Ciné Vendôme: de ‘kinema met standing’

Belgische affiche van 'Violette Nozière' (1977, Claude Chabrol)

Belgische filmaffiche van ‘Violette Nozière’ (1978, Claude Chabrol)

 

In de gouden jaren van het Rex-concern werd de Anneessensstraat ook wel eens de ‘kinemastraat’ genoemd.
Nergens anders in België was er immers zo’n dichte concentratie aan bioscoopschermen in één straat.
Eerder hadden we het al over de majestueuze Metro, de charmante Ambassades (en de abominabele Ambassades Clubs) en het Odeon-kwartet, de laatste realisatie van Georges Heylen.
Bijna waren we Ciné Vendôme vergeten, het kneusje van de Anneessensstraat. Een groter contrast met overbuur Metro was dan ook niet denkbaar.

De Vendôme was een kleine zaal (amper 195 plaatsen), zonder balkon en zonder hellende vloer. Kinderen en volwassenen klein van gestalte waren dan ook de pineut in een overvolle Vendôme. Tenzij ze een plaats hadden kunnen veroveren op de kleine ‘gradin’ achteraan in de bioscoop.
De zaal was eigenlijk niet meer dan een groot uitgevallen schoendoos met weinig karakter en zonder bijzonderheden.
Van foyer was ook amper sprake. Ik herinner mij een minuscule confiseriestand in de kleine onthaalruimte en verder een smalle trap die naar de kelder afdraaide waar zich de toiletten bevonden.

Weinig Antwerpse cinema’s veranderden echter zo vaak van naam als de Vendôme.
Enig speurwerk leert ons dat een zekere J. Van Look de zaal opende in 1931. De vroegere balzaal van hotel Frison werd omgevormd tot Studio Savoy.
Na de oorlog kwam de zaal in handen van Anna Oostvogels en de naam veranderde in Ciné Stuart.
Éen van Oostvogels medewerkers en ook latere medewerker van Heylen, Frans Cleiren, omschreef haar als een ‘alleenstaande vrouw met een wat frivole levenswandel. Helaas viel ze op de verkeerde mannen en dat bracht haar in moeilijkheden. Als haar mannen geen interesse hadden voor de cinema, ging het slecht met haar bioscoop…’ (Frank Heirman in Gazet Van Antwerpen, ‘De grootse bloei, van Stuart naar Vendôme’, december 1995).

In 1948-1949 is er een nieuwe naamswijziging en ook een radicale wijziging in programmatie. Ciné ABC specialiseert zich voortaan in ‘Franse films met verdorven vrouwen’. Cleiren spreekt over films met ‘veel gekus, veel ondergoed, maar geen bloot’. Ondanks deze nieuwe aanpak blijft Oostvogels het moeilijk hebben om te concurreren met de grotere spelers op de markt. In 1953 gooit ze dan ook de handdoek in de ring. Oostvogels opent een bar en verkoopt haar cinema aan Georges Heylen.

 

Publiciteit voor 'The Alphabet Murders' in Ciné Vendôme (Weekblad Cinema)

Publiciteit voor ‘The Alphabet Murders’ in Ciné Vendôme (Weekblad Cinema – nieuwjaarsnummer 1966)

 

Architect Rie Haan krijgt de opdracht om de zaal te verfraaien en een ‘sjieker’ cachet te geven. Voortaan zou de ‘betere’ film aan bod komen in Ciné Vendôme. In publiciteit werd de zaal omschreven als de ‘kinema met standing’. Dit naar analogie met de omschrijvingen voor Ciné Odeon (de ‘kinema van de elite’) en Ciné Rex (‘Antwerpens Prachtkinema’). De kleine capaciteit leende zich inderdaad perfect tot het vertonen van cinefiele producties (nogal wat festivalfilms kregen hier hun kans). In de jaren ’60 stonden er ook veel Engelse films op de affiche. Zo vertoonde productiefirma en distributiekantoor Rank heel wat van zijn output in de Vendôme.

