Excelsior Films: van St. Pauli naar de Verboden Stad

‘Heylen wist op ongeëvenaarde wijze cinefiele meesterwerkjes te koppelen aan de goorste pulp.’
(Ronnie Pede n.a.v. het overlijden van Georges Heylen in ‘Film en Televisie’ 457, december 1995)

Belgische filmaffiche voor 'The Buddy Holly Story', een Excelsior Film

Belgische filmaffiche voor ‘The Buddy Holly Story’ (1978, Steve Rash), een Excelsior Film

 

Wanneer Georges Heylen op maandag 26 maart 1985 op de radio het ochtendnieuws hoort, kan hij een vreugdedans amper onderdrukken. Maar liefst 14 Academy Awards gaan naar films uit de portefeuille van Excelsior Films, de distributiefirma van de Antwerpse cinematycoon.
De feestelijkheden rond 50 jaar cinema Rex zijn nog maar pas afgesloten of Heylen mag alweer de champagne koel zetten.
In de maanden voor de Oscaruitreiking scoorde Excelsior Films zowel artistiek als aan de bioscoopkassa’s.
Films als ‘Amadeus’, ‘The Killing Fields’, ‘A Passage to India’ en ‘The Woman in Red’ zorgen voor bomvolle zalen. Aan de Rubens, Rex en Sinjoor staan ‘s avonds lange rijen aan te schuiven in de hoop een ticket te bemachtigen.
De Milos Forman-film over Wolfgang Amadeus Mozart blijft zelfs meer dan 70 weken op de affiche staan in de Antwerpse centrumzalen.

Heylen geniet van zijn triomf. Hoewel de baron-in-wording zijn rol bij Excelsior Films omschrijft als ‘raadgever bij de aankoop’, was hij het die eind jaren ’60 uit noodzaak begon met het verdelen van films. Dat Heylen voor zijn aankoopbeleid in die eerste werkingsjaren bakken kritiek kreeg, is hij nog lang niet vergeten.

Publiciteit

14 Oscars voor Excelsior Films (‘Cinema Magazine’ van april 1985, nr. 89, pagina 335)

 

Hoe het begon

De woelige sixties lopen bijna op hun einde wanneer Georges Heylen het aan de stok krijgt met de grote Amerikaanse filmdistributeurs. De baas van het Rex-concern heeft het meer dan moeilijk met de financiële voorwaarden van 20th Century Fox, United Artists e tutti quanti. Voor bepaalde succesfilms eisen ze tot 70% van de ticketprijs op. Ook het feit dat deze majors niet willen bijdragen tot lokale publiciteitskosten zit Heylen meer dan hoog.
Zowel het Rex-concern als de Amerikaanse verdelers spelen het spel hard. Voor Heylen wordt het steeds moeilijker om films te huren bij hen, terwijl het aanbod van de onafhankelijke Belgische distributeurs te ontoereikend is om de Antwerpse centrumzalen van voldoende commerciële films te voorzien.

Er zit voor Heylen niets anders op dan zelf de markt op te gaan. Hij heeft heel wat contacten in Duitsland en koopt er (zo zegt althans de legende) een ‘container met films’.
In de pers blijft Heylen geheimzinning doen over zijn nieuwe activiteit. Wanneer een medewerker van het maandblad ‘Film en Televisie’ hem in het maart-nummer van 1970 interpelleert over geruchten rond de oprichting van een eigen distributiefirma antwoordt hij dat dit ‘volkomen uit de lucht gegrepen is’.
Een paar alinea’s verder dient hij dit al te nuanceren: ‘Door de vele kontakten die wij in het buitenland hebben, zie ik enorm veel films die in normale omstandigheden niet eens België bereiken, maar ons zeer geschikt lijken voor publiek dat in Antwerpen naar de bioskoop gaat. Wij doen dan ook voorstellen om deze films toch naar Antwerpen te krijgen en die voorstellen werden tot nu toe aanvaard’.

Opvallend is dat ‘Film en Televisie’ in die periode heel wat films recenseert zonder vermelding van distributeur: “Der Arzt von St. Pauli’, ‘La Monaca di Monza’, ‘Broadway Deadly Gold’ … Stuk voor stuk films die hun Belgische carrière starten in de Antwerpse Rex-zalen.
Bij één bepaalde film (‘Ich bin ein Elefant, Madame’, Film en Televisie, nr. 152, januari 1970) wordt expliciet de naam ‘Heylen’ als distributeur vermeld.
Pas in december 1970 vinden we in het blad voor het eerst de naam ‘Excelsior’ terug bij filmrecensies van ‘Die Nackte Bovary’ (met Edwige Fenech) en ‘Sartana, Angel of Death’, een spaghetti-western met Klaus Kinski.

De nieuwe distributiefirma heeft meteen een enorme impact op het aanbod in de Antwerpse centrumzalen. In het programmablad AUB 261 (augustus 1970) worden maar liefst drie films met de jonge Duitse vedette Uschi Glas aangekondigd: ‘Hilfe, ich liebe Zwillinge!’, ‘Pepe, der Paukerschreck’ en ‘Klassenkeile’.
In de Rex (‘Antwerpens Prachtkinema’) draait op dat moment de Heintje-film ‘Einmal wird die Sonne wieder scheinen’ en wordt er al volop publiciteit gemaakt voor ‘Das Stunden-Hotel von St. Pauli’ met Curd Jürgens.

AUB

AUB – nr. 261 (augustus 1970)

AUB

AUB – nr. 261 (augustus 1970)

 

Met uitgekiende barnumreclame in huis-aan-huis bladen, kleurrijke affiches (Excelsior blijft tot diep in de jaren ’70 de traditie van de Belgische ‘affichette’ verderzetten, waarvoor dank) en promotie in eigen zalen via de ‘Antwerpse Kinema Aktualiteiten’ wordt de Antwerpenaar naar de cinema gelokt. En met succes. Een film als ‘Der Arzt von St. Pauli’ haalt 30 speelweken in de stationsbuurt.

De contacten met andere Belgische bioscoopuitbaters verlopen in het begin erg amateuristisch. In een interview dat verscheen in ‘Magie van de Cinema’ heeft Jean Zeguers (naaste medewerker van Heylen) het zelfs over ‘straatdistributie’: ‘Onze Paul Corluy ging drie keer per week naar Brussel met zijn camionette. We maakten een afspraak met de exploitanten: als je films wilt huren, kom dan die dag om 10 uur naar de Koningsstraat. Paul had een lijstje met beschikbare titels en daar werden de contracten getekend.’ (‘Magie van de Cinema’, Willy Magiels en Robbe de Hert, uitgeverij Facet, 2004, p. 69).

Later werd in een herenhuis aan de Koningsstraat 306 een officieel kantoor met visiezaal geïnstalleerd. Het merendeel van de administratie bleef echter in Antwerpen gebeuren.

In Brussel en Wallonië daarentegen krijgt Heylen zijn films amper verhuurd. Hij beseft dat andere filmmarkten moeten worden aangeboord om in België een speler van formaat te worden. Via relaties in Frankrijk lukt het al snel om Franse films aan zijn catalogus toe te voegen en niet veel later worden ook deals afgesloten met Italiaanse en Britse producenten.

Publiciteit van Excelsior Films in het Franstalige vakblad 'Ciné Presse'

Publiciteit van Excelsior Films in het Franstalige vakblad ‘Ciné Presse’ (17 januari 1976)

 

Een gouden zet doet Heylen met de aankoop van de disitributierechten van de Samuel Bronston-catalogus. Met het heruitbrengen van o.m. ‘El Cid’, ’55 Days at Peking’ en ‘Circus World’ zorgt hij ervoor dat zijn cinema Rubens (‘Het grootste scherm van België’) toch de broodnodige spektakelfilms kan brengen in een periode dat de Amerikaanse distributeurs hem boycotten.

En er was niet enkel Excelsior Films. Ook via Filimpex verdeelde Heylen films. Volgens ex-medewerker Willy Magiels was het oorspronkelijk de bedoeling om Franse films via Filimpex te verdelen, maar na een tijdje werd dit denkspoor verlaten. Bedoeling was vooral om financiële risico’s over twee aparte nv’s te spreiden.

Georges Heylen met Claude Lelouch aan de ingang van de visiezaal van Excelsior Films in Brussel

Georges Heylen met Claude Lelouch aan de ingang van de visiezaal van Excelsior Films in Brussel n.a.v. de release van ‘Toute une vie’ (januari 1975)

 

Hits & …

Eind jaren ’70 – begin jaren ’80 is een ware bloeiperiode voor Excelsior. De catalogus bestaat zowel uit commerciële serieproducten en de betere genrefilm, als meer cinefiele kost.
Het bedrijf roomt succesvol de Europese markt af: denk aan de Paul Verhoeven-films, de kaskrakers van Louis De Funès en Jean-Paul Belmondo, soft-porno uit Duitsland (‘Vanessa’, ‘The fruit is Ripe’, ‘Island of a Thousand Delights’, Heylen moet zeker een boontje hebben gehad voor Olivia Pascal), producties van EMI (de Agatha Christie-verfilmingen ‘Death on the Nile’, ‘The Mirror Crack’d’) en festivalfilms uit Italië en Duitsland.

Publiciteit in 'Cinema Magazine' van april 1979

Publiciteit in ‘Cinema Magazine’ nr. 21 van april 1979, pagina 2

 

Ook onafhankelijke Amerikaanse producenten maken kennis met Heylen. Een deal met Orion Pictures in de jaren ’80 verzekert Excelsior van films als ‘RoboCop’, ‘Desperately seeking Susan’ (Madonna), ‘No Way Out’ (Kevin Costner) en zowat alle Woody Allen-films uit dat decennium.

Excelsior is niet bepaald vies van platte actie en regelrechte sensatie: in de periode 1982-1983 distribueert Heylen de serie-producten van het beruchte Israëlitische duo Menahem Golan en Yoram Globus (Cannon Films). De grote Antwerpse schermen worden wekenlang geteisterd met ‘Hercules’ (Lou Ferringo), ’10 to Midnight’ (Charles Bronson) en een hele reeks ‘Lemon Popsicle’-films (‘Hot Bubblegum’, ‘Private Popsicle’, ‘The Last American Virgin’).

Dit alles maakt dat Excelsior Films in de jaren ’80 marktleider wordt in België. Het laat zelfs de grote Amerikaanse distributeurs ver achter zich.
De cijfers die het magazine ‘Trends’ op 29 november 1985 publiceert laten aan duidelijkheid niets te wensen over.
Van de 394 films die in 1984 werden vrijgegeven in Brussel waren er 62 die het label ‘Excelsior’ droegen (of 15,73 % van het aanbod).
In de ‘Top 10’ van de distributeurs stond Excelsior dan ook afgetekend bovenaan.

  1. Excelsior Films (62 films)
  2. CIC (52 films)
  3. Warner/Columbia (35 films)
  4. Belga (34 films)
  5. UGC (30 films)
  6. Daska (28 films)
  7. Gaumont (27 films)
  8. Ciné Vog (20 films)
  9. Fox (14 films)
  10. Metropolitan (14 films)

(CIC stond voor ‘Cinema International Corporation’ en was sinds begin jaren ’70 in Europa de distributeur voor Paramount, Universal en MGM).

In de zalen van het Rex-concern overheersen de films uit de catalogus van Excelsior.

In de zalen van het Rex-concern overheersen de films uit de catalogus van Excelsior (‘Het Nieuwsblad’ van vrijdag 17 juli 1981).

 

… Misses

Het was niet altijd rozengeur en maneschijn bij Excelsior Films. Verkeerde inschattingen, foute keuzes, het niet nakomen van eerder gemaakte afspraken, gesjoemel met facturen … Een kleine bloemlezing uit tijdschriften en boeken allerhande.

Het  mislopen van ‘Apocalypse Now’

‘Hoe het komt dat de Coppola-film door Elan wordt uitgebracht en niet door Mercury (dat al jaren pretenderde de filmrechten verworven te hebben) of door … Excelsior.
Een paar maanden voor het Cannes-festival 1979 plaats greep, ging het distributiekantoor Mercury feitelijk uit de run door de fusie met Stellor. In het kontrakt dat Coppola vier jaar voordien met Mercury had afgesloten, werd nadrukkelijk vermeld dat de overeenkomst tussen beide partijen zou vervallen, mocht Mercury ophouden met zijn distributie-aktiviteiten. Wat in 1979 gebeurde, maar waar Coppola geen weet van had. Tijdens het Festival Van Cannes, ging Excelsior, Mr. Heylen himself, de Coppola-familie op de hoogte brengen van deze feiten. Coppola zelf vond het niet leuk in een seksverhuurkantoor (Stellor is dat zo ongeveer) verzeild te zijn geraakt. Coppola wees naar de kontraktbreuk en meteen zat de Cannes-winnaar zonder Belgische distributeur. Excelsior bood zijn diensten aan, maar door het toevallige feit dat dat één van Coppola’s advokaten goede relaties had met de Amerikaanse Walt Disney-vertegenwoordiger van het Belgische Elan-verhuurkantoor, kon Excelsior g’dag zeggen tegen de ‘Gouden Palm’ en ging Elan ermee lopen.’

Uit ‘Film en Televisie’ van februari 1980 – nr. 273, pagina 5.

Uiteindelijk zou Excelsior later nog het Coppola-experiment ‘One from the heart’ (1982) en de Zoetrope-productie ‘Hammett’ (1982, Wim Wenders) distribueren, maar beide commerciële fiasco’s werden als verliespost weggeschreven.

Ruzie met producent Matthijs Van Heijningen

De Nederlandse filmproducent Matthijs Van Heijningen staat in 1977 aan het begin van zijn carrière wanneer hij met Heylen een overeenkomst afsluit voor de Belgische distributie van de film ‘Het Debuut’. Het is een film over een gevoelig onderwerp (de seksuele relatie tussen een pubermeisje en een veertigjarige man). De film krijgt van de Belgische Katholieke Filmliga het label ‘voor volwassenen – negatief’. Dit betekent ondermeer dat ‘Gazet Van Antwerpen’ (toen nog echt de ‘rechtse krant van Linkeroever’) geen publiciteit voor ‘Het Debuut’ zal toelaten.

‘Met ‘Het Debuut’ had ik ook zo’n nare ervaring. Met Excelsior Films had ik een bedrag van 10.000 gulden afgesproken: 5.000 vooraf te betalen en 5.000 bij de première. Toen bleek dat de Roomse pers de film niet lustte en dat er ook geen publiciteit mocht voor gemaakt worden. De film werd wel uitgebracht, maar Mr. Heylen kwam niet met de restrerende 5.000 gulden over de brug’.

Matthijs Van Heijningen in ‘Film en Televisie’ van december 1983 – nr. 319, pagina 28.

Van Heijningen produceert later nog succesfilms als ‘De Lift’ en ‘Ciske de Rat’, maar met Excelsior doet hij geen zaken meer.

De breuk met Thorn EMI

Patrick Duynslaegher schetst zonder namen te noemen hoe het tot een breuk komt tussen Excelsior en Thorn EMI na de Antwerpse première van ‘A Passage to India’ (David Lean, 1984).
Opportunist én kersvers filmdistributeur Jan Verheyen profiteert van de situatie.
Duynslaegher omschrijft het als ‘één van de smakelijkste anekdotes uit de annalen van de vaderlandse filmexploitatie’.

‘De timing zat perfekt toen Verheyen bij Thorn EMI binnenviel. Thorn EMI had namelijk net een einde gemaakt aan zijn werkrelatie met de vorige Belgische distributeur, nadat die een faktuur had ingediend voor de promotie van één van hun topfilms. Voor de première werden zogezegd twee olifanten uit Bali overgevlogen, terwijl de arme beesten gewoon uit het lokale circus in Deurne afkomstig waren. Dankzij deze olifantengeschiedenis had ‘Independent’ zijn eerste package deal versierd. Eén van die relatief kleine Thorn EMI produkties ‘Catholic Boys’ bracht in Vlaanderen meteen twaalf miljoen op’.

Uit ‘Knack’ van 19 oktober 1988, pagina 49.

Heylen scheurt zijn broek aan ‘Ran’

Georges Heylen doet er in de jaren ’80 alles aan om de titel van ‘Baron’ te verwerven. Politici en andere gezagsdragers worden gevleid met uitnodigingen voor avant-premières van prestigieuze films.
Met ‘Ran’ (1985) van de Japanse grootmeester Akira Kurosowa ziet hij de kans schoon om zijn blazoen nog wat verder op te poetsen. Het is de eerste film in vijf jaar van de bejaarde regisseur en critici en cinefielen kijken reikhalzend uit naar het resultaat.
Heylen wil dan ook kost wat kost de distributierechten voor België.

Toenmalig perschef Willy Magiels herinnert zich hoeveel Excelsior Films betaalde voor de film.

‘Met zijn filmdistributiefirma Excelsior betaalde hij 17 miljoen frank (425.000 euro) voor de Japanse film ‘Ran’. Dat verdien je natuurlijk nooit terug’.

Uit ‘Het paleis om de hoek’ van Frank Heirman, uitgeverij BMP, 2006, pagina 112

Heylen organiseert op 7 oktober 1985 een gala-avant première van ‘Ran’ voor le tout Anvers. Eén en ander wordt gekaderd in de 100ste verjaardag van de ‘Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten in België’ en de 50ste verjaardag van Ciné Rex. Opbrengsten van de avond gaan naar de ‘vzw Behoeftige Blinden’.
De film van bijna drie uur weet het premièrepubliek niet echt te boeien en heel wat genodigden verlaten vroegtijdig de zaal. Ook de commerciële carrière van ‘Ran’ is geen succes.
Zou het kunnen dat ‘Ran’ mee verantwoordelijk was voor de ‘fall and decline’ van het Heylen-imperium? Vanaf midden jaren ’80 begint Heylen meer en meer zalen te sluiten en ook het aanbod van Excelsior Films daalt in kwaliteit en kwantiteit.

Uitnodiging voor avant-première van 'Ran'

Uitnodiging voor avant-première van ‘Ran’ (07/10/1985)

 

De magere jaren

Naarmate de eighties vorderen krijgt Excelsior het steeds moeilijker om lucratieve contracten af te sluiten.
De verslechterende financiële toestand van het Rex-concern speelt zeker een rol, maar ook de wijzigingen op de internationale filmmarkt en de opkomst van enkele jonge wolven hebben een invloed.
Jan Verheyen en Marc Punt laten met Independent Films een frisse wind waaien door de Brusselse Koningsstraat. Net zoals MPG, Alternative Films en Concorde. Ze vissen allemaal in dezelfde vijver als Excelsior.

Zelfs Michel Apers (ja, de man die Monty en Cartoon’s oprichtte en zo ‘luis in de pels’ was voor het Rex-concern) kan het tij midden jaren ’80 niet keren wanneer hij in dienst treedt bij Georges Heylen.

‘The Last Emperor’ (1987, Bernardo Bertolucci) moet zowat de laatste prestigeproductie van Excelsior Films geweest zijn.
In november 1987 werden voor de Belgische première nog eens alle zeilen bijgezet: bezoek van acteurs en producers aan Antwerpen, persconferentie in zaal Goya, luisterrijke vertoning in de Rex met receptie achteraf … De ‘Antwerpse Kinema Aktualiteiten’ waren er uiteraard ook bij en dankzij het You Tube-kanaal van Patsofilm kunnen we een nostalgische trip maken naar een ‘Antwerpen Kinemastad’ dat krampachtig zijn grandeur in stand poogde te houden. 

 

Het einde

Begin jaren ’90 was het meer dan duidelijk dan Excelsior Films geen rol van betekenis meer speelde. Was de distributiemaatschappij enkele jaren eerder nog een echte slokop, nu moest men zich beperken tot enkele schaarse films die niet verder kwamen dan een paar speelweken in de eigen zalen. Of wie herinnert zich nog ‘Blood oath’ (1990, met Bryan Brown), ‘Don’t tell her it’s me’ (1990, met Steve Guttenberg) en ‘Spymaker, the secret life of Ian Fleming’ (1990)?
Het einde van Het Rex-concern in september 1993 betekende meteen ook het einde van Excelsior Films. De verschillende maatschappijen van Heylen waren zo nauw met elkaar verweven dat de Rechtbank van Koophandel niet anders kon dan ze zo goed als allemaal failliet te verklaren.
Een roemloos einde. Volgens cijfers van Frank Heirman verdeelde Excelsior Films/Filimpex in een periode van bijna 25 jaar zo’n 1003 films (iemand die een lijst heeft van alle films?). Een indrukwekkend aantal. Dankzij de  voorkeursbehandeling die Heylen deze films gaf in zijn eigen zalen groeiden ze dikwijls uit tot onverwachte successen. Zo werd de Village People-draak ‘Can’t Stop the Music’ enkel in Antwerpen een hit. Maar evenzeer zorgde Heylen ervoor dat zowat elke Antwerpenaar kennis maakte met het oeuvre van Wolfgang Amadeus Mozart.

Belgische filmaffiche voor 'Vanessa'

Belgische filmaffiche voor de Excelsior-film ‘Vanessa’ (1977, Hubert Frank)

 

Persoonlijke Top 10 

Om af te sluiten mijn persoonlijke Excelsior Films – Top 10: een mengeling van onvervalste meesterwerken, cinefiele hoogstandjes, nostalgie uit de kindertijd en puur commerciële pareltjes.

  • Les Fous du Stade (1972, Claude Zidi, gezien in Ciné Rubens, november 1972): Een klasgenoot van het vierde leerjaar wist met zoveel enthousiasme de grappen en grollen van Les Charlots na te vertellen dat ik deze film absoluut wou zien. Nu hopeloos gedateerd, toen goed voor een heerlijke woensdagnamiddag in de Rubens samen met mijn mama.
  • L’Aile ou la Cuisse (1976, alweer Claude Zidi, gezien in Ciné Quellin, december 1976): De comeback van Louis De Funès na enkele jaren van inactiviteit omwille van gezondheidsproblemen. De ‘symphonie’ die Vladimir Cosma componeerde voor deze film blijft een pareltje.
  • Hurra, die Schule brennt! (1969, Werner Jacobs, gezien in Ciné Tosca op de Bredabaan te Merksem waarschijnlijk in 1971): Excelsior verdeelde zowat alle films van kindsterretje Heintje. Ideaal amusement om te programmeren in de talrijke stadsrandzalen die Heylen toen nog had. Onder geen enkel beding durf ik de film opnieuw te bekijken. Het moet een mooie herinnering blijven.
  • Scanners (1981, David Cronenberg, gezien in Ciné Brabo, mei 1981): Eerste kennismaking met de Canadese grootmeester en ook eerste kennismaking met Ciné Brabo. ‘Scanners’ was de openingsfilm van dit mini-zaaltje in de kelder van het Century Center. Heylen zou Brabo bijna exclusief gebruiken voor allerhande horror.
  • The Terminator (1984, James Cameron, gezien in Ciné Metro I, februari 1985): Bulldozer Arnold Schwarzenegger in een non-stop actiefilm van James Cameron.
  • Quadrophenia (1979, Franc Roddam, gezien in Ciné Quellin, november 1979): Rivaliteit tussen Mods en Rockers in het Brighton van de vroege jaren ’60. Humo organiseerde een avant-première in de Quellin en ik was bij de gelukkigen.
  • Die Ehe der Maria Braun (1979, Rainer Werner Fassbinder, gezien in Rex Club, maart 1980): De commerciële doorbraak van Rainer Werner Fassbinder. Openingsfilm van de gezellige Rex Club, het antwoord van Heylen op het succes van Cartoon’s in de Kaasstraat.
  • Superman, the movie (1978, Richard Donner, gezien in Ciné Rubens in februari 1979): Mijn herinneringen aan deze film kwamen al aan bod in eerdere post. Waar anders dan in de Rubens (‘Het grootste scherm van België’) kon deze film worden vertoond?
  • The Elephant Man (1980, David Lynch, gezien in Ciné Odeon, december 1980): Overrompelende filmervaring in de ‘oude’ Odeon (Frankrijklei), aangrijpende film verpakt in de beste zwart-wit fotografie ooit.
  • Dawn of the dead (1978, George A. Romero, gezien in Ciné Metro, februari 1980): Tweede deel uit de Zombie-cyclus van George A. Romero. Als 16-jarige met enkele klasgenoten gezien in Ciné Metro, een zaal die toen veel weg had van een groot uitgevallen grindhouse. Een jaar later werd de Metro gerenoveerd en omgebouwd tot een duplex.

Eervolle vermeldingen voor ‘Tess’ (Roman Polanski), ‘The Kentucky Fried Movie’ en ‘An American Werewolf in London (beiden van John Landis), ‘The Deer Hunter’ (Michael Cimino), ‘Platoon’ (Oliver Stone), ‘The Commitments’ (Alan Parker), ‘They all Laughed’ (Peter Bogdanovich), ‘Southern Comfort’ (Walter Hill), ‘Sex, Lies and Videotapes’ (Steven Soderbergh) en ‘Married to the Mob’ en ‘Something Wild’ (beiden van Jonathan Demme).

Belgische filmaffiche voor 'The Deer Hunter'

Belgische filmaffiche voor ‘The Deer Hunter’ (1978, Michael Cimino)

 

Tot slot

Wie wil reageren op deze blog (correcties, aanvullingen, bedenkingen, herinneringen …) kan gebruik maken van de knop  ‘Geef een reactie’. Een mail sturen kan ook: antwerpen.kinemastad@hotmail.be
Heb je suggesties voor een volgende blogpost? Ik kijk uit naar je reactie en beloof elk voorstel in overweging te nemen.
Bij het opruimen van zolder of kelder materiaal gevonden dat bruikbaar kan zijn voor deze blog over het Antwerpse cinemaverleden? Laat mij gerust iets weten.

 

 

Advertenties