Over Cinéac, de Studio’s en Tijl en Wapper

Postkaart (jaren ’60?) – De Keyserlei met links de Cinéac

 

Eerder hebben we in deze blog aandacht besteed aan een aantal grote, bekende bioscopen die gevestigd waren op de De Keyserlei. Namen als Rex, Pathé en Capitole spreken nu nog steeds tot de verbeelding van de cinemaliefhebbers.
De Cinéac, indertijd gelegen onder het legendarische Century Hotel (De Keyserlei 60-62), zal enkel bij oudere Sinjoren nog een belletje doen rinkelen.

We hebben geen persoonlijke herinneringen aan de Cinéac. Ik heb er nooit een film gezien. En ook de schriftelijke bronnen die ik over de Cinéac heb gevonden zijn eerder beperkt. Zelfs Frank Heirman besteedt in ‘Paleis om de hoek’ (zijn boek over de Antwerpse cinema’s) relatief weinig aandacht aan deze zaal. We baseren ons dan ook volledig op andere schriftelijke bronnen.

Het Century Hotel opende zijn deuren in 1930, de Cinéac volgde drie jaar later (7 mei 1933). Ook in andere Belgische steden waren er Cinéac-zalen. Ze vertoonden voornamelijk nieuwsberichten (de naam is een afkorting van ‘cinéma’ en ‘actualité’) en korte tekenfilms en bevonden zich vaak in de buurt van treinstations. De prijs van een inkomticket lag onder de gemiddelde prijs van de ‘normale’ bioscopen.  Zo kon de reiziger in afwachting van het vertrek van zijn of haar trein nog vlug even een Cinéac binnenstappen.

Frans Lauwers herinnert zich in ‘De Antwerpenaar en zijn Statiekwartier’ dat er naast de theatrale ingang van het Century Hotel een smalle gang was die leidde naar het kelder-bioscoopje. Nog volgens Lauwers ‘slopen de jonge bedienden van de Century via de toiletten de zaal binnen wanneer ze vrij waren’.

 

Programmafolder Cinéac – mei 1959

 

Door de opkomst van de televisie en de populariteit van het tv-journaal verloor de Cinéac eigenlijk zijn voornaamste bestaandsreden en in de jaren ’60 kwam er dan ook een einde aan de activiteiten van het Cinéacske. De ruimte onder het Century Hotel kwam leeg te staan.

In de vroege jaren ’70 liet Jos Rastelli zijn oog vallen op de verloederde zaal.

De bioscoopsituatie was op dat moment allesbehalve rooskleurig in Antwerpen. De Amerikaanse ‘majors’ (Fox, MGM …) leverden geen films meer aan het Rex-concern na een conflict over de inkomstenverdeling van de recettes.

Een aantal zalen uit de stadsrand hadden zich verenigd onder de noemer De Verenigde Onafhankelijke Kinema’s en vertoonden die Amerikaanse films die men niet in de centrumzalen kon zien. Rastelli hoopte met de heropening van de Cinéac de films van de majors terug in het stadscentrum te krijgen.

Rastelli had al bioscopen in ondermeer Tervuren en Leuven. In zijn Studio in de Leuvense Brabançonnestraat had hij in 1968 een voor die tijd revolutionair programmaconcept ingevoerd. Gedaan met de ‘doorlopende vertoningen’ van steeds dezelfde film. Rastelli vertoonde per dag in éénzelfde zaal verschillende films. Studenten konden deze manier van programmeren wel smaken en algauw opende Rastelli nog andere Studio’s in ondermeer Turnhout en Geel. Ook in Leuven volgden extra zalen. De ‘waardevolle films’ kregen volop kansen in de Studio’s en studenten en cinefielen waren dan ook het uitgelezen doelpubliek van Rastelli.

In het maandblad ‘Film en Televisie’ van maart 1973 lezen we: ‘De vroegere Cinéac zal vanaf 15 maart opnieuw als ‘Studio’ worden heropend. Er zullen ongeveer 300 plaatsen zijn en de bedoeling is een programmatie te voeren zoals dat gebeurt in de Studio te Leuven: 2 of 3 films per dag op vastgestelde uren, zonder pauze. Het zal dus een programmatie  worden die zich meer richt op de bewust kiezende bioscoopganger.’

Blijkbaar is de start van de Antwerpse Studio succesvol want enkele maanden later lezen we opnieuw in ‘Film en Televisie’ (november 1973) dat Rastelli bezig is aan de bouw van ‘Studio II’ die hij begin december 1973 hoopt te openen.

De tweede Studio-zaal komt er effectief (277 plaatsen, met een ingang in de Pelikaanstraat), maar Rastelli kan het succes niet consolideren. Met het ondertussen geopende Calypso-complex op de hoek van de De Keyserlei en de Quellinstraat is er een geduchte concurrent bijgekomen, terwijl Heylen opnieuw films krijgt toegeleverd van de grote Amerikaanse verdeelhuizen. Rastelli staakt dan ook relatief snel zijn Antwerpse activiteiten.
Patrick Duynslaegher schreef hierover in Knack van 5 oktober 1988 dat ‘problemen allerhande, onder andere boycotakties van de Gazet van Antwerpen (die steevast zijn urrregeling foutief afdrukte) en een mysterieuse ramp (het onder water lopen van zijn zaal) Rastelli de stad uitdreven’.

In ‘Filmmagie’ van april 2008 haalde zoon Jan Rastelli herinneren op aan het Antwerps avontuur van zijn vader: ‘De zaal lag in de kelder en er stond twee meter water in nadat de grote toevoerbuis van het hotel erboven de hele nacht had gelekt. Merkwaardig. Alle valse plafonds waren naar beneden gekomen. We konden dat tijdelijk opkalefateren maar het was om zeep.’ Jan Rastelli over de concurrentie van de Calypso-zalen: ‘Nadien opende Calypso, met grotere spektakelzalen. Hoewel men mijn vader had beloofd dat hij product zou blijven krijgen, haalden zij toch meer binnen dan wij.’
Tenslotte haalt Rastelli junior ook nog uit naar Georges Heylen: ‘Mijn pa heeft alles aan Heylen moeten verkopen, met de nodige dreigementen’.
Jean Zeguers, secretaris-generaal van het Rex-concern, verwoordde het enigszins anders: ‘Jos Rastelli kwam naar Antwerpen met zijn Studio’s en wou de meer artistieke film in de Scheldestad brengen. Na korte tijd kwam hij bij ons: of we zijn zalen alstublieft wilden overnemen. Hij zag zwarte sneeuw’ (Magie van de Cinema, pagina 71).

 

Belgische filmaffiche voor ‘Le Mariage’ van Claude Lelouch. In Ciné Tijl in maart 1976.

 

Vanaf mei 1974 zien we dan effectief dat het Rex-concern de programmatie van de Studio’s heeft overgenomen. In ‘AUB’ (programmafolder van de Rex-zalen) van 10 mei 1974 lezen we dat ‘Papillon’ op de affiche staat in Studio I , terwijl Studio II ‘The Day of the Jackal’ vertoont. Tegelijkertijd worden een aantal ‘uitzonderlijke films’ aangekondigd voor de Studio’s: Lucky Luciano, Het Mysterie van het Organisme, Deep End en Les Valseuses. Heylen heeft duidelijk de intentie om het cinefiele karakter van de Studio’s te behouden.
In het najaar van ’74 veranderen de zalen van naam. ‘Studio I’ wordt Ciné Wapper en ‘Studio II’ verandert in Ciné Tijl. Het filmaanbod richt zich ook niet langer enkel en alleen tot de meerwaardezoeker.
Publieksfilm ‘The Sting’wordt na een succesvolle carrière in Rex en Quellin verder doorgespeeld in zaal Tijl. Op 19 november 1974 krijgt de 100.000ste kijker aan de ingang bloemen aangeboden van filmcriticus en vriend-des-huizes Marc Turfkruyer.

 

Marc Turfkruyer overhandigt bloemen aan 100.000ste bezoeker ‘The Sting’ in ciné Tijl

 

In de lange, warme zomer van 1976 komt er een einde aan de activiteiten van zalen Tijl en Wapper. Naar alle waarschijnlijkheid had dit te maken met het stopzetten van de uitbating van het Century Hotel in datzelfde jaar. Een projectontwikkelaar koopt het gebouw en na grondige verbouwingen komen er onder de naam ‘Century Center’ vanf 1979 handelszaken in de kelderverdieping, op het gelijkvloers en op de eerste verdieping.

 

AUB 528 (10/10/1975) – Profession: Reporter in Ciné Wapper

 

Vanaf het initieel ontwerp van het ‘Century Center’ houdt men reeds rekening met de inplanting van drie bioscopen op kelderniveau. Het zou echter tot 10 april 1981 duren vooraleer die hun deuren openen. De namen van twee zalen klinken alvast vertrouwd in de oren: Tijl en Wapper. De derde zaal krijgt de naam Brabo. Maar meer over deze ‘triplex’ in een volgende blog.

Nog dit: wie de affiches, foto’s en andere afbeeldingen op deze blog in groter formaat wil zien, hoeft er simpelweg op te klikken. Veel kijkplezier.

 

Advertenties

Morricone in Antwerpen

Belgische filmaffiche voor de re-release van ‘A Fistful of Dollars’ (1964), muziek: Ennio Morricone

 

Ennio Morricone is zonder veel concurrentie de beroemdste filmcomponist ter wereld. En met een discografie van om en bij de 500 soundtracks is hij ongetwijfeld ook één van de meest productieve.
Het is dan ook uitkijken naar het concert dat de maestro op 22 december in het Antwerpse Sportpaleis zal geven.
Morricone is ondertussen 84 jaar en het zal wellicht de laatste keer zijn dat we hem op een Belgisch podium zullen zien. Hij zal het symfonieorkest ‘Il Novecento’ en een koor van 100 zangers dirigeren. En ook de Italiaanse sopraan Susanna Rigacci zal er bij zijn. Haar stem zal zeker voor kippenvelmomenten zorgen bij ondermeer ‘Ecstacy of Gold’ uit ‘The Good, the Bad and the Ugly’.

Wie alvast in de stemming wil komen voor het concert, kan in november en december terecht in Cinema Zuid (www.cinemazuid.be). Een tiental films waarvoor Morricone de muziek schreef zijn er terug op het grote scherm te bewonderen. De vertoning van ‘The Good, the Bad and the Ugly’ (met één van de meest iconische scores van de meester) is ondertussen achter de rug, maar er valt zeker nog heel wat moois te (her)ontdekken.

In de eerste plaats natuurlijk die andere Leone-klassieker ‘Once upon a time in the West’, de film waarmee Morricone nog het vaakst wordt geassocieerd.
Uitkijken doen we ook naar ‘The Bird with the Crystal Plumage’, de debuutfilm van Dario Argento, ‘Days of Heaven’ van Terence Mallick en ‘The Mission’ en ‘The Untouchables’, zijn twee grote scores uit de tweede helft van de jaren ’80.

 

Antwerpse première van ‘Once upon a time in the West’in Ciné Metro (AUB, nr. 222, 14/11/1969)

 

Het is trouwens niet de eerste keer dat Morricone het Sportpaleis aandoet. Op 15 oktober 1987 (inderdaad 25 jaar geleden) dirigeerde hij er al het Metropool-orkest.
Dankzij het onvolprezen kanaal van Patsofilm op YouTube vonden we Antwerpse Kinema Aktualiteiten van toen terug waarin het bezoek van Morricone aan Antwerpen wordt toegelicht.
Naast aandacht voor het concert in het Sportpaleis leren we uit het filmpje dat Morricone op uitnodiging van Rex-baas Georges Heylen zich liet rondleiden in de Ciné Shop.

 

 

De Ciné Shop was te vinden in de Anneessensstraat, op het gelijkvloers van het Goya-complex (huisnummer 24, naast cinema Metro).
In dit gebouw waren een aantal administratieve diensten gevestigd van de Heylen-groep. Je vond er eveneens de receptieruimte waar heel wat filmpersonaliteiten en hoogwaardigheidsbekleders acte de présence geven na een filmpremière. En ook voor het kantoor van Georges Heylen moest je in de Goya zijn.

 

Bezoek aan Antwerpen van Ennio Morricone in 1987 (AUB, nr. 1152, 23/10/1987)

 

Ciné Shop was een winkel gespecialiseerd in filmmuziek. Naast elpees met muziek van recente films waren er heel wat zeldzame soundtracks te vinden. Volgens publiciteit waren er op een bepaald moment meer dan 10.000 elpees in voorraad. In mindere mate kon je in de shop terecht voor filmboeken en videocassettes.
Dat de verkoop van filmmuziek een lucratieve bezigheid was, bevestigt Leo Ressauw, medewerker van het Rex-concern in ‘Paleis om de hoek’, het boek over de geschiedenis van de Antwerpse cinema’s van Frank Heirman. ‘Die winkel marcheerde aanvankelijk prima. We kochten soundtracks in Londen en verkochten die vlot voor het dubbele’, aldus Ressauw (p. 105). Nog volgens Heirman was het Guido Heylen (zoon van) die verantwoordelijk was voor de uitbating van de winkel.

Verder deed de Ciné Shop ook nog de voorverkoop van evenementen in Cinema Roma (Gaston en Leo in ‘Slisse en Cesar’, maar ook optredens van de Stranglers, de Commodores en Nana Mouskouri om er maar enkele te noemen).

 

Belgische filmaffiche voor ‘Night Train Murders’ (1975), een obscure Italiaanse ‘sleazy’ met muziek van Morricone en een song van Demis Roussous

 

Wanneer Ciné Shop van start ging, kan ik me niet precies herinneren, de eerste aankondigingen in AUB (het programmablaadje van de Rex-cinema’s) dateren van 1978.
Vanaf februari 1989 wordt in dezelfde AUB’s gewag gemaakt van soldenverkoop in de shop (‘Wij willen ruimte voor nieuwe stocks’).
Of die nieuwe stocks daadwerkelijk gearriveerd zijn is niet meer te achterhalen, feit is wel dat begin 1991 de ‘Totale Uitverkoop’ van de Ciné Shop wordt aangekondigd in de AUB’s.
Het opdoeken van de Ciné Shop had ongetwijfeld te maken met de slechte financiële toestand waarin het Rex-concern toen al verkeerde.

 

Belgische filmaffiche voor ‘Navajo Joe’ (1966), spaghetti-western met muziek van Morricone

 

In het pand van de Ciné Shop kwam later nog een Antwerp Steak House. De uitbater wist zelfs het faillissement van het Rex-concern te overleven en leverde nog een juridische strijd met de Gaumont-groep om zijn huurcontract verder te kunnen zetten. Maar toen uiteindelijk de slopingswerken van het cinemablok Rex-Metro-Ambassades-Odeon (inclusief Goya-gebouw) werden aangekondigd, moest ook hij zich gewonnen geven.

 

Redactionele publiciteit voor Ciné Shop in AUB, nr. 745 (07/12/1979)