 

Programma Ciné Vendôme

Programma Ciné Vendôme – januari 1964 (buitenkant)

Vendôme otto e mezzo

Programma Ciné Vendôme – januari 1964 (binnenkant)

 

In de jaren ’80 breidde Heylen zijn zalenpark uit met kleinere club-zalen (Rex Club en Ambassades Clubs) waardoor de Vendôme zijn cachet van elitezaal wat verloor. De zaal werd dan ook meer en meer gebruikt als doorgeefluik van films die hun carrière waren gestart in één van de grotere Rex-zalen. Toch herinner ik mij nog een aantal opmerkelijke premières in de Vendôme: ‘Days of Heaven’ (1978, Terence Malick), ‘Prince of the City’ (1981, Sidney Lumet) en ‘Diner’ (1982, Barry Levinson).

En toen 3D-films in de vroege jaren ’80 aan een eerste revival begonnen, was de Vendôme de zaal waar ze in première gingen. Al vloekte het vertonen van ‘Jaws 3-D’ (1983, Joe Alves) en ‘Supergirls in 3D’ (1983, Walter Molitor, aka Amato Bozelli) echt wel met het imago dat de zaal zich had aangemeten.

Vergeten we ook niet te vermelden dat de Vendôme in 1980 enkele maanden moest sluiten wegens schade opgelopen na een brand. Het fijne hiervan hebben we niet meer kunnen achterhalen, feit is wel dat de zaal niet onherstelbaar was beschadigd. De cinema kreeg een opknapbeurt en opende opnieuw op 24 oktober 1980 met de Belgische première van de David Bowie-film ‘Just a Gigolo’ (1978, David Hemmings). In AUB 789 omschreef men de vernieuwde zaal als een ‘stijlvol cinemajuweel’ en ‘één van de modernste zalen van het land’.
Naar aanleiding van de vernieuwingswerken schreef een pientere lezer van het maandblad ‘Film en Televisie’ in maart 1981 het volgende: ‘Als er nu nog een paar oude zalen vernieuwd worden, zal Antwerpen nog zijn oude naam – Kinemastad – terug verdienen. In dat opzicht moeten we misschien de man dankbaar zijn die gezorgd heeft voor de brand in Ciné Vendôme. Het doel heiligt de middelen wel niet, maar als de eigenaar het vertikt, blijkt dit een doeltreffend middel. Wie neemt de volgende zaal voor zijn rekening’?

 

AUB nr. (24/10/1980)

AUB nr. 789  (17/10/1980)

 

Dat er in de tweede helft van de jaren ’80 zwaar moest bespaard worden op personeelskosten in het Rex-concern konden de filmliefhebbers zelf vaststellen aan de kassa van Ciné Vendôme. Meer dan eens prijkte daar een bordje dat de kijker zijn ticket moest kopen aan de overkant van de straat, bij de kassadames van de Metro. Volgens Jan Verheyen bleef het zelfs niet beperkt tot de kassiersters, getuige zijn anekdote die de Gazet Van Antwerpen haalde: ‘Op een bepaald moment is Heylen zo hard beginnen snoeien in zijn personeel dat slechts één operateur verantwoordelijk was voor de projectie in alle zalen van de Anneessensstraat: de twee Metro’s, de Ambassades en de Vendôme. Dan kreeg je van die scènes waarin een meneer met een stofjas hijgend de Metro buiten stormde om een projectieprobleem, waar ze telefonisch voor hadden verwittigd, in de Vendôme te herstellen. Complete waanzin! Het gevolg was natuurlijk dat de filmliefhebber op de duur nog liever naar Gent of Brussel reed dan in de eigen stad te worden bediend’ (GVA , 18/12/1997, ‘De Antwerpse cinema is blijven hangen in fifties’, Rudy De Coninck).

 

Belgische filmaffiche van 'Who's Killing the Great Chefs of Europe' (1979, Ted Kotcheff)

Belgische filmaffiche van ‘Who’s Killing the Great Chefs of Europe’ (1978, Ted Kotcheff)

 

Op 4 november 1991 gingen de gordijnen voor altijd dicht in de Vendôme. Met ‘Dances with Wolves’ (1990, Kevin Costner) kwam er een toch nog een waardig einde aan meer dan een halve eeuw film kijken in de Anneessensstraat 31. De zaal werd een restaurant, veranderde af en toe van eigenaar en keuken en staat nu leeg. Enkel de luifel herinnert nog aan het cinemaverleden van het pand.

 

Advertenties