Astra en Festa: Uitverkoop- en arme-mensencinema

Belgische affiche voor 'Duck you sucker' (1971), een film van Sergio Leone

Belgische affiche voor ‘Duck you sucker’ (1971), een film van Sergio Leone

 

We hebben het al eerder geschreven: in Antwerpen vinden we nog weinig terug van het rijke cinemaverleden uit de vorige eeuw.
En dan te bedenken dat de Sinjorenstad zich ooit met voorsprong dé cinemastad van België mocht noemen. Met gigantische, pluchen paleizen als Anvers Palace of Rubens tot meer bescheiden zaaltjes als de Regina (later Paris) of Royal.

Op plaatsen waar vroeger in sierlijke neonletters de naam van de zaal op de luifel prijkte, reuzengrote calicots nieuwsgierige kijkers wisten te lokken en waar portiers de wachtende mensenzee in goede banen trachtten te leiden, resten nu in het beste geval nog slechts enkele details die ons doen terugdenken aan de ‘golden age of movie-going’.

We namen de proef op de som en gingen in de Carnotstraat en de Offerandestraat op zoek naar wat overbleef van de cinema’s Astra en Festa.
De namen van beide bioscopen spreken minder tot de verbeelding dan die van pakweg Rex, Metro of Rubens. Ze bleven jarenlang wat onder de radar: geen exclusieve première-avonden met vedetten, geen lange rijen aan de kassa’s, geen cameramannen van de Antwerpse Kinema Aktualiteiten …

Maar wie de zalen nog heeft gekend, zal er ongetwijfeld met weemoed aan terugdenken.
Misschien maakte je in de Astra wel voor het eerst kennis met James Bond (bijna elke zomer was er wel een 007-festival) of met de spaghetti-westerns van Sergio Leone.
De Festa was dan weer de zaal bij uitstek om nog een film in te halen die je enkele weken eerder had gemist in de centrumzalen.

Merkwaardige overeenkomsten
Ter voorbereiding van deze blog post zijn we in onze documentatie op zoek gegaan naar feitelijke gegevens over beide zalen.

Ligt het aan onze verbeelding, of is het werkelijk zo dat er tussen Astra en Festa een aantal merkwaardige overeenkomsten zijn vast te stellen?

  Astra Festa
ligging Carnotstraat 28, op de grens van het Statiekwartier. Offerandestraat 90, op de grens van de Seefhoek.
oorspronkelijke bestemming Danszaal Thalia Danszaal Festa
architect bioscoop Leopold Van den Broeck Leopold Van den Broeck
opening bioscoop 1936 1938
aantal plaatsen 830 (enkel gelijkvloers) 600 (gelijkvloers + balkon)
uitbaters Flor Bosmans en vanaf eind jaren ’50 Georges Heylen (Rex-concern) De heren Goossens en Janssens en vanaf eind jaren ’50 Georges Heylen (Rex-concern)
programmatie Hernemingen en doorspelen van films die eerder in de grote centrumzalen draaiden. Wijkzaal met op het programma films die eerder in het Statiekwartier draaiden.
sluiting van bioscoop 09/01/1987 Begin januari 1986
huidige bestemming Scapino, winkel voor schoenen en (sport)kledij. Supermarkt Peeters-Govers

 

’t is ni miêr wa ’t gewest is …
Dat de Carnotstraat en de Offerandestraat niet meer de uitstraling hebben van weleer is duidelijk voor iedereen die wel eens in de buurt komt.

Van de ‘meubelboulevard’ die de Carnotstraat in de tweede helft van de twintigste eeuw was, blijft zo goed als niets over.
En in de Offerandestraat, indertijd de eerste Antwerpse winkelwandelstraat, overheersen nu de nacht- en telefoonwinkels.

De vroegere Astra is momenteel een filiaal van Scapino. Wie de winkel kent, weet dat de transformatie tot winkelruimte gebeurde zonder het minste respect voor de cinema-architectuur. Enkel de typische cinema-luifel aan de buitenkant herinnert nog aan het verleden van het pand. De ex-bioscoop is opgesplitst in twee delen: de winkelruimte met in de rekken goedkoop textiel en sportschoenen en achteraan een opslagplaats voor de stock. De muren werden verstopt achter spaanderplaten. Het hart van de cinemanostalgicus bloedt bij het zien van zo’n kaakslag op de goede smaak.

 

Publiciteit voor in 'Weekblad Cinema'

Publiciteit voor de Zweedse film ‘Sixtynine’ (1969, Jörn Donner) in ‘Weekblad Cinema’ van 3 juni 1972

 

Dat het anders kan, bewijst supermarkt Peeters-Govers.
Wanneer men met het winkelkarretje laveert tussen de koffiekoeken, de Martini-flessen en de schoonmaakproducten, kan men zich een idee vormen van de vroegere grandeur van de Festa.
Het balkon is er nog (maar ontoegankelijk) en de lichtkolommen die vroeger naast het witte doek stonden, geven nog steeds een sfeervolle gloed aan de ruimte.
De oorspronkelijke inkom aan de straatzijde is verdwenen (ik herinner me ook nog een smalle trap die vanuit de inkomhal naar het balkon leidde) en om een verbinding te maken naar de oorspronkelijke winkelruimte en een klantenparking heeft men nieuwe doorgangen moeten maken.

De Festa is sinds 2003 een ‘beschermd monument’ waardoor de zaal gevrijwaard blijft van afbraak of fundamentele verbouwingen.
Toch wel spijtig dat toen Heylen indertijd de Festa te koop aanbod er niet meer moeite werd gedaan om de oorspronkelijke bestemming van de ruimte te behouden.
Wat er nu overblijft van de Festa doet ons alleen maar verlangen naar een periode toen een filmavond nog een feest was (zelfs als de film een teleurstelling bleek te zijn).

Ciné Astra: ‘tweedeweekzaal’ en ‘uitverkoopcinema’
Ik herinner me de Astra vooral als een zaal waar je in de late jaren ’70 terecht kon voor een aantal interessante hernemingen.

Zo zag ik er ‘MASH’ (1970, Robert Altman), ‘Dirty Harry’ (1971, Don Siegel) en ‘The Exorcist’ (1973, William Friedkin) lang na hun oorspronkelijke release.
De lui die in die periode verantwoordelijk waren voor de programmatie van de Astra hadden ook een boontje voor Jerry Lewis. ‘The Nutty Professor’, ‘The Disorderly Orderly’ en ‘Three Ring Circus’, om er maar enkele te noemen, kwamen regelmatig terug op de affiche van de Astra.
En het aantal keren dat de Terence Hill-film ‘My Name is Nobody’ (1973, Tonino Valerii) te zien was in deze zaal is niet te tellen. Het feit dat Georges Heylen een deel van zijn eigen centen in de film investeerde, zal waarschijnlijk wel hebben meegespeeld.

 

Programma Ciné Astra - 19

Programma Ciné Astra – niet gedateerd, waarschijnlijk 1962 of 1963

 

Toen Steve McQueen in de herfst van 1980 stierf, liep er een kleine retrospectieve van zijn populairste films. Marc Holthof en Eric Kloeck kochten een ticket voor ‘Nevada Smith’ (1966, Henry Hathaway) en schreven hun impressies neer in ‘Andere Sinema’:
‘De Astra in de Carnotstraat, een rommelige rode pluche oude bak met naast de kassa een alles overwoekerende fruitstal. Uitverkoopcinema is het etiket dat we op deze zaal kunnen kleven. Van oudsher een reprisezaal draaide er na het overlijden van Steve McQueen een ganse reeks van zijn films. ‘Nevada Smith’ was er zo eentje. Gedurende de voorstelling realiseerden we ons alle twee dat we de film reeds in onze jeugd hadden gezien. Maar voor dergelijke déjà-vu ervaringen leent de Astra zich uitstekend. Hierbij dient opgemerkt dat McQueen in zoveel ontsnappingsfilms heeft gespeeld dat verwarring met andere films best mogelijk is. In alles leek dit een portie oude mensencinema. Even speelde in ons achterhoofd dat dit nog maar het bijprogramma was en dat de hoofdfilm dadelijk na de pauze ging beginnen. Het was echter al pauze geweest’ (Andere Sinema, nr. 39, mei 1982, p. 19 – 20).

