De opening  van Metropolis op 17 oktober 1993 zorgt voor een aardverschuiving in Antwerpen. ‘Jurassic Parc’ lokt meteen de massa naar de Luchtbal. Kloeck programmeert de Spielberg-film ook maar moet vaststellen dat enkel een ‘handjevol slecht ter been zijnde bejaarden en een kluitje verdwaalde toeristen’ (dixit Jan Verheyen) de weg naar de Calypso vinden.

Op 26 juni 1995 sluiten de Century-zalen definitief en even later verkoopt een moegestreden Kloeck het Calypso-complex aan Gaumont. De Franse groep is dan net begonnen aan de bouw van een nieuwe multiplex op de vroegere gronden van de Rex-cinema’s. Gaumont zou de Calypso’s blijven uitbaten tot mei 2000.

Kloeck plooit zich terug in de Kaasstraat waar de Cartoon’s strijdt om te overleven (‘Toen ik in de jaren’70 begon was ik zo oud als mijn publiek. Dat ben ik nog steeds’, zou Kloeck later meerdere malen verkondigen).

De jaren die volgen, zijn niet meteen de meest makkelijke.
Met het Limburgse Kladaradatsh! krijgt Cartoon’s in 1998 een nieuwe eigenaar die meer geïnteresseerd is in het horecagedeelte dan in het filmgebeuren.
Kloeck blijft de programmator, maar moet met lede ogen toezien dat de groep twee jaar later door wanbeheer op een faillissement afstevent.
Cartoon’s sluit noodgedwongen een zestal weken in de herfst van 2000 en opent opnieuw op 22 november met ondermeer ‘Lijmen/Het Been’ van Robbe De Hert.

De nieuwe eigenaar, filmdistributeur ABC, zet de samenwerking met Kloeck verder. ‘Ik voel me als iemand die net een auto-ongeval heeft gehad en voor het eerst weer achter het stuur kruipt’, verklaart Kloeck aan de pers. Hij droomt ervan om op jaarbasis 100.000 bezoekers te halen met de ‘nieuwe’ Cartoon’s.
Die cijfers zijn echter veel te ambitieus. 2001 sluit af met iets meer dan 71.000 verkochte tickets. Een jaar later zijn er dat nog 63.000. ABC stopt de samenwerking met Kloeck in het voorjaar van 2002 om hem drie jaar later toch weer aan te stellen als programmator.

In december 2007 volgt er bij ABC een ‘grondige herstructering’ en opnieuw wordt Kloeck aan de kant geschoven.
Maar ook ABC moet op 24 september 2013 de boeken neerleggen wanneer de Nederlandse financiers achter Cartoon’s niet langer bij machte zijn om de zalen van het nodige kapitaal te voorzien.

Een nieuwe start volgt op 28 februari 2014 onder de vleugels van de distributeurs Lumière en Wild Bunch. Kloeck kijkt toe vanop de zijlijn en mag af en toe nog een film uit het rijke Cartoon’s-verleden inleiden.

Cartoon’s op de voorpagina (Gazet Van Antwerpen – 26/09/2013)

 

Frustraties en ambities
De jaren zijn niet altijd even vriendelijk geweest voor Kloeck. Zorgen in zijn privéleven en problemen met de gezondheid beginnen hun sporen na te laten. Hij oogt vermoeid en kwetsbaar.

Toch blijft Kloeck gedreven. Na het laatste faillissement van de Cartoon’s haalt hij nog even het ATV-nieuws om zijn plannen voor een nieuw cinemacomplex uit te doeken te doen. Hij droomt van 7 tot 10 zalen met een aanbod van kwaliteitsvolle producties die appeleren aan een groot publiek. ’Zoals in de beginjaren van de Calypso’. Kloeck heeft naar eigen zeggen goede contacten met investeerders. Het vinden van een geschikte locatie is minder evident (even wordt gedacht aan de Zillion-site op het Zuid). Sceptici weten dan al dat de dromen van de oude rot niet realistisch zijn.

 

Kloeck laat een laatste keer van zich horen in 2016 wanneer hij samen met Robbe De Hert hun Antwerpse vertaling van de Suske en Wiske-strip ‘De Raap van Rubens’ aan de pers voorstelt.
Plannen om een scenario te schrijven naar de Claus-roman ‘Een zachte vernieling’ krijgen wel de goedkeuring van weduwe Claus maar worden niet verder geconcretiseerd.
Een roman geïnspireerd op de figuur van Georges Heylen lijkt hem nog het best te liggen al ‘kan ik niet iedereen bij naam noemen, te delicaat”.
De fascinatie voor Heylen is er altijd geweest bij Kloeck. Bewondering voor wat de cinematycoon in de jaren ’50 en ’60 presteerde, maar diepe afschuw voor de man die hij in de jaren ’70 professioneel echt leerde kennen (‘Despotische baron’, ‘Stellen dat Georges Heylen krapuul van het zuiverste kaliber is, lijkt nog braaf uitgedrukt’ [6]).

Wie de laatste jaren wel eens op de Vrijdagmarkt kwam, zag regelmatig dezelfde fragiele man een glas wijn drinken in één van de cafés op wandelafstand van zijn appartement.
Ogen die bleven fonkelen wanneer hij met enkele gelijkgestemden kon praten over films en cinema-exploitatie. Mijmerend en anekdotisch over het verleden, zich opwindend over alles wat verkeerd liep in ‘Antwerpen Kinemastad’ anno 21ste eeuw.

Kloeck stierf min of meer in dezelfde omstandigheden als zijn grote nemesis, Georges Heylen: uit de belangstelling verdwenen en sukkelend met zijn gezondheid.
Eric Kloeck heeft Antwerpen nooit kunnen loslaten (op een korte periode na aan het begin van deze eeuw toen hij programmator was van het Eurpees filmfestival in Brussel en de Flagey-bioscoop) en met zijn overlijden verliest deze stad dan ook een groot deel van zijn cinemageheugen en -geschiedenis.
Laten we dat niet vergeten telkens we ons nestelen in één van de Cartoon’s zetels.

Wie herinneringen heeft aan Eric Kloeck en/of Monty/Cartoon’s en deze graag wil delen met andere lezers van deze blog kan gebruik maken van de link ‘Plaats een reactie’ bovenaan dit artikel.
Verder is er ook het mailadres antwerpen.kinemastad@hotmail.be . Dit kan je gebruiken voor al je verhalen en vragen met betrekking tot de Antwerpse cinemageschiedenis.

 

[1] Andere Sinema nr. 40, juni 1982, pagina 31 (‘De smaak van wansmaak’, artikel van Eric Kloeck en Marc Holthof)

[2] De Vlaamse titels voor ‘From Here to Eternity’, ‘High Noon’ en ‘Vertigo’.

[3] ‘Herinneringen – Uitgevers komen in de hemel’ – Walter A.P. Soethoudt (Meulenhoff/Manteau, 2008)

[4] ‘Film en Televisie’, nr. 256, september 1978, p. 27.

[5] Het Nieuwsblad – Antwerpen, 18 maart 1993, p. 15, ‘Nieuwe films in ‘nieuwe zalen’, MER.

[6] Eric Kloeck in het Nederlandse vaktijdschrijft ‘Film’, september 1993, p. 29.

Advertenties

3 Responses to Antwerpen Kloeckstad

  1. Arnoud says:

    Ik lees dit bericht nu pas (27 januari 2018). Ik werkte van 1988 tot 1990 voor Eric. Het waren de tijden van Salo en Der Himmel über Berlin en – inderdaad – Bagdad Café. Hoe Eric van zo’n onbenullige film een kassucces wist te maken, ik zal het wel nooit begrijpen. Maar wat een gedreven man, geweldig. Met zijn eeuwige gauloise en zijn J&B zonder ijs vertelde hij over de oude cinema. Ik luisterde naar zijn mooie verhalen, deed mijn werk als projectionist en ging natuurlijk ook wel in discussie (ik was nu eenmaal die eigenwijze Hollander) met Eric. Rust zacht, ouwe reus, ik zal je nooit vergeten.
    Arnoud uit Rotterdam

  2. Ghost says:

    Ik heb Eric maar een paar keer ontmoet tijdens vergaderingen van een kleine politieke partij die ondertussen al lang niet meer bestaat, en ik heb hem altijd een facinerende persoonlijkheid gevonden. Ik vond dat hij zo weggelopen was uit één van de stripverhalen van de Franse tekenaar Jacques Tardi. Ik heb hem dat ooit ook eens gezegd en ik zag dat hij was fier was, want hij was net zoals ik fan van die tekenaar.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: