Film kijken in het Century Center: Brabo, Tijl en Wapper

Belgische filmaffiche van 'Lili Marleen' (1981), openingsfilm van Ciné Tijl

Belgische filmaffiche van ‘Lili Marleen’ (1981), openingsfilm van Ciné Tijl

 

Tijdens een eerdere aflevering van deze blog hebben we al ter sprake gebracht dat het Rex-concern van Georges Heylen in de jaren ‘70 van de vorige eeuw nauwelijks inspeelde op de trend om de grote filmpaleizen op te splitsen in kleinere bioscopen.
Als quasi-monopolist in Antwerpen had de Rex-groep daar ook weinig reden toe. Het was pas toen de meer-cinefiele concurrentie van Monty en Cartoon’s zich eind jaren ‘70 manifesteerde dat er onder impuls van Guido Heylen (zoon van) begonnen werd met de bouw van enkele kleinere club-zalen.
Op relatief korte tijd (van november 1979 tot december 1982) kwamen er extra zalen in de kelders van de bioscopen Rex, Ambassades en Quellin. Dit leidde tot een gevoelige uitbreiding van het filmaanbod, maar qua cinemabeleving en kijkcomfort was het niet allemaal rozengeur en maneschijn in die piepkleine zaaltjes. De schermen in de Ambassades Clubs waren amper groter dan een plasmascherm in een doorsnee-huiskamer en (om Patrick Duynslaegher te parafraseren) enkel in de toiletruimte had je voldoende beenruimte.

Naast de club-zalen opende het Rex-concern in april 1981 drie nieuwe, relatief kleine bioscopen in het Century Center (Pelikaanstraat/De Keyserlei): Brabo, Tijl en Wapper (hier verderop veelal afgekort tot BTW-zalen).
Tijl kon 260 kijkers ontvangen, in Wapper was plaats voor 200 cinemagangers en Brabo was goed voor 160 zitjes.
Cinemazalen onderbrengen in een shopping center was zeker geen nieuw gegeven. In Amerika was dit in de seventies al gemeengoed (doorgaans wel in een shopping mall een heel eind buiten de stad) en ook Brussel kende sinds oktober 1978 de acht UGC-bioscopen in de ‘City 2’ (Nieuwstraat).

 

Openingsfilms BTW-zalen (AUB, nr. 814, 10 april 1981)

Openingsfilms BTW-zalen (AUB, nr. 814, 10 april 1981)

 

Dat het uiteindelijk Georges Heylen was die de drie bioscopen van het Century Center mocht uitbaten, was het resultaat van juridisch getouwtrek met de Calypso-groep (in 1973 gestart met een triplex op de hoek van de De Keyserlei en de Quellinstraat).
Piet Meerburg, toenmalig directeur van de Calypso’s, zei hierover het volgende aan Raf Butstraen van ‘De Standaard’: ‘Vergeet niet dat wij vanaf het begin een optie hadden op drie zalen in het Century-Centrum. De huidige zalen, Brabo, Tijl en Wapper zijn door onze technici ontworpen maar we verloren ze in een juridische strijd. Het was alleen een kwestie van afstand en onderbrengen in een complex. Wij hadden het London House en onze tegenstanders hadden het Century-complex en vermits ze daarin gelegen zijn …’ (De Standaard, 22 december 1983, pagina 6).

De feestelijke opening van de zalen vond plaats op donderdag 9 april 1981 Er was veel ‘schoon volk’ aanwezig (ondermeer burgemeester Mathilde Schroyens en provinciegouverneur Andries Kinsbergen) en natuurlijk was er ook een ploeg van de Antwerpse Kinema Aktualiteiten aanwezig om één en ander op pellicule vast te leggen. Dankzij het kanaal van Patso Film op You Tube kan iedereen nog nagenieten van de festiviteiten in ‘Oud-Vlaamse stijl’.

 

 

De commentaarstem van Nand Baert haalt de loftrompet boven en heeft het over ‘hypermoderne cinemazalen’, ‘een gezellig en comfortabel interieur’ en ‘de meest moderne apparatuur voor projectie’.
Frank Heirman oordeelt in zijn boek ‘Het paleis om de hoek’ echter vrij streng over de BTW-cinema’s: ‘De zalen misten karakter en verwierven nooit een groot publiek’.
De openingsfilms kwamen alle drie uit de stal van Excelsior Films (de distributietak van het Rex-concern): Rainer Werner Fassbinder (wiens ‘Die Ehe der Maria Braun’ eerder al de Rex Club opende) leverde met ‘Lili Marleen’ de openingsfilm voor Ciné Tijl, ‘Scanners’ van David Cronenberg was een waardige opener voor Ciné Brabo en het luchtig Bo Derek-niemendalletje ‘A Change of Seasons’ was de eerste film voor Ciné Wapper.

In ‘Andere Sinema’ van juni 1982 laten Mark Holthof en Eric Kloeck (toen reeds uitbater van Cartoon’s en later ook Calypso) hun licht schijnen op de drie bioscopen van het Century Center. Omdat zij als geen ander de BTW-zalen zo treffend wisten te typeren, nemen we hieronder integraal hun relaas over (in de toenmalige spelling, die nu pijn aan de ogen doet):

‘Tijdens onze Odyssea belandden wij ook enkele malen op een ander eiland van de praalzucht, gevestigd in het souterrain van het Antwerpse Century Center.
In één van zijn drieste pogingen om zijn zalenpark te verantwerpsen heeft de heer Heylen de drie bioscopen die daar gevestigd zijn voorzien van de uitermate Hollywoodiaanse namen Wapper, Tijl en Brabo.
Het is bepaald niet gemakkelijk voor de argeloze bezoeker die het met komputerletters aangeduide Center is binnengestapt om deze zalen te bereiken. Een namaak perkamenten rol met namaak-Gotische letters wijst de ondergrond in. Een tikkeltje angstig daalt de would-be filmkijker enkele trappen af om in een … metrostation te belanden. Een kaal grijs hol waar zich ook zoiets als een kassa bevindt. Dan merkt hij de drie gefiguurzaagde afbeeldingen van onze volkshelden naar wie de zalen zijn genoemd. ‘Dat moet de ingang zijn’ flitst door zijn hoofd. Hij passeert de afbeeldingen en komt in een nieuwe hal waar namaak-Breugels hangen. En ja: in dit hol komen op de vreemdste manier de drie ingangen van de zalen uit.
Nee: dit is geen stukje Vlaamse science-fiction, het is hedendaags cinemalopen.
Wapper en Tijl, twee (overigens identieke) fraaie zalen skoren iets boven de middelmaat op ons voorkeurslijstje van Antwerpse zalen.
Met Brabo is het echter lachen geblazen. De kleinste zaal van de drie werd (omwille van de legende van het afgehakte handje waarschijnlijk) voorbestemd om bijna eksklusief abattoir-films te vertonen. Wat een uitstekende keuze is als je de inrichting van de zaal bekijkt. Enkele vredige tafereeltjes uit het Middeleeuwse Antwerpen sieren de muren. En tussen de filmprojektie in wordt er, links rechts verkeerd, een dia van de wandschildering in de Rex Club vertoond. Voorstellende de rede van Antwerpen in de Middeleeuwen. Zelden is onze vervreemding tegenover de cinema zo groot geweest als bij het betreden van deze zaal. Om nog heimwee naar de turnzaal te krijgen.
Net als het Brussels neefje in de City 2 speelt het zalenkompleks in het Century Center in op de zombies die dit ondergronds (of zo lijkt het toch) shopping center bevolken.
Tijl b.v. draait ondanks zijn galmende Ijzertoren-naam steevast het afwaswater van de Franse kwaliteitsproduktie. Zo zagen we er o.a. samen met een talrijk opgekomen publiek het onbenullige ‘Espion, lève-toi’. Tussen hun twee tea-room-bezoeken in leken onze medekijkers best van de prent genoten te hebben. Waarschijnlijk wisten ze ’s avonds bij het huiswaarts keren wel niet meer waarover de film nu eigenlijk ging, maar ach, wat kon het hen deren. Enkele weken later waren ze trouw op post om van ‘Le Choc’ te genieten.
Aan de andere kant van de financiële barrière is er de opgeschoten spijbelende schooljeugd die na de McDonalds en na zich vergaapt te hebben aan de veel te dure boetieks van het center, zijn driften kwijt kan in de eerder vermelde cinema-van-het-afgehakte-handje.
En zij die wel poen hebben voor de boetieks kunnen altijd een kwaliteitsfilmpje in de Wapper meepikken.
Op iedere zaal past een naam …’ (‘De smaak van wansmaak’ in Andere Sinema, nr. 40, juni 1982, pagina 32).

'Drie grote films in het Century Center' (AUB nr. 868 van 23 april 1982)

‘Drie grote films in het Century Center’ (AUB nr. 868 van 23 april 1982)

 

In ‘Gazet van Antwerpen’ van 18 december 1997 lazen we dat Jan Verheyen alleen maar goede herinneringen heeft aan de BTW-zalen: ‘Regelmatig trok ik met vrienden met de trein naar Antwerpen om er vier of vijf films na mekaar te zien. Ik had al vlug door dat dat dit een dure bezigheid was, zeker als je nog studeert. Ons doel was dus om een perskaart te bemachtigen om binnen te geraken bij de wekelijkse visions die werden georganiseerd door Willy Magiels in de cinema’s Brabo, Tijl en Wapper. Ik was toen vijftien en trok mijn stoute schoenen aan, viel de redactie van het Waaslandse weekblad ‘De Voorpost’ binnen met de mededeling dat zij geen filmrubriek hadden en dat ik die wel wou verzorgen. Zo kwam ik op de lijst van de ‘Antwerpse Kinemadiensten’ en mocht ik binnen op Willy zijn persvisies. (Rudy De Coninck, GVA, 18/12/1997, De Antwerpse cinema is blijven hangen in de fifties’).

Zelf denken we met heimwee terug aan de Filmontbijten die vanaf  augustus 1989 werden georganiseerd in Ciné Tijl. Koffie en croissants aan de bar van de BTW-zalen en daarna een film. We waren erbij toen ‘Gorilla’s in the Mist’ op het programma stond van het allereerste Antwerpse Filmontbijt.

 

Flyer voor 'Het Filmontbijt' in Ciné Tijl

Flyer voor ‘Het Filmontbijt’ in Ciné Tijl

 

En omdat we lid waren van de ‘Jong Gemeentekrediet Club’ kregen we gratis tickets voor een aantal avant-premières in diezelfde Tijl. Zo zagen we er ondermeer ‘Blade Runner’ en ‘Poltergeist’.

Cinefielen herinneren zich vast nog dat de Century Center-zalen ook een paar jaar onderdak boden aan het festival van ‘Film International’. Van 1985 tot 1987 was er een deel van het festivalprogramma te zien. Als tegenprestatie mocht Excelsior telkens de openings- en slotfilm van het festival leveren. In 1989 was er nog één keer een Antwerps filmfestival te gast in Brabo, Tijl en Wapper. ‘Film International’ was ondertussen in vereffening gegaan en de nieuwe festivalploeg slaagde er niet meer in om van het filmfestijn een jaarlijks evenement te maken.

In de tweede helft van de jaren ’80 komt er langzaam maar zeker een einde aan het rijk van Georges Heylen. De toeschouwersaantallen slinken (de opening van Kinepolis op de Heizel in 1989 is daar niet vreemd aan), de ouder wordende Heylen voelt de polsslag van de jeugd niet meer en een paar verkeerde beslissingen kosten veel geld (perschef Willy Magiels noemt de aankoop van de Kurosawa-film ‘Ran’ door Excelsior Films voor € 425.000 één van de oorzaken van de ondergang) …
Om de financiële put te dempen start Heylen met de verkoop van zijn zalen. De bioscopen in het Century Center worden gehuurd, maar ontsnappen de dans niet.
In januari 1993 lezen we op de regionale pagina’s van ‘Het Nieuwsblad’ dat het Rex-concern het huurcontract van de BTW-zalen niet zal verlengen. Op 15 maart komt er einde aan bijna 12-jaar Brabo, Tijl en Wapper. De laatste films op het programma zijn: ‘Death becomes her’ (Brabo), ‘Consenting Adults’ (Tijl) en ‘The Bodyguard’ (Wapper).