Wanneer er geen reprise draaide in de Astra was de zaal ideaal om een film die gestart was in één van de meer centraal gelegen cinema’s nog enkele weken te laten doorspelen.
Zelden gebeurde het dat er in de Astra een film in première ging. Eén van de uitzonderingen op die regel was ‘Evil Dead’ (1981), de ondertussen tot cult classic uitgegroeide slasher van Sam Raimi. Voor het eerst te zien in Antwerpen-stad in Ciné Astra in december 1984!
Het contrast met ciné Rubens (schuin over de Astra in dezelfde Carnotstraat) kon moeilijk groter zijn. In de Rubens was het één en al pracht en praal, de Astra was goed genoeg voor de afdankertjes en de obligate hernemingen.

In het ‘Tijdschrift voor Mediageschiedenis‘ van december 2010 vonden we interessante info over de programmatiepolitiek van de Astra door de jaren heen.
Wetenschappers Kathleen Lotze en Philippe Meers, beiden verbonden aan de Universiteit Antwerpen, onderzochten de programmatie van de Rex-zalen in 1952, 1962 en 1972 en schreven het volgende:

’Als zogenaamde tweedeweekzaal fungeerde Astra als een doorgeefluik voor films van de centrumzalen naar de wijkzalen. Nadat een film in een centrumzaal was vertoond, ging deze in 1952 na een ‘roulatiestop’ van circa vier weken in de meeste gevallen voor één week naar Astra en vervolgens, na een tweede roulatiestop van twee weken, door naar de wijkzalen.
Met het verdwijnen van de wijkzalen in de loop van de jaren zestig en zeventig raakte Astra zijn functie als doorgeefluik kwijt. Voor 1972 zagen we dus een heel ander programmeringsbeleid. Het centrumparcours van de langstlopende films eindigde in 1972 niet meer in Astra, zoals in 1952 en 1962. Er speelden nu veel vaker recente films dan daarvoor, die bovendien langer draaiden. Bijgevolg wisselde het programma van Astra niet meer wekelijks en begon het programmeringsprofiel van Astra sterk op dat van een centrumzaal te lijken’ (Kathleen Lotze en Philippe Meers in ‘Tijdschrift voor Mediageschiedenis, nr. 13, december 2010, p. 91-92).

 

John Travolta in 'Carrie', een 'reprise' in Ciné Astra, n.a.v. succes 'Saturday Night Fever' (AUB van 08/12/1978)

John Travolta in ‘Carrie’, een ‘reprise’ in Ciné Astra, n.a.v. succes ‘Saturday Night Fever’ (AUB 693 van 08/12/1978)

 

Begin jaren ’80 werd het duidelijk dat er geen toekomst meer was voor Ciné Astra. Investeringen in interieur en materiaal bleven uit.
In de zomer van 1986 werden er geen films meer vertoond en leek het of het doek definitief was gevallen voor de Astra.
Groot was dan ook de verbazing toen in oktober van datzelfde jaar er weer films werden geprogrammeerd. Het mocht echter niet baten: begin januari 1987 gingen de deuren voorgoed op slot. De laatste films op de affiche waren ‘Troetelbeertjes II’ (tijdens de namiddagvertoningen) en de Stallone-productie ‘Cobra’ (avondvertoningen).

Ciné Festa: ‘arme-mensencinema’
Wie vanuit de stationsbuurt op weg ging naar de Festa moest bijna de ganse Offerandestraat doorlopen om uiteindelijk aan het huisnummer 90 te komen.

De zaal viel niet echt op in het straatbeeld. Er was een lichtreclame aan de buitenkant, maar de inkom was eerder smal en weinig spectaculair. Waarschijnlijk was dit de vroegere poort van het 19de-eeuws huis waarachter de Festa zich bevond.
In de inkom was er ruimte voor foto’s en affiches, de kassa en een trap die leidde naar het balkon. Ik herinner mij niet dat er een foyer was. Waarschijnlijk stapte je zo goed als direct de zaal in.

