De ouderwetse charme van Ciné Ambassades

Belgische affiche voor 'The Angry Red Planet' (1960, Ib Melchior)

Belgische affiche voor ‘The Angry Red Planet’ (1960, Ib Melchior)

 

Wie in de jaren ’70 of ’80 sommige zalen van het Rex-concern binnenstapte, had weleens het gevoel net een reis met de teletijdsmachine te hebben gemaakt. Bioscopen waar de tijd twintig jaar had stilgestaan, waren zeker geen uitzondering in de stationsbuurt. De aankleding van de zaal, de harde stoelen met beperkte beenruimte, overjaarse ouvreuses in hun stijve mantelpakjes en een zaalwachter in een donkerbruin, aftands kostuum. Alles ademde de sfeer van de naoorlogse jaren uit. We denken hierbij spontaan aan de Astrid en de Savoy op het Astridplein, cinema Astra in de Carnotstraat en (de kers op de taart) cinema Ambassades in de Anneessensstraat (naast Ciné Metro).
Ik kan me inbeelden dat heel wat mensen hun neus optrokken voor de verouderde en weinig comfortabele infrastructuur van de zalen. Voor mij daarentegen was film kijken in deze ‘pluchen paleizen’ een ware belevenis. Ik genoot van de verscheidenheid van de zalen (groot/klein, met en zonder balkon, de uitnodigende foyers in bepaalde zalen, de foto’s en de mini-calicots in de hall, het snoepstalletje in de Rubens …). Met het faillissement van de Heylen-zalen verloor het ‘naar de film gaan’ meteen veel van zijn magie voor mij.

Mijn eerste kennismaking met de Ambassades dateert van de zomer 1978. De film die ik er zag was ‘De Stille Genieter’, een gedateerde, Antwerpse komedie van Edith Kiel uit 1961 die wonderwel paste bij de zaal waarin hij werd vertoond.
Gelukkig ben ik niet alleen met mijn heimwee naar en bewondering voor de Ambassades. Dean Wouters schrijft in zijn blog ‘Memoires van een Cinemaganger’ (http://ifablogismade2.blogspot.be/): ‘Naar mijn weten waren er nergens zo’n ongemakkelijke, harde houten stoeltjes als daar. De zaal had meer weg van een verduisterde parochiezaal dan van een klasse filmzaal. Toch kreeg ik steeds bij het kopen van mijn ticket dat gevoel van gezelligheid. Waren het de foto’s en de affiches die rijkelijk gebruikt werden aan de inkom en die mij vertelden wat voor amusement mij te wachten stond?’.
Ciné Ambassades haalde in 1988 zowaar de cover van het respectabele tijdschrift ‘Monumenten & Landschappen’. Een ‘typische bioscoop uit de jaren ’50′ stond erbij als onderschrift.

 

Ciné Ambassades op de cover van 'Monumenten & Landschappen'

Ciné Ambassades op de cover van ‘Monumenten & Landschappen’

 

De zaal dateert eigenlijk uit 1948 en werd ondergebracht in een pand waar vanaf 1890 Hotel Flora was gevestigd. Na de Grote Oorlog werd het hotel een café-restaurant-dancing waar tevens ruimte was voorzien voor vergaderzalen (dank aan Frans Lauwers en zijn naslagwerk ‘De Antwerpenaar en zijn Statiekwartier’ voor deze info).
Het was paleizenbouwer Rie Haan die in opdracht van de groep De Backer het geheel verbouwde tot Cinema Ambassades. Hij leverde daarmee een visitekaartje af, want in de jaren die volgde leek het wel of Haan betrokken was bij alle verbouwingen en vernieuwingen aan bioscoopzalen. Georges Heylen was zonder twijfel zijn voornaamste klant. Frank Heirman omschijft de Ambassades als een ‘brede, sobere zaal zonder balkon met een relatief klein scherm’ (‘Het paleis om de hoek’, pagina 164). Er was plaats voor 450 kijkers.

De groep De Backer (die in de jaren ’50 ook nog de Capitole, de Regina en de Cameo in de Begijnenstraat in portefeuille had) programmeerde in de Ambassades vooral cinefiele films. Nog volgens Heirman had de groep De Backer een bevoorrechte relatie met de verdeelhuizen Rank en Cobelciné.