De bioscoopsituatie in Antwerpen-centrum is op dat moment enorm precair. Op de Luchtbal werkt men dag en nacht aan de bouw van Metropolis terwijl de zalen van het Rex-concern amper nog nieuwe films van de distributeurs krijgen (omdat Heylen niet genoeg recettes meer afdroeg).
Erik Kloeck, op dat moment reeds eigenaar van de Cartoon’s en de Calypso-zalen, gelooft echter in de stadsbioscopen en wordt de nieuwe huurder van de zalen in het Century Center.
Op 19 maart (amper 4 dagen na de sluiting van de BTW-bioscopen) staan er weer films op het programma. Kloeck kiest voor een nieuwe naam (Century 1, 2 en 3) en belooft nog een aantal andere wijzigingen. In ‘Het Nieuwsblad’ van 18 maart 1993 ontvouwt hij zijn plannen: ‘De zalen hebben een goede infrastruktuur, maar zijn voor verbetering vatbaar. Ik wil vooral meer het aksent op het cinemagebeuren leggen. Uiterlijk tegen eind april wordt de inkomhal uitnodigender gemaakt, verhuist de kassa naar de gelijkvloerse verdieping, om het kontakt met het shopping center te bevorderen, en komt er een uitgebreide foyer voor de juiste sfeerschepping. Tevens brengen we het cinemagebeuren naar buiten. Een lichtkrant aan de inkom aan de Peilkaanstraat afficheert de filmaankondigingen’.
In de eerste week vertoont Kloeck ondermeer ‘Hoffa’ (met Jack Nicholson en Danny DeVitto) en ‘Mo’ Money’ (met Damon Wayans).

 

Erik Kloeck ontvouwt zijn plannen met de Century-bioscopen (Het Nieuwsblad, 18 januari 1993)

Erik Kloeck ontvouwt zijn plannen met de Century-bioscopen (Het Nieuwsblad, 18 januari 1993)

 

De eerste maanden doen de Century-bioscopen het uitstekend (ze profiteren van de malaise in de Rex-zalen en de uiteindelijke sluiting ervan in september 1993), maar wanneer Metropolis van start gaat op 17 oktober duiken de cijfers van de Kloeck-zalen de dieperik in.
In ‘De Morgen’ van 6 december 1994 windt Kloeck er geen doekjes om: ‘In het begin liepen de Century-zalen als een trein. Daarna ging het ook als een trein bergaf. Maar ik wil de schuld niet bij Metropolis leggen. Er is gewoon te weinig animatie in de stationsbuurt. Er zijn geen filmzalen meer in Antwerpen en daardoor zie je geen levende ziel meer op de De Keyserlei’.

Op 26 juni 1995 gooit de moegestreden uitbater van de Century-zalen de handdoek in de ring. Voor de Calypso-zalen zal hij later tot een overeenkomst komen met Gaumont.

Cinema-archeologen zullen in de catacomben van het Century Center weinig of niets terugvinden van het filmverleden. Door de komst van Media Markt onderging het winkelparadijs een grondige transformatie en verdween elk spoor van pellicule, ijspralines en norse ouvreuses.

 

Antwerpse herinneringen aan ‘Vertigo’

Belgische filmaffiche voor 'Vertigo' (1958)

Belgische filmaffiche voor ‘Vertigo’ (1958)

 

Begin augustus maakte het gezaghebbende Engelse filmtijdschrift ‘Sight & Sound’ de resultaten bekend van haar 10-jaarlijkse ‘Greatest Films of All Time’-poll. Een lijst die wordt samengesteld op basis van Top 10-lijstjes ingediend door een internationale groep van filmcritici.
De eerste bevraging dateert al van 1952. Toen was ‘Ladri di biciclette’ (Vittorio de Sica) uit 1948 de winnaar, de volgende vijf decennia was het telkens ‘Citizen Kane’ van Orson Welles die met de eer ging lopen.
Het was dan ook enigszins verrassend dat er dit jaar een andere winnaar uit de bus kwam: ‘Vertigo’ (1958) van Alfred Hitchcock.

Het verhaal gaat dat ‘Vertigo’ bij zijn release allesbehalve enthousiast werd onthaald door pers en publiek. Zo lezen we in het tijdschrift ‘Film en Televisie’ van maart 1984: ‘Toen ‘Vertigo’ in 1958 werd uitgebracht (in België werd hij niet eens aan de pers voorgesteld), hebben talrijke filmrecensenten zich onsterfelijk belachelijk gemaakt door de film af te doen als de zoveelste thriller van de meester van de suspense en nog niet eens zo’n bijster goede’ (Kari Bert, Film en Televisie, nr. 322, p. 15).
In Antwerpen kreeg de film nochtans zijn première in ‘Antwerpens Prachtkinema’, de Rex, op de De Keyserlei. Dat was op 6 februari 1959. Zou er een foto bestaan van toen? Ik ben echt nieuwsgierig hoe de schilders de vreemde, onwezenlijke atmosfeer van de film op de reusachtige calicots van de Rex hebben weergegeven.
De Belgische filmaffiche slaagt daar deels in, maar geeft tegelijkertijd al heel wat geheimen van het verhaal prijs: er is de ‘Vlaamse’ titel (‘Zij die tweemaal leefde’), Kim Novak is te zien in haar twee gedaantes en ook de val uit de toren wordt afgebeeld.

 

Kim Novak op de cover van 'Film en Televisie', nr. 29 van november 1958

Kim Novak op de cover van ‘Film en Televisie’, nr. 29 van november 1958

 

Op initiatief van Hitchcock werd ‘Vertigo’ midden jaren’60 volledig uit roulatie genomen. De film verdween uit het bioscoopcircuit en was ook niet op televisie te zien.
Kwatongen beweren dat ‘Vertigo’ te veel van Hitchcocks persoonlijkheid zou onthullen en dat de regisseur daarom liever de film achter slot en grendel hield. ‘Vertigo’ heeft immers een morbide, necrofiele ondertoon (aldus Patrick Duynslaegher in Knack van 1 februari 1984).

Feit was dat Hitch alle rechten op ‘Vertigo’ in eigen bezit had (net zoals op vier andere films die jarenlang ‘onzichtbaar’ waren: ‘The Rope’ (1948), ‘Rear Window’ (1954), ‘The Trouble with Harry’ (1955) en ‘The Man who Knew too Much’ (1956).
Wellicht vroeg de mercantiele Hitchcock te veel geld voor een eventuele re-release, zodat het tot geen bevredigende deal kwam met de distributeurs.
In ieder geval zorgde het niet vertonen van de film ervoor dat de mythe rond ‘Vertigo’ gestaag begon te groeien.

 

Belgische publiciteitsfolder voor bioscoopuitbaters voor de eerste release van 'Vertigo'

Belgische publiciteitsfolder voor bioscoopuitbaters voor de eerste release van ‘Vertigo’

 

Achterkant van de publiciteitsfolder voor bioscoopuitbaters

Achterkant van de publiciteitsfolder voor bioscoopuitbaters

 

Hitchcock stierf in april 1980. Plannen voor een 54ste film (de koude oorlogsthriller ‘The Short Night’ met Sean Connery en Liv Ullmann) waren toen omwille van gezondheidsproblemen al een tijdje opgeborgen.
In 1983 waren alle legale problemen met de Hitchcock nalatenschap van de baan zodat het licht op groen werd gezet voor de re-release van de vijf onzichtbare klassiekers.
In België waren ze in januari 1984 alvast de blikvangers op het Brusselse filmfestival. De volgende maanden werden de films één voor één losgelaten op een ongeduldig en enthousiast publiek.

In die periode vervulde ik mijn legerdienst in Duitsland. De lange, winterse avonden waren draaglijk door het bijna dagelijkse bezoek aan de cinema van de kazerne. De Belgische filmdistributeurs stuurden hun films na de bioscoopcarrière in België onmiddellijk door naar de zalen van het Belgisch leger in Duitsland. Kwaliteitsfilms werden er afgewisseld door flauwe en al lang vergeten films (wie herinnert zich nog ‘Butterfly’ met Pia Zadora, ‘Cannibal Ferox’ van Umberto Lenzi of ‘The New Barbarians’ van Enzo G. Castellari).
Het was tijdens mijn legerdienst steeds weer uitkijken naar de eerder zeldzame weekends dat ik terug naar Antwerpen kon, weekends die ik vooral in de cinema doorbracht. Als eerste op mijn ‘to see’- lijstje stond telkens een Hitchcock-film.

De Calypso-zalen hadden voor Antwerpen de rechten op de vijf films verworven. De verwennerij begon met ‘Rear Window’, enkele weken later gevolgd door ‘Vertigo’. De verwachtingen waren hooggespannen en werden ten volle ingelost. Het was genieten van begin tot einde: de bevreemdende generiek, de spectaculaire start op de daken van San Francisco, de dromerige muziek van Bernard Herrmann, de plotse verhaalswending in het midden van de film … enfin, te veel om op te noemen.

 

Publiciteit in Knack voor re-release vijf Hitckcock-films in 1984

Publiciteit in Knack voor re-release vijf Hitckcock-films in 1984 (25/01/1984)

 

Ook de filmcritici van toen waren alvast heel wat enthousiaster dan hun collega’s van 1958.
In Humo schreef ‘Willem van de Fillem’: ‘‘Vertigo’ is zo prachtig dat ik niet de woorden vind om het te beschrijven’ (Humo, nr. 2274, 05/04/1984). Terwijl Hitchcock-fan Duynslaegher zijn bewondering verwoordde op een voor die tijd actuele manier: ‘Mocht The Day After er ooit komen en er in de atoomschuilkelder slechts ruimte zou zijn voor één cassette, dan zou ik Alfred Hitchcocks ‘Vertigo’ meenemen’ (Knack, 11/04/1984).

In 1997 stond ‘Vertigo’ nogmaals op de affiche in het normale bioscoopcircuit. De film was door  Robert Harris en James Katz in zijn oorspronkelijke pracht gerestaureerd en was één van de openingsfilms van de Antwerpse Gaumont-cinema’s (de film werd dus min of meer op dezelfde plaats vertoond als waar ‘Vertigo’ in ’59 zijn Antwerpse première beleefde).

 

Programmafolder Gaumont - Antwerpen

Programmafolder Gaumont – Antwerpen (24/12/1997)

 

Sinds de dag dat ik Hitchcocks meesterwerk voor het eerst zag, ben ik nog steeds jaloers op mensen die ‘Vertigo’ nog niet gezien hebben en de ervaring van een eerste visie van ‘Vertigo’ nog te goed hebben. Wie tot deze categorie behoort, kan zijn schade binnenkort  inhalen in Cinema Zuid. Op 20 december is de ‘Greatest Film of All Time’ er op groot scherm te zien. Niet te missen!

Toch nog even zeggen dat je steeds kan reageren op deze blog. Opmerkingen, wensen, aanvullingen en correcties kan je via antwerpen.kinemastad@hotmail.be kenbaar maken.
Ook foto’s, publiciteitsmateriaal, programmafolders uit ‘de tijd van toen’ zijn meer dan welkom.
Of je kan ook gewoon gebruik maken  van de link ‘een reactie plaatsen’ bovenaan dit bericht.