De cinema’s van het Astridplein: Astrid en Savoy

Belgische filmaffiche voor

Belgische filmaffiche voor ‘Winnetou 2’ (1964, Harald Reinl)

 

Toeristen en pendelaars die de City Delhaize op het Astridplein binnenstappen, zullen wellicht niet weten dat op die plaats Antwerpse cinemageschiedenis is geschreven.

Meer dan een halve eeuw stonden ze aan de westzijde van het Astridplein mooi naast elkaar: de cinema’s Astrid en Savoy. Wie het Centraal Station uitwandelde, zag uiteraard de Zoo en de Koningin Elisabethzaal, maar aan de andere kant van het plein trokken de kleurrijke calicots en de neonverlichting van beide bioscopen alle aandacht naar zich toe.

Een beknopte geschiedenis

Ciné Savoy
Op huisnummer 42 vertoonde impresario Jacques Souan in zijn Café Arabe aan het begin van de twintigste eeuw korte filmpjes tussen de variété-optredens.
In 1905 krijgt Souan officiële toelating om er regelmatige filmvoorstellingen te geven.
Samen met medevennoot Paul Doisy verbouwt Souan in 1912 het café Arabe tot een ‘knusse cinemazaal met klein balkon, goed voor 380 plaatsen’. (Frank Heirman in ‘Paleis om de hoek’, p. 172). Tegelijkertijd veranderde de naam in Kursaal.
In 1952 zorgde architect Rie Haan voor een vergroting van de zaal in opdracht van Frederic Doisy (zoon van). De capaciteit van de zaal kwam zo op 570 zetels. En ook een naamsverandering bleef niet uit. ‘Savoy’ verscheen in neon op de luifel.
Niet veel later kreeg Georges Heylen de zaal in handen. Het Rex-concern bleef de uitbating verzorgen tot begin 1988.

 

Programma Ciné Savoy (begin jaren '60)

Programma Ciné Savoy (begin jaren ’60)

 

Ciné Astrid
In 1935 krijgt het Antwerpse Statieplein een nieuwe naam. Als hulde aan de dat jaar overleden Koningin Astrid veranderen de straatnaambordjes in ‘Astridplein’. Wanneer in 1938 op huisnummer 43 een nieuwe cinemazaal wordt gebouwd, is het niet lang zoeken naar een passende naam: Ciné Astrid.
Eerste uitbater is Karel Gyles.
Tijdens de oorlog legt de Duitse bezetter beslag op de zaal. Duitse soldaten kunnen er terecht voor een paar uur ontspanning.
In 1950 neemt Georges Heylen de Astrid over. Het is na de Rex de tweede zaal die onder de controle van de latere cinematycoon komt. Het is meteen het begin van het zogenaamde Rex-concern.
Architect Rie Haan (ja, hij weer) zorgt na de overname voor de nodige moderniseringswerken.
Ciné Astrid beschikte over 547 zitjes, verdeeld over parterre en balkon.
De zaal overleefde buur Savoy met enkele jaren. Met ‘The Addams Family’ (1991, Barry Sonnenfeld) beleefde Ciné Astrid zijn last picture show op 21 april 1992.

 

Programma Ciné Astrid (eveneens begin jaren '60)

Programma Ciné Astrid (eveneens begin jaren ’60)

 

Dank aan Frank Heirman (‘Paleis om de hoek’) en wijlen Clement Wildiers (‘De kinema verovert de Scheldestad’ in Weekblad Cinema, nieuwjaarsnummer 1957) voor de historische weetjes.

Persoonlijke mijmeringen
Astrid en Savoy behoorden zeker niet tot mijn favoriete Antwerpse cinema’s.
In vergelijking met de grotere zalen op de de Keyserlei (Rex, Sinjoor) of de Metro in de Anneessensstraat hadden ze wat te weinig grandeur. Geen inkomhal of foyer en een wat benepen parterre. Op het balkon van beide zalen was het wel goed zitten en had je een perfect zicht op het scherm. Spijtig dat het balkon te dikwijls was afgesloten, waarschijnlijk om minder te moeten opruimen en schoonmaken.

Mijn mooiste herinnering aan de Astrid was een vertoning van ‘The Revenge of the Pink Panther’ in de kerstvakantie van 1978. De zaal zat bomvol en daverde van de lachsalvo’s. Het was mijn eerste kennismaking met inspector Jacques Clouseau.
En in een quasi lege Ciné Savoy zag ik het mini-meesterwerkje ‘Ferris Bueller’s Day Off’ van John Hughes (1986). Het was meteen ook de laatste keer dat ik de Savoy van de binnenkant zag.

Braaf vs. gedurfd
Voor cinemalopers uit de jaren ’70 en ’80 was het dikwijls vreemd opkijken toen ze op het Astridplein kwamen. De programmatie van de naast elkaar gelegen en quasi identieke zalen Astrid en Savoy lag mijlenver uit elkaar.
Ciné Astrid specialiseerde zich in die tijd vooral in familiefilms (Disney was één van de huisleveranciers), terwijl in de Savoy de Europese softcore-cinema hoogtij vierde. Het was de periode voor de grote doorbraak van de homevideo. Wie blote borsten en wild gestoei wou zien, moest wel naar de bioscoop.
De ‘Liebesgrüsse aus der Lederhose’-reeks, films met de prikkelende Italiaanse Edwige Fenech, de flauwe Engelse ‘Confessions of’-komedies… Allemaal waren ze te zien in de Savoy.

 

Belgische filmaffiche voor

Belgische filmaffiche voor ‘Liebesgrusse aus der Lederhose 3’ (1977, Gunter Otto)

 

Dat contrast in programmatie was in de fifties en sixties veel minder uitgesproken. Beide zalen afficheerden vrij brave films met dikwijls een uitgesproken voorkeur voor de Duitse (heimat)film. De prachtige foto die je hieronder ziet (overgenomen uit de brochure ‘Cinema Roma’) is dan ook exemplarisch voor het soort films dat er toen te zien was.

Er was een groot publiek voor simplistische liefdesverhaaltjes opgeleukt met Duitse schlagers. Het was telkens aanschuiven om de nieuwe Romy Schneider, Conny Froboess of Peter Alexander te zien. Zelfs Robbe De Hert gaf toe ooit een fan te zijn geweest: ‘Toen ik veertien was, ben ik verslaafd geweest aan Duitse films. Marianne Hold was mijn idool. 52 Duitse films heb ik toen gezien’ (‘Spielberg is zo banaal, maar ik zie dat graag’, Frank Heirman in Gazet Van Antwerpen’ van 16/12/1997).
Persoonlijk blijf ik het vreemd vinden dat Vlaanderen zo kort na de Tweede Wereldoorlog de Duitse film erg genegen was.

 

De cinema's Astrid en Savoy (eind jaren '50), foto overgenomen uit de brochure 'Cinema Roma'

De cinema’s Astrid en Savoy (eind jaren ’50), foto overgenomen uit de brochure ‘Cinema Roma’

 

De tanende belangstelling voor Duitse films in de jaren ’70 zorgde voor een wijziging in programmatie voor Astrid en Savoy.
Cinema Astrid werd meer en meer gebruikt om de blockbusters die eerder in de grotere Rex-zalen had gespeeld nog wat extra weken te gunnen. Zo herinner ik me dat ‘La Zizanie’ (1978, Claude Zidi), een ondermaatse De Funès-film meer dan 20 weken op de affiche van de Astrid bleef.

De Savoy moest het minder van de verlengingen hebben, maar meer en meer van films die het label ‘streng verboden onder de 18 jaar’ meekregen.
Een klein staalkaartje van de films die doorgaans te zien waren in de Savoy: ‘Three Swedish Girls in Hamburg’, ‘Sunshine Reggae auf Ibiza”, ‘Summer night fever’, ‘Liebesgrüsse aus der Lederhose’ (en zijn 1001-variaties) …
Gelukkig was er af en toe ook ruimte om wat gedurfder te programmeren. De debuutfilm van Hugo Claus (‘De Vijanden’, 1967) kreeg zijn Antwerpse première in de Savoy. En ‘Brussels by Night’ van Marc Didden zag ik voor het eerst vanop het balkon van diezelfde cinema in december 1983. En een week later stond zowaar de Bowie-concertfilm ‘Ziggy Stardust and the Spiders from Mars’ op de affiche van de ‘gezelligste zaal van Antwerpen’.

 

Betty Verges in 'Summer Night Fever' op de cover van AUB, nr. 697 (05/01/1979)

Betty Verges in ‘Summer Night Fever’ op de cover van AUB, nr. 697 (05/01/1979)

 

Decline and fall of the Heylen empire
Inventief was Heylen wel wanneer het ging over besparingen op de personeelskosten. Zo gebeurde het in de jaren ’80 regelmatig dat filmkijkers voor de Savoy hun ticketje moesten kopen bij de kassadame van Ciné Astrid.
En door op balkonniveau een opening te maken in de muur tussen Astrid en Savoy was er nog slechts één operateur nodig om de twee projectiecabines te bedienen.

Door de opkomst van de VHS-cassette in het midden jaren ’80 kelderde de ticketverkoop voor de softe erotiek.
Cinema Savoy kreeg daarom in 1987 nog een laatste opwaardering. De zaal speelde weer volop de hits uit de Rex , Metro of de Sinjoor verder (‘The Color of Money’, ’Ruthless People’ …).
Het mocht echter niet baten. In januari 1988 sloot de Savoy definitief de deuren.
Het pand werd door Heylen nog een aantal jaren gebruikt als opslagplaats voor allerlei cinemamateriaal.

Voor Ciné Astrid was er enkel uitstel van executie. De programmatie bleef al bij al vrij aantrekkelijk, met een goede mix van oude en nieuwe Disney-producties en ander familie-vriendelijk entertainment.
Een paar keer pakte de zaal zelfs uit met premièrefilms van topfilms, weliswaar samen met een andere (grotere) zaal. Zo ging ‘Indiana Jones and the Last Crusade’  tegelijkertijd in première in Rex en Astrid,  hetzelfde gebeurde  met ‘The Naked Gun 2 ½’ (première in Sinjoor en Astrid).
Het bracht evenwel weinig zoden aan de dijk. Investeringen aan de zaal bleven uit, zodat zowel aan binnen- en buitenkant de Astrid een wat uitgeleefde indruk naliet.
In april 1992, enkele maanden na de sluiting van Ciné Sinjoor en Ciné Vendôme, was het ook voorgoed gedaan voor Ciné Astrid.

 

????????????????????????????????????????

De cinema’s Astrid en Savoy in mei 1986

 

Uitsmijter
Kleine bekentenis: één van mijn eerste cinema-ervaringen was ‘Hurra, die Schulle Brennt’ (1971, Werner Jacobs) met het kindsterretje Heintje. Samen met mijn ouders  zag ik de film in de Merksemse Ciné Tosca op de Bredabaan. Ik vond het fantastisch.
Met veel plezier ontdekte ik in het archief van Patsofilm een waar pareltje voor alle Heintje-fans. De film ‘Ein Herz geht auf Reisen’ (1969, Werner Jacobs) kreeg zijn avant-première in Ciné Astrid.
Let op de sfeervolle verlichting van het Astridplein, de aanschuivende mensenzee aan Ciné Astrid, de mini-rokjes op het podium en de onvergetelijke Willy De Groot , de Showbizz Bart van de seventies. Those were definitely the days!

 

 

Wist-je-datjes:

  • In de kerstvakantie van 1987 vertoonde de Savoy als laatste film de originele versie van ‘The Rescuers’, een herneming van de Disney-tekenfilm uit 1977.
  • Cinema Astrid programmeerde op dat moment de Nederlandstalige versie van dezelfde film.
  • Lange tijd lagen er drie bioscopen naast elkaar op het Astridplein. Rechts van Ciné Savoy was er de Studio Movy, ‘een kleine, zeer intieme zaal waar vooral Franse films werden uitgebracht en die daardoor alleen al een ongunstige reputatie had bij een gedeelte van het publiek’ (Jozef van Liempt in ‘Cinema Magazine’, nummer 86 van januari 1985).
    Brigitte Bardot stond er regelmatig op de affiche, later was er ook de Franse nouvelle vague met ondermeer de Antwerpse première van ‘A Bout de Souffle’ (1960, Jean-Luc Godard).
    ‘De klanten van de Studio Movy schoven aan richting Carnotstraat, die van de buren Savoy en Astrid richting Centraal Station’, schrijft Frank Heirman in ‘Paleis om de hoek’. Studio Movy sloot zijn deuren in 1964.
  • Aan de kant van de Zoo is er nog steeds een cinema: cinema Royale. Twee zaaltjes met pornofilms op het programma.
    Ooit hadden de zaaltjes een betere reputatie. Begin 1984 verbouwde de Calypso-groep een bestaande cinema (de Royal, toen ook al met films voor volwassenen) tot een moderne, maar zielloze duplex.
    De Calypso Zoo-zalen wisten echter nooit een publiek te bereiken. Na enkele weinig succesvolle jaren kwam er een einde aan de Calypso-periode.
  • Heylen verkocht de Savoy en de Astrid in 1992 aan een projectontwikkelaar. De opbrengst van de verkoop was een doekje voor het bloeden. Een jaar later was er immers het algemene faillissement van het Rex-concern.
    Vele jaren bleef de locatie één van de meest zichtbare Antwerpse stadskankers. Pas in 2004 werd begonnen met de afbraak van de zalen. Enkele jaren later kwam er een City Delhaize in de plaats.

Opmerkingen, aanvullingen, reacties … op deze blog zijn meer dan welkom. Stuur een mail naar antwerpen.kinemastad@hotmail.be of reageer rechtstreeks via ‘een reactie plaatsen’.

 

Advertenties

‘You’ll believe a man can fly’: Antwerpse herinneringen aan Superman

Belgische filmaffiche voor 'Superman, the movie' (1978, Richard Donner)

Belgische filmaffiche voor ‘Superman, the movie’ (1978, Richard Donner)

 

Met de release van ‘Man of Steel’ (2013, Zack Snyder) wordt de Superman-franchise nog maar eens nieuw leven ingeblazen. Acteur Henry Cavill, afkomstig van het kanaaleiland Jersey,  is de eerste niet-Amerikaan die het iconische pak van Superman aantrekt.

Voor wie opgroeide in de jaren ’70 van de vorige eeuw blijft all-American boy Christopher Reeve echter de enige echte Superman. Hij speelde de titelrol in de vier Superman-films die tussen 1978 en 1987 werden gemaakt.

 

Programma's Antwerpse cinema's

Programma’s Antwerpse cinema’s met ‘Superman’ op de cover

 

Vader en zoon Alexander en Ilya Salkind hadden met ‘The Three Musketeers’ (1973) en de sequel ‘The Four Musketeers’ (1974) al bewezen een neus te hebben voor vlotte avonturenfilms die een groot publiek konden bekoren. En dat ze ambitieus waren en redelijk wat geld hadden, werd duidelijk toen ze de filmrechten kochten van de Superman-strip.

Journalist Willem Dauw (jawel, de ‘Willem van de Fillem’ van Humo) herinnert zich hoe de Salkinds het filmfestival van Cannes gebruikten om hun film-in-productie te promoten: ‘In 1974 vloog voor de eerste keer boven de Croisette een vliegtuig met een spandoek dat de film aankondigde. In mei ’75 waren er drie vliegtuigen en drie spandoeken, in mei ’76 vijf vliegtuigen en twee helicopters, in mei ’77 acht schepen met elk een verschillende letter op hun zeilen geschilderd, wat in de juiste volgorde S-U-P-E-R-M-A-N moest opleveren, en in mei ’78 werd een hele armada ingehuurd om te verkondigen dat de film bijna voltooid was en met de kerst in de bioscopen zou draaien (Humo, 18/04/1985, p. 66-67).

In de vakpers circuleerden indertijd heel wat namen voor de rol van Superman. Al wie naam en faam had in de seventies kwam blijkbaar in aanmerking: Robert Redford, James Caan, Burt Reynolds, Nick Nolte, Warren Beatty… Al heel snel vielen al die supersterren af. Uiteindelijk werd dus Christopher Reeve de uitverkorene, een geschoold theater-acteur, maar vrijwel onbekend in filmkringen. Zijn enige wapenfeit In Hollywood was de duikbootthriller ‘Gray Lady Down’ (1978, David Greene) met Charlton Heston in de hoofdrol.

Het zou ons te ver leiden om hier verder in te gaan op de productiegeschiedenis van ‘Superman, the movie’. Dat één ander niet van een leien dakje liep, mag duidelijk wezen. Er waren de verschillende scenarioschrijvers, de wisseling van regisseur (James Bond-regisseur Guy Hamilton werd vervangen door Richard Donner, die net een mega-succes had gekend met ‘The Omen’), de problemen met de speciale effecten (de reclameslogan ‘You’ll believe a man can fly’ moest kost wat kost hard worden gemaakt) en de daarbij horende zoektocht naar extra centen.

 

Richard Donner op de cover van het Amerikaanse tijdschrift 'Cinefantastique'

Richard Donner op de cover van het Amerikaanse tijdschrift ‘Cinefantastique’ (summer 1979)

 

Het mag dan ook een wonder heten dat Donner de film klaar had net voor de afgesproken premièredatum in december 1978.
In België wist Georges Heylen met zijn Excelsior Films de rechten van ‘Superman, the movie’ te verwerven.

Producers Alexander en Ilya Salkind hadden een deal met Warner Brothers voor Amerika, maar ze behielden de vrijheid om hun film in andere landen aan lokale distributeurs aan te bieden. Vermits Excelsior eerder al de musketierfilms van de Salkinds had verdeeld en ook hun ‘The prince and the pauper’ (1977, Richard Fleischer) was de overeenkomst snel beklonken.
Het Excelsior-label was op enkele jaren tijd uitgegroeid tot de belangrijkste onafhankelijke distributeur van ons land. Bij de start in de vroege jaren ’70 waren er makkelijke en goedkope successen met Duitse Heimatfilms en flauwe Britse komedies, maar algauw kon hier en daar ook een prestigieuse productie opgepikt worden. Met als kers op de taart de 14 ‘Academy Awards’ voor Excelsior Films bij de Oscaruitreiking op 25 maart 1985 (voor ondermeer ‘Amadeus’, ‘A Passage to India’ en ‘The Killing Fields’).

Voor ‘Superman, the movie’ zette Heylen de grote middelen in. Dat was ook nodig vermits het Belgisch publiek  allesbehalve vertrouwd was met de DC Comics van ‘Superman’ of met de tv-serie uit de jaren vijftig.
Vanaf januari 1979 verscheen de trailer in de zalen en was er publiciteit via affiches en calicots.
In Antwerpen werd Ciné Rubens uitgekozen als premièrezaal, de zaal met ‘het grootste scherm van België’. Hiermee hoopte Heylen zijn film nog wat meer prestige te geven. De Rubens was immers wijd en zijd bekend als de zaal van de grote spektakelfilms (genre ‘Cleopatra’ en ‘Spartacus’, maar ook de Sensurround-films  ‘Earthquake’ en ‘Battle of Midway’).
Extra troef was het feit dat ‘Superman’ de eerste film was die in België in Dolby Stereo zou worden vertoond. ‘Een gloednieuwe geluidstechniek die het film beleven dat zich afspeelt op het witte doek echt af maakt’, titelde de Antwerpse publiciteit.
Verder verkocht Heylen in zijn Ciné-Shop (Anneessensstraat, naast Ciné Metro) ook nog badges, posters, t-shirts en stand-ups. ‘Hebt u Superman gezien, laat het dan ook zien’ was hierbij de slogan.

 

Voorpagina maandblad 'Film en Televisie'

Voorpagina maandblad ‘Film en Televisie’ (nr. 261, februari 1979)

 

Vanaf midden januari kon je je zitje reserveren voor één van de drie dagelijkse vertoningen vanaf 2 februari (5 frank reservatiekosten!).
Met grote verwachtingen zat ik op de eerste woensdagnamiddag van februari 1979 in de Rubens.
En we werden vanaf de eerste minuten verwend. Of zoals een recensent van de IMDB-website schreef: ‘Even the opening credits manage to raise your adrenaline level, as the Suparman symbol soars through space across the screen and Williams’ opening theme perfectly builds to a masterful crescendo’.

Natuurlijk was de film geen absoluut meesterwerk en waren de speciale effecten niet altijd je dat, maar er zat vaart in de film en Christopher Reeve kon ons uitermate charmeren. Reeve was perfect als de onhandige en schuchtere Clark Kent én als de imponerende superheld.
‘Superman’ bleef 14 weken op de affiche van de Rubens en was daarmee één van de grootste Antwerpse bioscoophits van 1979.
Ter vergelijking: Oscar-winnaar ‘The Deer Hunter’ (nog een Excelsior-film) hield het dat jaar 18 weken vol in Ciné Rex.

Het was niet lang wachten op ‘Superman 2’. Samen met deel 1 was er immers al een groot deel van de sequel opgenomen door Richard Donner. Maar creatieve en financiële meningsverschillen tussen regisseur en producers gooiden roet in het eten. Donner kreeg zijn ontslag en de Brit Richard Lester (bekend van de Beatles-films ‘A Hard Day’s Night’ en ‘Help’) mocht de klus verder klaren.

Heylen programmeerde de vervolgfilm in de kerstvakantie van 1981 natuurlijk in de Rubens (in ‘wereldpremière’ volgens de publiciteit) en in de Berchemse cinema Palace.
Het gebeurde in die periode wel meer dat films van Excelsior tegelijkertijd hun première beleefden in de stationsbuurt en in de Palace. Met deze politiek hoopte het Rex-concern de weinig rendale randzaal weer op de kaart te zetten. Het was helaas slechts uitstel van excecutie. De Palace sloot zijn deuren op 30 juni 1983, iets meer dan een jaar nadat Heylen in cinema Roma het licht had gedoofd.

De sequel was aangenaam kijkvoer, maar veel nieuwe vondsten waren er niet, zodat van ‘Superman 2’ ook geen vernieuwde aantrekkingskracht uitging. De stunts en de trucages waren nog steeds verbluffend, maar zelden verrassend. Terwijl het er allemaal vrij ernstig aan toe ging. Het leek wel of de ironie en de grappen samen met Donner verdwenen waren.
Resultaat in Antwerpen: acht weken Ciné Rubens en twee weken in de Quellin.

 

Reclamefiche bestemd voor bioscoopuitbaters voor 'Superman 2' (1980, Richard Lester)

Reclamefiche bestemd voor bioscoopuitbaters voor ‘Superman 2’ (1980, Richard Lester)

 

In de zomer van 1983 kwam deel 3 in de zalen. Opvallende nieuwkomer in de cast was komiek Richard Pryor als een maffe computer-specialist die de boze plannen van Supermans tegenstanders helpt uitkienen. Pryor zorgt voor heel wat komische terzijdes, dit keer ten nadele van de stunts.

Dat voor Antwerpen weer ciné Rubens werd uitgekozen als premièrezaal was al lang geen nieuws meer. Dit keer was het wel Warner Brothers die de film verdeelde in België.
Het succes van de eerste twee films werd niet meer geëvenaard. De film verhuisde na enkele weken naar Ciné Astrid en later nog naar één van de piepkleine Ambassades Clubs. Na 13 zomerse weken was de Antwerpse bioscoopcarrière van ‘Superman 3’ voorbij.

Het leek er dan ook op dat Reeve zijn blauwe pak en rode cape defintief mocht opbergen. Maar dat was buiten Menahem Golan en Yoram Globus gerekend. Met hun Cannon-groep waren deze twee Israëli’s bijzonder actief in de jaren ’80. Ze grossierden in low budget exploitationfilms met een ranzige ondertoon. Charles Bronson en Chuck Norris fungeerden hierbij als uithangbord. Af en toe probeerden ze hun imago wat op te krikken door projecten van regisseurs als Robert Altman of John Cassavetes te financieren. Ook het kopen van de filmrechten van ‘Superman’ kaderde in deze politiek.

Golan & Globus konden Reeve overtuigen om aan te treden in ‘Superman IV: The Quest for Peace’. Meer zelfs, dit keer fungeerde Reeve ook als co-scenarist.
Het resultaat was echter rampzalig. Cannon had omwille van financiële perikelen uiteindelijk flink wat gesnoeid in het productiebudget. De speciale effecten waren dan ook ondermaats en het scenario weinig samenhangend.
De film liep quasi onopgemerkt enkele weken in de Calypso-zalen in de zomervakantie van 1987.

Reeve probeerde tijdens en na de ‘Superman’-reeks zijn acteertalent te bewijzen in andere films, zoals in ‘Deathtrap’ (1982) van Sidney Lumet of ‘The Remains of the Day’ (1993) van James Ivory, maar het bleek uiteindelijk heel moeilijk om uit de schaduw van zijn beroemdste personage te treden.

Het noodlot sloeg toe bij Reeve op 27 mei 1995. Toen hij tijdens een paardenshow in Virginia een zware val maakte, brak hij twee nekwervels en raakt zo goed als helemaal verlamd. De Man van Staal werd in één klap veroordeeld tot een leven waarbij hij volgens de eerste prognoses van de dokters niets meer zou kunnen voelen of bewegen behalve zijn hoofd. Reeve werd echter een gedreven lobbyist voor ruggenmergpatiënten en hij geloofde sterk in de mogelijkheden die stamcellenresearch kon bieden. Hij vond zelfs de moed en de kracht terug om opnieuw te acteren. Zo speelde hij in de televisiefilm ‘Rear Window’ (1998) de rol die James Stewart indertijd in de gelijknamige Hitchcock-thriller vertolkte.

Christopher Reeve overleed op 10 oktober 2004 aan de gevolgen van een hartaanval, nadat hij een dag eerder in coma was geraakt.

 

Cartoon van Kim n.a.v. overlijden Christopher Reeve ('De Morgen')

Cartoon van Kim n.a.v. overlijden Christopher Reeve (‘De Morgen’, 12/10/2004)

 

Op You Tube vind je alles, dus ook de generiek van ‘Superman, the movie’. Wanneer ik er naar kijk, voel ik me weer die 14-jarige puber op één van de harde stoelen van Ciné Rubens.
Verder ben ik het volmondig eens met een amateur-recensent op IMDB.com: ‘There MAYBE ‘better’ Superman movies made in the future. But this intro/credits scene will ALWAYS be absolute perfection. A 35 year old sequence, and it still gives me goosebumps. That is the sign on quality, people…’.