 

Programma Ciné Ambassades en Ciné Regina (1960)

Programma Ciné Ambassades en Ciné Regina (23/12/1960)

 

Uit ‘Weekblad Cinema’ van 1 oktober 1960 leren we dat er in die periode vernieuwingswerken aan de bioscoop werden doorgevoerd. ‘De gerestaureerde zaal bood een feestelijke aanblik en de nodige aandacht was besteed aan de verschillende details om het verwende hedendaagse publiek naar de zin te maken’, was de mening van een enthousiaste scribent. Het is niet echt duidelijk of deze werken gepaard gingen met een verandering van het management. Feit is wel dat in de eerste helft van de jaren ’60 de uitbating van de zaal gebeurde door de nv Kinobel en niet langer door de groep De Backer.

 

Weekblad Cinema

Weekblad Cinema 01/10/1960

 

De concurrentie van de Heylen-groep was echter moordend en de Ambassades had het moeilijk om aan kwalitatieve films voor een groot publiek te geraken.
Met hernemingen van waardevolle films wist de zaal toch een zekere reputatie te behouden.
Heirman gaat dus in de fout wanneer hij schrijft dat de Ambassades in 1962 door het Rex-concern werd overgenomen. Dit gebeurde pas in 1966 en daarmee was de Ambassades de laatste centrumbioscoop die Heylen kon overnemen van de concurrentie.

 

Programma Ciné Ambassades (1965)

Programma Ciné Ambassades (29/10/1965)

 

In het Rex-concern had de Ambassades een dubbele functie. Enerzijds was de zaal door zijn capaciteit ideaal om films door te spelen die gestart waren in de grotere zalen (Rex, Pathé en Metro), anderzijds bood de grootte van de bioscoop ook mogelijkheden om te experimenteren met moeilijker materiaal. Zo kon je in de Ambassades kennis maken met latere cult-films als ‘The Wicker Man’ (1973, Robin Hardy ), ‘Zardoz’ (1974, John Boorman), ‘The Kentucky Fried Movie’ (1977, John Landis), ‘Diva’ (1981, Jean-Jacques Beineix) en ‘The King of Comedy’ (1983, Marin Scorsese).
In de jaren ’70 waren er in de Ambassades op vrijdag en zaterdag ook nachtvertoningen. Ook hier was er ruimte om de cinefiele film aan bod te laten komen. Zelfs het filmfestival van ‘Film International’ maakte in 1975 gebruik van de zaal om een deel van zijn programma te vertonen.

 

Belgische filmaffiche van 'Zardoz' (1974, John Boorman)

Belgische filmaffiche van ‘Zardoz’ (1974, John Boorman)

 

Wat weinigen weten is dat je in de ruimte boven de Ambassades in de jaren ’50  en vroege jaren ’60 terecht kon in ‘Dancing Chatelet’. Volgens Frans Lauwers waren er zelfs twee dansruimtes. ‘In de ‘rappe bak’ werden voornamelijk de twist en de rock-n-roll aan de dansers voorgeschoteld. Voor diegenen die zich aan geen ‘rappe’ durfden wagen of zich in een romantische bui voelden, was aan de linkerzijde de ‘trage bak’. Hier werd geschuifeld op het schorre stemgeluid van Ray Charles, het ontroerende ‘Coeur blessé’ van Petula Clark en het heropgeviste ‘Je suis seul ce soir’’ (‘De Antwerpenaar en zijn Statiekwartier’, pagina 78). Na de sluiting van de dancing was er af en toe sprake van om in de ruimte een tweede bioscoopzaal te bouwen, maar echt concreet werden deze plannen nooit. Integendeel, in het begin van de jaren ’90 werd na twintig jaar leegstand een nieuwe discotheek geopend boven de Ambassades. Wie op You Tube de trefwoorden ‘Ambassades’ en ‘Prestige’ intikt, komt terecht bij een filmpje van de Antwerpse Kinema Aktualiteiten over de openingsavond van de dancing.

Werden de plannen voor een extra bioscoop boven de Ambassades niet gerealiseerd, in de ruimte onder zaal richtte Heylen eind 1981 vier mini-clubzaaltjes in.  Hiermee trok het Rex-concern ten strijde tegen Ciné Monty en Cartoon’s. Bedoeling was om met prestigieuze producties een antwoord te bieden aan het succesvolle initiatief van Michel Apers en co. Aanvankelijk was de programmatie inderdaad moedig en gedurfd (kijk naar de openingsfilms in de AUB van 19 december 1980), maar algauw groeiden de clubs uit tot een extra vehikel om bepaalde (Excelsior-) films eindeloos door te spelen. Zo bleef ‘Life Of Brian’ uiteindelijk 69 (!) weken op de affiche staan.

 

Ambassades clubs AUB 798 191280

Openingsfilms Ambassades Clubs (AUB nr. 798, 19/12/1980)

Openingsfilms Ambassades Clubs (AUB nr. 798, 19/12/1980)

 

Erik Kloeck en Marc Holthof konden het dan ook niet nalaten om in ‘Andere Sinema’ hun in vitriool gedoopte pen te gebruiken om hun bevindingen over de Ambassades Clubs neer te schrijven:
‘In het Antwerpen van de heer Heylen is gelukkig zo lang mogelijk gewacht met het verbouwen van filmpaleizen. Het laattijdig konstrueren van deze vier piepkleine zaaltjes met al even kleine schermpjes (en naar wij vernemen soms even kleine recettes) was volstrekt overbodig. De zaaltjes dienen dan ook alleen om films weg te spelen, uit te melken en vooral om de geringe konkurrentie in de metropool een pad in de korf te zetten. Tot daar aan toe: ça c’est la petite histoire. Erger is het gesteld met de domoren die er in trappen. Immers de benaming ‘club’ (bleuk!) appelleert aan het ‘betere’ in het menselijke ras. En ja hoor, onze aartsvijand: de cinefiel, is er weer als een blinde doofstomme domoor ingetrapt. Het openingsprogramma loog trouwens niet omtrent de sociale status die men de hokjes wou aanmeten: Kagemusha, Elephant Man, Vrouwenstad en het akelige Life Of Brian. Wij er op een koude januarinamiddag naar toe om Kagemusha te gaan kijken. Konstant de geluiden van de ons omringende clubs, onscherpe projektie –weeral- en de grootste moeite van de wereld om je koncentratie niet te verliezen op het belachelijke scherm. Maar ja, zoals men in het aanpalende zaaltje zong: ‘Always look at the bright side of life’’ (Andere Sinema, nummer 39, mei 1982, pagina 18).

Voor de volledigheid nog even de respectievelijke capaciteit van de vier zaaltjes vermelden: 73 (club 1), 54 (club 2), 60 (club 3) en 81 (club 4).

Toen het Rex-concern al grotendeels in puin lag, durfde Georges Heylen het toch nog aan om het monument Ambassades aan te pakken. Zelfs de naam moest eraan geloven en werd veranderd in Sinjoor. Eén en ander had te maken met de sluiting van Ciné Sinjoor op de Keyserlei in  januari 1992. Deze zaal was eind jaren ‘70 nog volledig vernieuwd en beschikte dus over vrij recent materiaal en zetels die wel beantwoordden aan de comfortvereisten van de filmliefhebbers. De inboedel van de Sinjoor werd dus simpelweg overgebracht naar de Ambassades.
Met heel wat publicitaire peptalk werd in de  AUB van 7 februari 1992 de sluiting van de Sinjoor op de De Keyserlei omfloerst vergoelijkt en werd meteen ook reclame gemaakt voor de opsmuk van de Ambassades. We laten u even meegenieten: ‘De vroegere Ciné Ambassades wordt geheel vernieuw en uitgerust met de meest moderne apparatuur en zal herrijzen als de nieuwe Ciné Sinjoor. De zaal wordt volledig ontmanteld, een geheel nieuw interieur wordt uitgedokterd, met het oog op het komfort van de kinemaliefhebber. Gemakkelijke zetels, een helder, aangenaam dekor, een vergroot scherm, waarop u een goed zicht hebt, waar u ook zit in de zaal. De Antwerpenaar is steeds fier geweest op zijn ‘Sinjoor’ en die mag dan ook niet uit het stadsbeeld verdwijnen. Hij verandert enkel van plaats’.

 

Ambassades wordt Sinjoor (AUB nr. 1368, 07/02/1992)

Ambassades wordt Sinjoor (AUB nr. 1368, 07/02/1992)

 

Ondanks de wervende woorden durfde ik de confrontatie met de nieuwe Ambassades/Sinjoor niet aan. Uit schrik dat de ouderwetse charme van de zaal zou zijn verloren gegaan?

In de zomer van 1993 kwam er door het faillissement van het Rex-concern een einde aan filmkijken in het Ambassades-complex. De vier clubs sloten op 27 augustus, een week later rolde in de grote zaal ook de laatste pellicule door de projector. ‘Indecent Proposal’ (1993, Adrian Lyne) was toch een min of meer waardige afsluiter voor de zaal.