 

Programma Ciné Festa

Programma Ciné Festa – niet gedateerd, waarschijnlijk 1962 of 1963

 

Volgens Kloeck en Holthof behoorde de Festa samen met Ciné Capitole tot ‘de mooiste, charmantste en persoonlijkste zalen van Antwerpen’ (Andere Sinema, nr. 40, juni 1982, p. 34), maar was de zaal in de jaren ’70 en ’80 wel het ‘prototype van arme-mensencinema’ geworden.
In 1982 was de prijs van een ticket er 85 frank, terwijl je in de centrumzalen toen 120 frank betaalde.
Heylen vertoonde er films die een paar weken eerder nog in de centrumzalen te zien waren met een nadruk op producties uit de eigen Excelsior-stal.

Begin 1986, net na de kerstvakantie, stopte het Rex-concern met de exploitatie van de Festa.
Laatste film die er door de projectoren rolde was ‘A Passage to India’, de testamentfilm van grootmeester David Lean.

De ruimte werd daarna nog een paar jaar gebruikt als atelier voor het vervaardigen van calicots. Toen Heylen begin jaren ’90 in financiële moeilijkheden raakte, werd de zaal verkocht aan supermarkt Peeters-Govers.

‘Beste paleizenbouwer’
We maken van de gelegenheid gebruik om hulde te brengen aan architect Leopold Van den Broeck, de man die de Astra en Festa van danszalen naar bioscoopzalen omtoverde.

In de periode 1935 – 1938 was Van den Broeck bijzonder actief en ontwierp hij maar liefst zes cinema’s. Naast de Astra en de Festa waren dat ook nog de Capitole (De Keyserlei), de Movy (Astridplein), de Scala (Anneessensstraat, na de oorlog omgebouwd tot Ciné Metro) en de Centra (Sint-Bernardsesteenweg, Hoboken).

Journalist Frank Heirman is in zijn boek ‘Het Paleis om de Hoek’ erg lyrisch wanneer hij het over de verdiensten van deze vergeten architect heeft: ‘Het waren zeker niet de duurste paleizen, maar met zijn typische stijl gaf hij ze alle iets buitenaards. Dat effect creëerde hij vooral via indirecte verlichting. Van den Broeck gebruikte bij voorkeur neon, dat verborgen zat in opvallende profiellijsten aan de wanden of in lichtgrotten op het plafond. Zijn signatuur waren gigantische paddenstoelen, lichtkolommen die opzij van het scherm oprezen tot tegen het plafond. Waar het kon, werden ze herhaald tegen de zijwanden van de benedenzaal of zelfs op het balkon. Van den Broeck verkocht zeker niet alleen show, want hij bestudeerde nauwgezet de zichtlijnen en de akoestiek van elke bioscoop. Daarom ging zijn voorkeur uit naar waaier- of taartpuntvormige zalen.’

Heirman deinst er niet voor terug om Van den Broeck de ‘beste paleizenbouwer’ te noemen. ‘Hij was de enige die een eigen, moderne bioscoopstijl ontwikkelde’ (Paleis om de hoek, uitgeverij BMP, 2006, p. 76).
Dit neemt niet weg dat er over Van den Broeck amper wat informatie terug te vinden is. Zelfs in een loodzwaar (letterlijk) naslagwerk als ‘Repertorium van de architectuur in België’ (Anne Van Loo, Mercatorfonds, 2003) is het vruchteloos zoeken naar zijn naam.

De Festa was de laatste cinema die Van den Broeck realiseerde en is vandaag de dag de enige tastbare herinnering aan zijn verleden als cinema-architect. Al de andere zalen waar hij zijn handtekening onder zette, zijn ondertussen gesloopt of grondig verbouwd.
Reden te meer om binnenkort uw wekelijkse boodschappen eens te doen bij Peeters-Govers in de Offerandestraat (niet gesponsorde reclame).

 

Belgische filmaffiche voor 'American Gigolo' (1980, Paul Schrader)

Belgische filmaffiche voor ‘American Gigolo’ (1980, Paul Schrader)

 

Tot slot
Quasi om de hoek van de vroegere Festa vind je Filmhuis Klappei (Klappeistraat 2). Weliswaar is de Klappei geen echte cinema (het gebouw deed vroeger dienst als wijkkantoor van de politie), maar het gebouw ademt wel film uit.

Filmveteranen als regisseur Robbe De Hert en Willy Magiels (ex-perschef van het Rex-concern) zijn nauw betrokken bij de dagelijkse organisatie en in het kleine, maar gezellige projectiezaaltje (met authentieke pluchen zetels die naar verluidt nog in de Roma hebben gestaan) kan je terecht voor een eigenzinnige en verrassende filmkeuze. Voor meer informatie: www.klappei.be

 

Reclame Rex-concern in 'Cinema Magazine' (nr. 63 - npvember 1982). Op het plannetje zie je o.m. de ligging van de cinema's Astra en Festa

Publiciteit Rex-concern in ‘Cinema Magazine’ (nr. 63 – npvember 1982). Op het plannetje zie je o.m. de ligging van de cinema’s Astra en Festa

 

Oproep
Zoals je kan merken, ontbreken er bij deze blog foto’s van de Astra en de Festa. Lang achter gezocht, maar uiteindelijk weinig of niets gevonden.

In het eerder geciteerde ‘Paleis om de Hoek’ vind je wel een paar foto’s van de Astra uit de beginjaren en enkele recente foto’s van de huidige staat van de Festa, maar that’s it.

Lezers die foto’s of andere documenten hebben van Astra of Festa mogen dit altijd in scanvorm opsturen naar antwerpen.kinemastad@hotmail.be.
Indien de kwaliteit goed is, volgt zeker publicatie op deze site. Uiteraard met bronvermelding.

 

Advertenties

Take the money and run

Of de schaamteloosheid van Uitgeverijen Koekenstad en Davidsfonds en Gidsenvereniging Stad Antwerpen

Wat is er aangenamer dan op een grijze novemberdag wat rondsnuffelen in een boekenwinkel?
Zeker nu met de Boekenbeurs de oogst nieuwe boeken weer indrukwekkend is.

Bij de boeken over Antwerpen zie ik een torenhoge stapel liggen van ‘Antwerpen, door het oog van de stadsgidsen – deel 2’, een uitgave van uitgeverijen Koekenstad en Davidsfonds in samenwerking met de Koninklijke Gidsenvereniging van Antwerpen.

Nieuwsgierig blader ik door het boek op zoek naar wat informatie over de verdwenen Antwerpse cinema’s.
Al snel val ik van de ene verbazing in de andere. Het boek bevat inderdaad tientallen pagina’s over ‘Antwerpen Kinemastad’, maar alle teksten, alle illustraties en alle foto’s komen mij heel bekend voor.

Ik krijg een vreselijk déjà vu-gevoel.
Zonder enige referentie of zonder enige bronvermelding werden mijn blogposts over de cinema’s op de De Keyserlei en het Astridplein via ordinair ‘copy-paste’-werk overgenomen in het boek. Niet hier en daar een citaat, neen, ganse teksten, alle foto’s en documenten …
Mag ik dit diefstal noemen of bestaat hier een sterkere uitdrukking voor?

Honderden uren heb ik besteed aan het schrijven van deze teksten, het bij elkaar zoeken, fotograferen en scannen van affiches, programmaboekjes, krantenartikels …
Om dan vast te stellen dat een stelletje onverlaten dit zonder mijn toestemming klakkeloos overnemen in een commerciële uitgave.

Ik ben gedegouteerd.

Frank

 

Naschrift van 4 november 2013
Via mail nodigde ik Uitgeverij Koekenstad, het Davidsfonds en de Koninklijke Gidsenvereniging van Antwerpen uit om nota te nemen van bovenstaande blog post.

De heer Luc Corremans van uitgeverij Koekenstad reageerde als volgt:

Mijnheer,
Toch even een kleine rechtzetting.
Wij vermoeden dat u de man bent achter ‘Antwerpen Cinemastad / Herinneringen aan de Antwerpse cinema’s’. Echter, uw naam staat bij die artikelen niet vermeld, of wij hebben iets gemist (excuses dan).
In elk geval hebben wij ‘Antwerpen Cinemastad / Herinneringen aan de Antwerpse cinema’s’ wel degelijk vernoemd in het boek, meer bepaald op pagina 200, linkerkolom, 6de laatste lijn.
Het hoofdstuk ‘Diamonds are Forever: De Keyserlei en Jodenbuurt’ in het betreffende boek bevat inderdaad zes pagina’s, en geen ‘tientallen’, over de geschiedenis van de Antwerpse cinema’s.
Daarnaast ook nog twee pagina’s over de V2-bom op Cinema Rex.
Bij de bioscopen werd telkens eerst wat verteld over het bouwkundig aspect; daar vormde de Inventaris van het Onroerend Erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap een sterke bron.
Het was niet altijd even gemakkelijk om de juiste bron te achterhalen wat betreft de geschiedenis van de cinema’s zelf, aangezien die op diverse websites en in publicaties in min of meer dezelfde vorm voorkomt.
We hebben in het artikel ook een tweede bron vernoemd: ‘Het paleis om de hoek’ van Frank Heirman (maar ik lees in de reactie op uw tekst dat ook auteur Heirman kennelijk een en ander heeft overgenomen; hoe konden wij dat weten?).
Dit gezegd zijnde: wij zijn correcte mensen en willen niemand voor het hoofd stoten.
Ik stel u voor dat ik u 3 gratis exemplaren bezorg van beide boeken ‘Antwerpen, door het oog van de stadsgidsen’, alsook het boek ‘Centraal Station, spoorwegkathedraal’.
Kunnen wij op deze manier opnieuw door één deur, denkt u?

Met vriendelijke groeten,

Luc Corremans

 

Om de discussie af te ronden, wil ik dit nog kwijt aan de heer Corremans:

  • Op pagina 200 van ‘Antwerpen, door het oog van de stadsgidsen – deel 2’ wordt naar aanleiding van één enkel citaat inderdaad verwezen naar ‘Antwerpen Cinemastad / Herinneringen aa de Antwerpse cinema’s’.
    Nergens vermeldt u echter dat dit een blog is op het internet. De lezer van uw gids die de bron wil opzoeken weet dus niet of dit uit een boek, uit een tijdschrift of van het internet komt.
    Bovendien is de naam van de blog ‘Antwerpen Kinemastad’ en niet ‘Cinemastad’.
  • U hebt gelijk: in uw gids staan er geen tientallen pagina’s over de Antwerpse cinema’s. In een vlaag van woede en ongenoegen heb ik overdreven.
  • En toegegeven in diverse publicaties komt men dikwijls dezelfde, feitelijke gegevens over de Antwerpse bioscopen tegen.

Dit alles neemt niet weg dat ik in uw publicatie mijn zinnen lees, mijn besluiten terugvind (dikwijls woord voor woord),  de door mij verzamelde weetjes zie verschijnen, mijn gescande documenten en de (door mij gemaakte) foto’s van mijn filmaffiches aantref.

U schrijft dat mijn naam niet bij de blog posts staat vermeld.
Dat is correct. Maar in verschillende posts staat een e-mailadres (antwerpen.kinemastad@hotmail.be ).
Verder is het steeds mogelijk rechstreeks via de blog te reageren (door op ‘Geef een reactie’ te klikken).
Tientallen lezers zijn op die manier al in contact gekomen met mij.
Ook u had mij vooraf kunnen contacteren om toestemming te vragen om dit materiaal en mijn teksten te publiceren in het boek.
Dat dit niet gebeurd is, vind ik meer dan spijtig.

De gratis exemplaren van het boek kan ik uit principe niet aanvaarden.

Met vriendelijke groeten,

Frank