Peter Ustinov in Antwerpen

Peter Ustinov tijdens zijn bezoek aan Antwerpen in oktober 1978

 

Nu we in het Antwerpse straatbeeld her en der affiches zien opduiken voor de theatervoorstelling ‘Moord op de Nijl’ (Fakkelteater vanaf 3 mei), denken we onverwijld terug aan de herfst van 1978.

Niemand minder dan Peter Ustinov (°1921 – + 2004) kwam toen in Antwerpen de Agatha Christie-verfilming ‘Death on the Nile’ (1978) voorstellen aan de pers.
Zoals algemeen geweten speelde Ustinov in deze John Guillermin-film voor het eerst de rol van Hercule Poirot, de Belgische ‘master of deduction’-detective die in tal van Christie-boeken de meest ingewikkelde misdaden wist op te lossen.

‘Death on the Nile’ sierde de bioscoopaffiches in hetzelfde jaar als ‘Saturday night fever’, ‘Thank god it’s Friday’ en ‘Grease’.
Het leek dan ook een grote gok om in een periode die gedomineerd werd door jeugdig geweld uit te pakken met een oerklassieke ‘whodunit’ waarin de belangrijkste rollen weggelegd waren voor 50-plussers. Naast Ustinov zien we immers ook nog krasse knarren als David Niven, Jack Warden, George Kennedy en Bette Davis (toen vooraan in de zeventig) onder de loden Egyptische zon paraderen.

 

Belgische affiche van ‘Death on the Nile’

 

Producers John Brabourne en Richard Goodwin hadden enkele jaren voordien al gescoord met de Poirot-verfilming ‘Murder on the Orient Express’ (1974, Sidney Lumet, toen met Albert Finney in de rol van de ‘Belgian sleuth’).
Voor ‘Death on the Nile’ wisten ze de crème de la crème van de internationale filmwereld te strikken. Anthony Shaffer (‘Frenzy’, ‘The Wicker Man’) schreef het scenario, Jack Cardiff (‘The Red Shoes’, ‘The African Queen’) deed het camerawerk, Fellini-huiscomponist Nino Rota zorgde voor de sfeervolle muziek en John Guillermin (bekend van de blockbusters ‘Towering Inferno’ en ‘King Kong’) blikte alles vakkundig in.

Het resultaat was een film die door iedereen kon worden gesmaakt. In het maandblad ‘Film en Televisie’ van december 1978 vatte Gaston Weemaes het mooi samen: ‘Het komt helaas minder en minder voor dat een voor een zo ruim mogelijk publiek bedoelde film op dergelijke wijze getuigt van de goede smaak, intelligentie en enorme vakkenis van alle betrokkenen’.
Vooral visueel was de film een waar festijn. Wie de film zag, kreeg meteen zin om zelf Aboe  Simbel of de Egyptische piramides te ontdekken.

Om de lancering van ‘Death on the Nile’ de nodige ruchtbaarheid te geven, had cinematycoon en baas van Excelsior Films Georges Heylen niemand minder dan Peter Ustinov uitgenodigd in Antwerpen.
Het was niet het eerste bezoek van Ustinov aan de Scheldestad. In september 1961 was hij al in België geweest voor de promotie van zijn eigen film, de satirische komedie ‘Romanoff and Juliet’. Tijdens die promotietour was er ondermeer een avant-première in de Anvers Palace (Appelmansstraat) waar Ustinov door BRT-medewerkster Annie Declerck aan het publiek werd voorgesteld.

 

Ustinov, burgemeester Mathilde Schroyens en Georges Heylen

 

Het bezoek naar aanleiding van ‘Death on the Nile’ ging gepaard met het obligaat handjesschudden en toasten met politieke prominenten. Zo was er de ontvangst op het stadhuis door burgemeester Mathilde Schroyens en de ontmoeting met provinciegouverneur Andries Kinsbergen.
De foto getrokken in de Vlaeykensgang doet ons vermoeden dat er ook culinair getafeld werd in de Sir Anthony Van Dijck.

 

Peter Ustinov naast provinciegouverneur Andries Kinsbergen

 

De ontmoeting met de pers groeide naar verluidt uit tot een ware one-man-show van Ustinov. ‘Een Ustinov-perskonferentie is met name geen perskonferentie maar een opeenvolging van sketchen. Met schijnbaar onuitputtelijke fantazie releveert Ustinov zich daarin als een briljant animator”, schreef Hilde Van Gaelen in ‘Film en Televisie’ van februari 1979. Ze voegt eraan toe: ‘Van het ene moment op het andere wordt hij al deze mensen: de presentator van de Japanse TV, een Brit op de Champs-Elysées, een man van de Zwitserse douane, een (ascetische) Egyptische censor, een akteur uit Leningrad en een prokureur uit Luik. Tot Bette Davis in persoon.’

 

Peter Ustinov met Georges Heylen in de Vlaeykensgang

 

‘Death on the Nile’ bleef uiteindelijk 21 weken op de affiche staan te Antwerpen: 8 weken in Ciné Rex en 13 weken in Ciné Ambassades.

Van Ustinovs bezoek aan Antwerpen in 1978 hebben we helaas geen Antwerpse Kinema Aktualiteiten gevonden bij Patsofilm op YouTube. Wel een ander pareltje. Producers John Brabourne en Richard Goodwin pakten na ‘Death on the Nile’ uit met een andere Christie-verfilming. In 1980 volgde het Miss Marple-verhaal ‘The Mirror Crack’d’. Acteur Edward Fox stelde de film voor tijdens een door het weekblad Story gesponsorde avant-première in Antwerpen op 26 maart 1981. ‘Het kruim van onze nationale showbusiness’ waren echter de echte vedetten op de rode loper. Ontdek Micha Marah, Nicole en Hugo, Miek en Roel, Rita Deneve, Will Ferdy en Ann Christy in dit prachtig tijdsdocument.

 

 

Advertenties

Ciné Odeon: ‘de kinema van de elite’

Affiche van 'Les Diaboliques' (1955, Henri-Georges Clouzot)

 

Ondanks een rijk cinemaverleden vind je in Antwerpen nog maar bitter weinig sporen van authentieke bioscooparchitectuur uit de vorige eeuw.

Een geoefend oog ziet ter hoogte van de Frankrijklei 48 nog enkele restanten van wat ooit Ciné Odeon was. Uiteraard de luifel, typisch kenmerk van bioscopen uit de tweede helft van de 20ste eeuw. Wie wat scherper kijkt, ontwaart nog de plaats waar vroeger de neonletters van de Odeon hingen. Het pand huist nu een exclusieve damesboetiek (SN3). Het gelijkvloers van de vroegere cinema is winkelruimte, de balkonruimte werd doorgetrokken voor een showetage.

Cinema Odeon was één van de eerste bouwstenen van het Rex-concern. Ironisch genoeg was het ook de eerste zaal uit de stationsbuurt die door Georges Heylen werd gesloten. “De huizenrij wordt een modecentrum voor het betere merkartikel. Overdag is er animo, ’s avonds ontbreekt de stemming. De filmbezoekers steken de Frankrijklei niet over, ik koncentreer de filmexploitatie op het vierkant van het Statiekwartier.”, zei Heylen enkele weken na de last picture show (Trends, 29/11/1985, p. 47, De grote draak van Cinétown, Frans Crols).

Sinds begin jaren ’80 kleurde het programma van de Odeon soft-erotisch. Regisseurs als David Hamilton (Bilitis, Laura, First Desires) en Just Jaeckin (hernemingen van Emmanuelle, Gwendoline, Girls) prijkten er regelmatig op de affiche. Titels als ‘Happy Hooker’, ‘Erotic dreams of Cleopatra’ en ‘Caligula et Messaline’ gaven aan dat de Odeon niet langer de ‘kinema van de elite’ was.

 

Programma van Ciné Odeon (1960)

 

Dat was immers lange tijd de tagline van de Odeon geweest. Of liever nog ‘le cinéma de l’élite’. Het symbool van de Odeon was een harp, terug te vinden in publiciteit en op affiches.

Eric Kloeck en Marc Holthof schetsten de Odeon en haar publiek in ‘Andere Sinema’ (nr. 40, juni 1982, p. 32) als volgt: ‘Nog altijd prijkt er op de achtergevel van de Odeon een gouden harpje dat er ooit door een geïnspireerd kunstenaar is opgeschilderd om zo de zaal ‘cachet’ te geven. Want dat is het woord dat je voor de Odeon moet gebruiken. Mikkend op het frankofone publiek dat – duidelijk niet voor niets – de Frankrijklei frekwenteert, wisselen in de Odeon platte boulevardkomedies af met intellektuele hoogstandjes. Het moet wat geweest zijn daar in de Odeon toen er zo’n 30 jaar geleden de klowneske existentialistische films de revue passeerden … De ringbaarden en de ‘fine fleur’: ja, de Odeon wordt samen met zijn publiek oud.’

 

AUB nr. 614 van 3 juli 1977

 

Ciné Odeon heeft zijn ontstaan te danken aan een groep diamantairs die zich verenigden in de ‘nv Odeon’ en nog voor WOI de bioscoop openden. Omdat de zaken in de beginperiode niet echt wilden vlotten, nam de drukkerijfamilie Dirks de zaal over. Ze hadden toen o.m. al de Alhambra in de Hoogstraat in portefeuille. ‘Dirks gaf er gekombineerde film- en attraktiespekakels en maakte er een goede zaak van’ (Clément Wildiers in ‘De kinema verovert Antwerpen’, Weekblad Cinema, juni 1951). Eind jaren ’20 werd een zekere Victor Neutgens uitbater en kreeg de zaal als naam ‘Studio 48’ (verwijzend naar het huisnummer).

In oktober 1944 werd de zaal lelijk toegetakeld door een bominslag op het kruispunt Frankrijkei – Leysstraat.
Eind 1949 werd de Odeon door de eigenaars voor exploitatie aan Georges Heylen toevertrouwd ‘die er door Rie Haan een weelderige en toch gezellige middelgrote zaal liet van maken en er terug de oude naam ‘Odeon’ aan gaf.’ (Jozef Van Liempt in ‘Cinema Magazine’, nr. 86 van januari 1985).

Jozef Van Liempt herinnert zich in Gazet Van Antwerpen van 13/12/1997 ook nog het volgende: “In december 1949 nam Heylen de Odeon over, met de bedoeling om er meer cinefiele films te draaien. ‘The third man’ speelde er, maar die had zo veel succes dat de Odeon al snel ook een bioscoop voor het grote publiek werd.’

Toch kunnen we stellen dat de Odeon in de jaren ’50, ’60 en ’70 een vrij cinefiele koers vaarde. Het was de zaal waar Heylen graag festivalfilms programmeerde of het betere werk uit Frankrijk en Italië.

 

Affiche van 'Profuma di Donna' (1974, Dino Risi)

 

De zaal had 600 plaatsen, verdeeld over de parterre en het balkon.
In mijn documentatie heb ik spijtig genoeg geen foto van de Odeon gevonden. Wie op onderstaande link klikt, ontdekt wel een prachtig document uit het archief van de Gazet Van Antwerpen. De foto dateert uit de jaren ’50 toen ‘A Streetcar Named Desire’ (1951, Elia Kazan) er op de affiche stond: http://asp.gva.be/dossiers/-e/eeuw/1952/1952_16.html

De Odeon sloot op 28 september 1985. ‘Adieu, de zoeterige hijgfilms van David Hamilton’, schreef Frans Crols nog in Trends.

De naam van Odeon verdween echter slechts tijdelijk uit het Antwerpse straatbeeld.
Eind april 1986 opende Het Rex-concern in de Anneessensstraat naast ciné Ambassades vier nieuwe clubzaaltjes. De neonletters van de ‘oude’ Odeon verhuisden mee. Het meest opvallende kenmerk van het nieuwe complex was de ‘immense kroonluchter’. Jan Verheyen wond er geen doekjes om toen hij beweerde dat de opening ‘gepaard ging met een nooit geziene publiciteit voor de spectaculaire luster die de inkomhal sierde. Dat onding was verdorie groter dan de zaaltjes zelf’ (Gazet Van Antwerpen, 18/12/1997).
De Antwerpse Kinema Aktualiteiten legden de opening van de ‘nieuwe’ Odeon op pellicule vast. Zoals steeds werden de superlatieven bovengehaald om de nieuwste realisatie van het Rex-concern te omschrijven: ‘Een parel van moderne techniek. De zalen werden comfortabel uitgevoerd en de projectiecabines getuigen van de vooruitstrevende technische evolutie. De modernste multiscreenzaal van het land.’

 

 

Na de Odeon in de Anneessenstraat opende Heylen geen nieuwe zalen meer in Antwerpen.
Integendeel, de volgende jaren zou hij zijn zalenpark drastisch afslanken. De ene zaal na de andere werd gesloten. Met het totale faillissement in september 1993 als triest orgelpunt.