 

Advertenties

5 Responses to De ouderwetse charme van Ciné Ambassades

  1. henri seymus says:

    bij het begin van dit nieuwe jaar wil ik je toch eens extra bedanken voor deze fijne blogs over de cinema van vroeger…ben nu bijna 65 en ben al ne cinemaloper vanaf mijn 12de jaar…mijn eerste film was samen met mijn moeder en grootmoeder toen ik mijn communie deed naar de cinema Savoy op het Astridplein waar we toen naar EN EEUWIG ZINGEN DE BOSSEN zijn gaan kijken, en van toen af had ik de microbe te pakken…wekelijks 1 of meerdere keren naar een van de vele zalen in het Antwerpse..nog straffer ik heb gedurende bijna 40 jaar zelf filmoperateur geweest… nu is spijtig genoeg al die glans en alles van vroeger verloren gegaan maar toch ga ik nog minstens 1 keer per week altijd naar de cinema pardon nu is dat bioskoop hé…want omdanks de vooruitgang en digalisering blijft de liefde voor de cinema mij nog altijd bij en daar om is het zo fijn om deze reeks artikels te volgen en beleefd ik er telkens zoveel plezier aan….dus dank voor alles wat er al te lezen is geweest en het geen er nog moet komen….

    • cinantwerp says:

      Henri,
      Ik wens je hartelijk te danken voor je reactie.
      Door het schrijven van deze blog besef ik pas dat er nog veel andere mensen een zekere heimwee hebben naar de cinema’s van weleer.
      Ik neem me voor om ook in 2013 regelmatig mijn passie te delen met jou en de andere lezers van mijn blog.
      Via een persoonlijke mail stuur ik je nog een publiciteit door die ik heb gevonden voor de vertoning van ‘En eeuwig zingen de bossen’ in Ciné Savoy.
      Frank

  2. Dean says:

    Weeral een schot in de roos, deze review van de Ambassades zalen. Én dan nog eens een deftig belichte foto van de zaal zelf. Straf dat je dat ergens op de kop hebt kunnen tikken.
    Ik herinner me inderdaad dat de allereerste rij stoelen overdreven dicht bij het scherm stond. Bij de eerste “Dag van de film” die ik samen met een groep vrienden aandeed, lagen we languit op de grond voor die eerste rij stoelen omdat het anders simpelweg niet te doen was.

  3. Alex De Rouck says:

    Heel mooie blog (net als die van Dean trouwens :-)). Zelf beleefde ik mijn apejaren in de bioscoop (eind jaren zeventig, begin jaren tachtig) in de Gentse centrumzalen. En voor het grootste deel in de Decascoop (geopend in december 1981), die het einde van de centrumzalen bespoedigde; De overblijvende Gentse centrumzalen (Capitole, Select, Century, Majestic 1 & 2, Rex, Savoy) gingen voor de eerste keer dicht midden in 1982. Later werden ze overgekocht door het Heylen-concern en het merendeel ging eind 1982 – begin 1983 terug open. De allerlaatste (Capitole en Century) gingen in 1986 definitief dicht.

    Naast de Decascoop (inmiddels Kinepolis Gent) (12 zalen) bestaan in Gent enkel nog arthousecinema Studio Skoop (5 zalen) en Sphinx (nadruk op kwaliteitsfilms) (ook 5 zalen). Inmiddels ga ik al zo’n twaalf jaar wel veel naar de Antwerpse cinema (UGC), maar aan de door jou beschreven periode heb ik in Antwerpen dus geen persoonlijke herinneringen. Mijn vroegste herinnering is trouwens de vertoning van ‘King Kong’ in de Gentse Capitole. Zal wel begin 1977 geweest zijn. Ik herinner we daarvan vooral nog de megafantastische luifel boven de zaal met rode lampen als de ogen van Kong en de rook die uit de mond kwam. Ja, die magie heeft de generatie van vandaag niet meer. De allereerste film die ik zag was ‘Lady And The Tramp’ (ook in Capitole, waarschijnlijk tijdens de kerstvakantie 1976).

    Enfin, je hebt dus ook lezers zonder persoonlijke jeugdherinneringen aan Antwerpen 🙂

    Dank voor de mooi geschreven stukjes.

    • cinantwerp says:

      Alex,
      Heel tof om te lezen dat ook niet-Antwerpenaren plezier beleven aan het lezen van de blog ‘Antwerpen Kinemastad’.
      Spijtig dat er van de talrijke Gentse cinema’s van weleer zo goed als niets overblijft. Maar ja, dat is niet alleen in Gent zo.
      Gelukkig is de Capitole gerenoveerd en blijft de zaal verder leven. Weliswaar niet als cinema.
      Film kijken in de Capitole moet indertijd wel een belevenis zijn geweest.
      In het boek ‘Verlichte Stad’ van Daniël Biltereyst (uitgeverij Lannoo) wordt een volledig hoofdstuk besteed aan de geschiedenis van de Gentse cinema’s. De moeite waard om te lezen!
      Frank

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: