Binnenkort in Ciné National

Nieuw leven voor vergeten Seefhoek-zaal

Belgische filmaffiche van ‘The Mask of Fu Manchu’ – vertoond in de National in de week van 26 augustus 1966 (eigen collectie)

 

Wie nu door de Seefhoek kuiert, kan zich moeilijk voorstellen dat dit een wijk is met een rijk cinemaverleden.
In de dichtbevolkte ‘vijfde wijk’ krioelde het in de jaren ’50 van bioscoopzalen. Namen als de Prins Albert (later ook ‘RAF’ genoemd), de Cinema Americain (beiden in de Diepestraat) en Ciné Dixi (Handelsstraat) zullen nu enkel nog een belletje doen rinkelen bij de oudere bewoners. Nog voor de echte crisis in de bioscoopsector toesloeg, rolden in deze zalen de laatste meters pellicule al door de projectoren.
De Festa in de Offerandestraat was de laatste overlevende van het eens zo bruisende filmgebeuren in de Seefhoek. Begin 1987 doofde cinematycoon Georges Heylen de lichten van deze prachtige bioscoop voorgoed. In de plaats kwam een supermarkt (het trieste lot van vele ‘droompaleizen’). Klanten van Albert Heijn kunnen tijdens het winkelen de oorspronkelijke architectuur van de zaal nog bewonderen.
Net om de hoek van de Festa/Albert Heijn bevindt zich nog zo’n vergeten cinemaparel: de National.
Filmliefhebbers met heimwee naar de zalen van weleer zullen vast al gehoord hebben dat Ciné National in de Lange Beeldekensstraat (huisnummer 152) binnenkort aan een tweede leven begint. En dat precies honderd jaar na de opening. Het lijkt een sprookje, maar dankzij Stefan De Virgilio mogen cinefielen en buurtbewoners zich weldra weer nestelen in het pluche van deze wijkcinema.

‘Een nieuw paleis der Kinematografie’

In de ‘Antwerpsche Courant’ (krant opgericht door flaminganten tijdens WO I) van 16 april 1918 steekt een anonieme redacteur de loftrompet over de bouwwerken aan een ‘nieuwe kinemaschouwburg’, cinema National.
De titel van het artikel laat alvast niets aan de verbeelding over: ‘Een nieuw paleis der Kinematografie’. De journalist laat weten dat de zaal van bij het binnenkomen een overweldigende indruk nalaat (‘Een brede, monumentale trap leidt naar het amfitheater en de gaanderij’). Er is plaats voor ruim duizend kijkers in een zaal die is opgevat in gemoderniseerde Louis XIV-stijl. De wandversieringen ‘hoewel sober, zijn vlijtig en weelderig’. Verder ligt er een rijke parketvloer en regelt een modern stelsel van centrale verwarming de temperatuur. De zaal kan daglicht krijgen ‘langs een breed zolderingsraam in veelkleurig kunstglas’. Bedoeling is om ‘kinemavertoningen te geven, afgewisseld door zang-en andere nummers’. De redacteur eindigt met wervende woorden: ‘Een bezoek aan de National zal de lezer nog beter overtuigen dat, ook in de volksrijke straten, gebouwen oprijzen die Antwerpen, als grote stad, volkomen waardig zijn’.

De officiële opening van de National volgt enkele weken later, op vrijdag 3 mei 1918.
In het weekblad ‘Het Tooneel’ van 11 mei lezen we op pagina 2 nog meer lofzangen.
We nemen de tekst integraal over (inclusief de spelling van toen): ‘Alles is op den grootste voet ingericht, op kosten is er waarlijk niet gezien. De sierlijke bouwtrant, met smaakvolle versiersels, de rijke stoffeering, de kostbare marmeren trappen en vloeren, de geslepen spiegels, de gekleurde vensterglazen, enz., enz., maken er een juweeltje van dat met menige zaal onzer stad geene vergelijking kan onderstaan’. Het programma van de tweede week wordt als van de ‘bovenste plank’ omschreven: ‘De blonde Jodin’, een treurspel in vier delen met Hedda Vernon, en ook ‘De oom van Amerika’. Als attractienummer zullen de ‘komieke springers Barios en Pipo’ optreden.

Geldschieter van al deze pracht en praal is een apotheker, Florimond Holemans, die het dagelijks bestuur van de zaal overlaat aan zijn schoonbroer, Louis Bogaerts.
Frank Heirman (auteur van ‘Paleis om de Hoek’) weet dat de zaal werd getekend door Adolphe Van Coppernolle en dat er beneden 650 plaatsen waren en boven 250.

In haar masterproef architectuur met als titel ‘De bezette bioscoop in de Kinemastad’ verzamelde studente Ruth Van der Meulen nog volgende gegevens over de National:
‘De toegang tot de bioscoop bevond zich links in de gevel. Deze toegang bestond uit twee delen: een entree met kassa aan de linkerzijde en een doorgang met trap naar de verdieping aan de rechterzijde. De zaal was haaks op de inkompartij aan de Lange Beeldekensstraat ingepland. Aan de zaal lag een café met uitgang aan de Klappeistraat. De omlopende galerij van de filmvertoningszaal was tevens bereikbaar via een trap in dit café’.

Al vrij snel na de opening wordt de National overgenomen door de drie broers Gijles. Volgens Heirman hadden ze goed geld verdiend als grossisten in vlees om dan na WO I in de bioscoopbranche te stappen. Zo waren ze ook eigenaar van de eerder genoemde Ciné Americain en de Poccardi in de Schippersstraat (de latere Ritz, nu Café d’Anvers).

Belgische filmaffiche van ‘Wake of the Red Witch’ – vertoond in de National in de week van 10 februari 1950 (eigen collectie)

 

De gouden jaren

Wat er met de National gebeurde in de Tweede Wereldoorlog hebben we niet kunnen achterhalen. Feit is wel dat de zaal in de jaren na de oorlog gouden zaken deed.
Cinema’s floreerden als nooit tevoren en de Amerikaanse en Engelse succesfilms die meer dan vijf jaar onzichtbaar waren gebleven, overspoelden onze schermen.
Wijkzalen moesten altijd wachten op de grote succesfilms tot die hun carrière in de zogenaamde exclusiviteitszalen van het centrum hadden beëindigd.
Dat was in de hoogdagen van het bioscoopbezoek hoegenaamd geen probleem voor de talrijke wijkcinema’s. Begin jaren ’50 namen de ‘ruim 260.000 Antwerpenaren uit het centrum en de volkswijken wekelijks bijna 239.000 bioscooptckets voor hun rekening’[1].
Wie in die volkswijken woonde, keek vooral films in de zalen dicht bij huis. Enkel bij speciale gelegenheden of voor een bijzondere film kleedde men zich op om naar één van de centrumzalen te gaan.
De National maakte er in de jaren ’40 en ’50 een erezaak van om met affiches in café’s en buurtwinkels volop reclame te maken voor de vertoonde films. Veel van deze affiches worden nu gekoesterd door verzamelaars. Zo mag Jacques Vermeire terecht trots zijn op het exemplaar van ‘Casablanca’ dat in zijn bezit is (‘Casablanca’ werd in de National vertoond in de week van 8 maart 1946).

Uit de ‘Man met de pet – In de wereld van Jacques Vermeire’ (2015, Borgerhoff & Lamberigts, p. 186 – 187)

 

Veroveringstocht van Georges Heylen

Nadat Georges Heylen in het Statiekwartier de basis had gelegd van zijn cinemarijk (na de Rex volgden de Astrid, de Odeon en de Vendôme) richtte hij in de jaren ’50 zijn vizier op de cinema’s uit de Seefhoek en Borgerhout. Zijn redenering was simpel, maar geniaal: door films voor een lange tijd te huren, bedong hij gunstige financiële voorwaarden bij de distributeurs. Fims begonnen hun carrière in een grote centrumzaal, werden daarna doorgespeeld in een kleinere zaal om tenslotte naar de wijkcinema’s te verhuizen. Het was een techniek die het Rex-concern door zijn vele zalen maximaal kon toepassen.
In de Seefhoek voegde Heylen in de jaren ’50 de zalen Dixi, Festa en National toe aan zijn patrimonium. Met goedkopere tickets en zogenaamde ‘double bills’ (een hoofdfilm en een iets oudere bijfilm voor de prijs van één ticket) bleven de wijkzalen lange tijd een aantrekkelijk alternatief voor de meer elitaire centrumzalen.

Belgische filmaffiche van ‘The Skull’ – vertoond in de National in de week van 21 oktober 1966 (eigen collectie)

 

Trouwe lezer Jef Davidse herinnert zich de National nog goed: ‘De eerste film die ik er zag, moet ‘The Fall of the Roman Empire’ zijn geweest (week 5 maart 1965, red.). In dezelfde periode zag ik er ook ‘The Flying Leathernecks’ met John Wayne en ‘Genghis Khan’ met Stephen Boyd. Toen was de National nog een echte buurtcinema. Ik kwam er liever dan in de Festa. Waarschijnlijk had dat met de grootte van de zaal te maken. De National leek een echtere cinema dan de Festa. Spijtig genoeg maakte net die omvang de zaal minder aangenaam in haar nadagen toen er nog amper toeschouwers waren. Ik meen me te herinneren dat het er soms bar koud was. Mogelijk zette men de verwarming niet aan voor vier, vijf mensen. De vertoning van ‘The Beguiled’ met Clint Eastwood (week 22 oktober 1971, red.) zal me altijd bijblijven omdat mijn lief en ik op een woensdagnamiddag helemaal alleen in de zaal zaten. Opvallend was ook dat je buiten aan de kassa de klankband van de film kon horen. Dat was toen bij meerdere zalen zo, maar nergens zo luid als aan de National’.

Jaren ’70 – Heylen sluit zijn wijkzalen

Eind jaren ’60 – begin jaren’70 had Heylen geen concurrenten meer in het centrum. Dit quasimonopolie leidde in die periode uiteindelijk tot een conflict met de grote Amerikaanse distributeurs (zie o.m. https://cinantwerp.wordpress.com/2014/10/22/excelsior-films-van-st-pauli-naar-de-verboden-stad/ ).
Door de ‘drooglegging’ vanwege deze majors richtte Heylen een eigen firma op, Excelsior – Filimpex, voor het aankopen en verdelen van films.
Het was dan ook niet verwonderlijk dat de wijkzalen van het Rex-concern volop de (toen nog minderwaardige) Excelsior-films begonnen te programmeren.
Zo werd de National in de vroege jaren ’70 het perfecte vehikel om de derderangsfilms uit de catalogus van de nieuwe distributeur te vertonen. Tegelijkertijd zorgde dit ervoor dat buurtbewoners of filmliefhebbers steeds moeilijker de weg naar de eens zo luisterrijke National vonden.
Wie de programmatie van de laatste vijf weken van de zaal bekijkt, kan hen moeilijk ongelijk geven. Het was een bont allegaartje van overjaarse peplums en spaghetti- of paëllawesterns mét Excelsior-label. Over de bijfilms vonden we zelfs in het maandblad ‘Film en Televisie’ (dat toen werkelijk alle films repertorieerde) niet altijd informatie, zo obscuur waren ze.

hoofdfilm bijfilm
week 26/01/1973 The Invincible Gladiators (Italë, 1964, regie Robeto Mauri) Escape from Red Rock (USA, 1957, regie Edgard Bernds)
week 02/02/1973 Matalo (Italië, 1970, regie Cesare Canevari) De azen van de RAF (?)
week 09/02/1973 Challenge of the Gladiators (Italië, 1965, regie Domenico Paolella) Battles of Chief Pontiac (USA, 1952, regie Felix E. Feist)
week 16/02/1973 Ride for a Massacre (Italië, 1967, regie Gianni Puccini) De schorpioen – Hold up girl (?)
Week 23/02/1973 Mestizo (Spanje, 1966, regie Julio Buchs) De afgod der wildernis (?)

Op donderdag 1 maart 1973 publiceert Gazet Van Antwerpen voor het laatst een mini-advertentie van de National. We gaan er dan ook van uit dat er met ‘Django vergeeft niet’ (orginele titel ‘Mestizo’) een voorlopig einde kwam aan bijna 55 jaar cinema in de Lange Beeldekensstraat.

Gazet Van Antwerpen – donderdag 1 maart – pagina 8: advertentie Ciné National links onderaan

 

De jaren 70 waren trouwens ongemeen hard voor de weinige wijkzalen die de sixties hadden overleefd. Concurreren tegen kleurentelevisie en kabeldistributie was onbegonnen werk voor de meeste randstadzalen van het Rex-concern.

Na de sluiting van de National volgden nog:

zaal straat sluiting
Forum Brederodestraat 7 maart 1974
Tosca Bredabaan – Merksem 9 oktober 1975
Victory Bothastraat – Borgerhout 6 mei 1976
Century Drink – Borgerhout 2 juli 1976
Monty Montignystraat 14 juli 1976

De Heylen-zalen Festa, Roma en Berchem Palace overleefden het decennium wel.
Ciné Monty ‘alternatieve stijl’ heropende op 15 oktober 1976, een initiatief van Michel Apers, Michel Vandeghinste en Jan Jespers.

De National blijft de jaren na de sluiting min-of-meer zijn oorspronkelijke vorm behouden.
Met een vals plafond wordt wel een scheiding gemaakt tussen parterre en balkon. Handelaars komen en gaan (schoenen, kledij, meubels …), maar het is moeilijk overleven in een kansarme buurt.

Programma van Ciné National van 1 oktober 1965 (collectie Willy Magiels)

 

De herontdekking van de National

Stefan De Virgilio, medewerker van het sympathieke filmhuis Klappei, staat in de winter van 2016 voor een vervelende karwei. Een dakgoot boven de binnenkoer van de Klappei is aan herstelling toe. Wanneer hij op de ladder staat, kijkt hij nieuwsgierig even door het raam van het aanpalende gebouw. Wat hij ziet is een projectiekamer, met daarachter zicht op rode gordijnen.
Oudere buurtbewoners weten Stefan één en ander te vertellen over Ciné National. Hun verhalen doen hem dromen van nieuwe kansen voor een vergeten bioscoop.
Wanneer de eigenaar van de zaal zich bereid toont om met zijn meubelzaak te verhuizen naar de nabijgelegen Handelsstraat komt alles in een stroomversnelling.
Op 19 juni tekent De Virgilio een huurcontract van 27 jaar. Bedoeling is om in de zomer het valse plafond af te breken om dan op Open Monumentendag (10 september) de National te tonen aan het grote publiek.
De Virgilio maakt zich sterk dat de zaal nog in betrekkelijk goede staat is, maar beseft anderzijds dat hem en zijn team van vrijwilligers nog heel wat werk te wachten staat.
We hopen samen met hem dat het lukt om in september 2018 (iets meer dan 100 jaar na de opening) weer film te vertonen in de National. De buurt, de stad en alle cinemaliefhebbers zullen Stefan meer dan dankbaar zijn.

Wie herinnert zich nog iets van de National? Wie heeft nog foto’s, affiches of programmablaadjes van de zaal? Alle info is welkom via antwerpen.kinemastad@hotmail.be
Bruikbaar materiaal publiceren we graag (én met bronvermelding) op de site.
Reageren kan ook via ‘Plaats een reactie’ bovenaan dit artikel.
____________

[1] Kathleen Lotze en Philippe Meers, ‘Citizen Heylen’, in ‘Tijdschrift voor mediageschiedenis’, jg.13, nr. 2, 2010, p. 80-81

Advertenties

3 Responses to Binnenkort in Ciné National

  1. Dag Frank.
    Dat is weer een mooi artikel …
    Er is me iets echter niet duidelijk in het artikel Ciné National, er staat: “Al vrij snel na de opening wordt de National overgenomen door de drie broers Gijles. Volgens Heirman hadden ze goed geld verdiend als grossisten in vlees om dan na WO I in de bioscoopbranche te stappen. Zo waren ze ook eigenaar van de eerder genoemde Ciné Americain en de Poccardi in de Schippersstraat (de latere Ritz, nu Café d’Anvers).”
    Moet ik er van uitmaken dat de RITZ (nu Café d’Anvers) in de Verversrui vroeger Poccardi genoemd was ?

    • cinantwerp says:

      Michel,
      Dank voor je reactie en fijn weer eens van je te horen.
      De informatie over de Ritz haalde ik uit het boek ‘Het paleis om de hoek’ van Frank Heirman.
      Daarin schrijft hij op de pagina’s 38 – 39 dat Alfons Gijles in 1931 danszaal ‘De Zwarte Kat’ kocht in de Verversrui. ‘Hij liet de zaal verbouwen, stak er een balkon in en opende cinema Poccardi. Volgens zoon Achilles Gijles was de naam afgeleid van Picardie, een aandenken aan een reis naar Parijs waar zijn ouders in Hotel Picardie verbleven’. Toen Jos Wellens de zaal later overnam, veranderde ook de naam. Vanaf dan was het Cinema Ritz.
      Groeten,
      Frank

      • Michel says:

        Dank voor de toelichting Frank, dat was mij volslagen onbekend !
        Ik heb de zaal wél bezocht als twintiger, en nog later toen het Mobil-Ritz werd, toen was het al een diskoteek.
        In Cinema Ritz kwamen toen vooral zatte zeemannen, de lege flesjes bier rolden van achter naar het scherm vooraan ! Dat moet 1966 geweest zijn .
        A long time ago in a galaxy far far away …

        Vriendelijke groeten.
        Michel

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: