Ciné Rex: ‘Antwerpens Prachtkinema”

Affiche van ‘The magnificent seven’ (1960, John Sturges)

 

In maart 1985 vierde het Rex-concern met trompetgeschal het gouden jubileum van haar vlaggenschip Ciné Rex (De Keyserlei 15).
Met ‘A passage to India’, de eerste film van grootmeester David Lean in bijna 15 jaar, kreeg de Rex een meer dan passende film om deze verjaardag de nodige luister bij te zetten.
Heylen en zijn team stelden alles in het werk om van de première-avond het societygebeuren van het jaar te maken. Alle traditionele elementen passeerden de revue: marsmuziek van een Brits militair muziekkorps, acteurs James Fox en Victor Banerjee op de rode loper, heel wat zogenaamde hoogwaardigheidsbekleders in de feestelijk versierde zaal, receptie en vuurwerk van Hendrickx achteraf.
Maar voor een vijftigste verjaardag mocht het natuurlijk iets meer zijn. Daarvoor zorgde ‘een direct uit Dakar overgevlogen, feestelijk Indisch opgetuigde olifant’.
Tenminste dat liet de publiciteit ons geloven (kijk maar naar de Antwerpse Kinema Aktualiteiten onderaan deze blog). In werkelijkheid was de olifant afkomstig van Dierenverhuur Harry Malter uit Heusden.
Het Rex-concern en Excelsior Films gingen evenwel nog een stapje verder en factureerden de Dakar-olifant aan het productiehuis Thorn-EMI, producent van ‘A passage to India’. Toen men in Engeland de ware toedracht vernam, werd de relatie met Excelsior per direct verbroken en kreeg de jonge distributiefirma Independent (van Jan Verheyen en Marc Punt) de Belgische distributierechten voor de Thorn-EMI-films.
Betekende deze hele ‘olifantengeschiedenis’ misschien het begin van het einde van het Rex-concern en Excelsior Films?

 

Avant-première van ‘La Scoumoune’ (1972, José Giovanni) in Ciné Rex op 2 maart 1973

 

De locatie van de Rex behoort tot de uitgangsgeschiedenis van de stad. Einde 19de, begin 20ste eeuw was het al een plaats waar ‘mondaines en demi-mondaines’ hun aanbidders ontmoetten (Frans Crols in Trends van 29 november 1985).
In 1884 was er het ‘Palais Indien’ (schouwburgzaal met circusallures), later volgden het ‘Grand Café Universel’, een groot theesalon met live-orkest (1897), het ‘Theatre Gaumont’, filmvertoningen afgewisseld met attracties (1910) en na de eerste Wereldoorlog het ‘Leopoldpaleis’. In 1929 vestigde de Belgische Werklieden Partij er een volkshuis, om dan in 1935 plaats te ruimen voor de oorspronkelijke Ciné Rex.
Het was de jonge architect Leon Stynen (°1899 + 1990) die hiermee een ‘vroeg meesterwerk van een lange carrière’ bouwde (Frank Heirman in ‘Het paleis om de hoek’). Heirman schrijft dat Stynen nergens nog ‘de gebalde kracht van de buitengevel van de Rex zou evenaren. Hij maakte van de luifel en het voorportaal van Ciné Rex één vloeiende lichtsculptuur, bekroond door drie gigantische neonletters’.
De openingsfilm op 29 augustus 1935 was de Weense operette ‘Ball im Savoy’ (1935, Istvan Székely) en toen reeds kreeg de Rex de ondertitel ‘Antwerpens Prachtkinema’ mee.

Elke Antwerpenaar weet dat op 16 december 1944 het noodlot toesloeg. Tijdens de vertoning van ‘The Plainsman’ (‘Een avontuur van Buffalo Bill’ met Gary Cooper) viel een V2-bom op de Rex. 567 mensen lieten hierbij het leven, honderden kijkers waren gewond, waaronder Georges Heylen, die tijdens de oorlog was opgeklommen tot baas van de Rex.
Frans Crols noteert hierover in Trends: ‘Tien jaar hard werken was herleid tot lijken, repen behang, verwrongen zetels en opgerookt celluloïd. Georges Heylen kreeg van Frank Pepermans de tweede Ford die in 1945 van de Antwerpse montageketen rolde en Heylen – deels op krukken – reed 85.000 kilometer van Zweden naar Italië naar Duitsland naar Groot-Brittannië om Rex opnieuw op te bouwen’.
Op 12 maart 1947 was ‘The Lost weekend’ (1945) de eerste film in de nieuwe Rex.

 

Parterre en balkon van de Rex bij première ‘La Scoumoune’ (02/03/1973)

 

Rex groeide al snel uit tot de zaal met de beste premières. Volgens AUB van 22 maart 1985 (zie ook de scan hieronder, met een muisklik krijg je de afbeelding in het groot) was de Rex de eerste zaal waar je een 3D-film in kleuren kon zien (19 juni 1953, ‘House of Wax’) en de allereerste Cinemascope-film in Antwerpen werd er vertoond (25 december 1953, ‘The Robe’).

 

AUB nr. 1020 van 22 maart 1985

 

Dat het niet allemaal topfilms waren die op de affiche prijkten wordt wel eens vergeten. In de jaren ’70 en ’80 waren er in de Rex maar al te vaak minderwaardige films van het eigen Excelsior-label te zien. ‘Der Arzt von St. Pauli’ (1968) stond er maandenlang geprogrammeerd. Net als enkele van de vervolgfilms met Curd Jürgens. ‘Opwindende sensatie in een boeiende kleurenfilm met tal van extravagante uitspattingen’, zo leren ons de Antwerpse Kinema Aktualiteiten van toen.

 

 

 

De locatie van Ciné Rex was perfect. Mooi in het midden van de De Keyserlei, de boulevard die het Centraal Station met de Meir verbindt.
Dagelijks liepen duizenden mensen onder de grote luifel van de Rex en zagen ze de prachtige calicots. Op regelmatige tijdstippen waren er avant-premières met fanfaremuziek, vuurwerk en vedetten.
Spijtig dat Heylen nooit op de idee is gekomen om een ‘Walk of Fame’ aan te leggen voor de Rex. De Antwerpse versie zou ongetwijfeld hebben kunnen wedijveren met die van Los Angeles.
De lijst met filmpersoonlijkheden die op de rode loper hebben gelopen oogt immers indrukwekkend. Niet alleen Vlaamse en Franse vedetten (Yves Montand, Lino Ventura, Pierre Richard …) tekenden acte de présence, maar ook Jayne Mansfield, Peter Ustinov, Nastassja Kinski, Roger Moore, Melina Mercouri, regisseur Richard Fleischer en, ja zelfs The Village People liepen er in de schijnwerpers.

 

‘Cinema Magazine’ nr. 28 van november 1979

 

Met zijn 1120 zitjes (parterre + balkon) was Cinema Rex één van de grootste Antwerpse centrumzalen.
Op het balkon van de Rex had je een perfect zicht op het scherm. Wie beneden op de laatste rijen zat en groot van gestalte was, zag de bovenkant van het doek niet (of had ik alleen maar die indruk?).
Verhalen doen de ronde dat de stoelen van de Rex in 1947 ontworpen waren met een luchtkoker onderin. Naarmate de buitentemperatuur werd er warme of koude lucht onder de zetels geblazen. Volgens Gazet Van Antwerpen(13 april 1994) was het een voor die tijd ‘geavanceerd systeem van air-conditioning’. De Gazet schrijft verder: ‘De warme lucht kwam vanuit de kelder waar een enorme kolenkachel zorgde voor de verwarming van de filmzalen. Tot de laatste dag zwoer baron Heylen bij deze verwarming, al moest de aftandse installatie elke morgen met tientallen emmers kolen worden gevuld’.
Glitter ontbrak evenmin de Rex. Volgens ‘De Tijd’ (20 april 1994) waren de pijlers die het podium omgaven met bladgoud bezet. En ‘in de hal naast de receptieruimte vind je een voor die tijd opmerkelijke ronde lift’.

 

Affiche van ‘La sirène du Mississipi’ (1969, François Truffaut)

 

In de zomermaanden van 1993 stond ‘Cliffhanger’ als laatste film op de affiche van de Rex. De film liep toen parallel met de Calypso aan de overkant van de straat.
Helaas voor de medewerkers van het Rex-concern en voor de filmliefhebbers kwam er na de ‘cliffhanger’ geen happy end. Begin september stonden 70 medewerkers van het Rex-concern op straat.
Wie in de stationsbuurt nog een film wou meepikken, kon enkel nog terecht in de Calypso-zalen (hoek De Keyserlei – Quellinstraat) en de drie zalen in de kelder van het Century Center. Verder waren er in de Kaasstraat nog de Cartoon’s zalen.
Erik Kloeck was voor eventjes alleenheerser in Antwerpen. Op de Luchtbal was men evenwel al aan het aftellen naar 17 oktober. Die dag zou burgemeester Cools de lintjes van Metropolis doorknippen.

 

 

Advertenties

Ciné Rubens: ‘Het grootste scherm van België’

De Streekkrant - Antwerpen van 12 november 1992

 

Filmliefhebbers die op 12 november 1992 De Streekkrant doorbladerden op zoek naar de programmatie van de Rex-cinema’s knipperden waarschijnlijk even met de ogen. Jawel, het stond er zwart op wit. Op de pagina’s met notariële berichten lazen we dat Cinema Rubens weldra openbaar zou worden verkocht. Dat deze aankondiging meteen ook het einde van de zaal betekende, was voor iedereen duidelijk. Georges Heylen had in de jaren daarvoor in versneld tempo zijn zalenpark afgeslankt. Volgens de baron was er echter geen reden tot paniek (‘De verkoop is een puur zakelijke aangelegenheid. Bovendien is er de huidige trend dat er niet genoeg kassuccessen meer zijn om grotere zalen te vullen.’). Ingewijden wisten echter beter.

De geschiedenis van ‘de Rubens’ gaat terug tot 1922 toen het gebouw aan de Carnotstraat 13 werd opgeleverd. In de beginjaren werd het ‘Rubenspaleis’ vooral gebruikt als dansgelegenheid. Volgens Frans Lauwers (auteur van het boek ‘De Antwerpenaar en zijn Statiekwartier’) waren de blikvangers de ‘gigantische lichtinstallatie’ en het orgel (‘Het werd door Godin uit Parijs geleverd voor een prijs van toen 150.000 frank.’). Er werd niet alleen gedanst in het ‘Paleis der 10.000 lichten’, de zaal deed ook dienst voor politieke meetings en sportmanifestaties. Bekende namen uit de internationale catch- en bokswereld waren er ooit te zien.

 

Foto's van Ciné Rubens uit Weekend Knack van 08/01/1992

 

In 1952 toverde architect Rie Haan de zaal om tot een bioscoop. Dit was eigenlijk vrij laat. De vennoten Bekens-Bastiaenssens moesten in de stationsbuurt opboksen tegen een enorme concurrentie. In het zuiden van de stad hadden ze nog wel de ‘Moderne’ op het Kiel en de ‘Roxy’ in Hoboken, maar in het stadscentrum stonden ze te zwak om zich volop in de concurrentiestrijd te werpen. Reeds in 1958 kwam Ciné Rubens onder het beheer van Georges Heylen. Die maakte van de ‘Rubens’ een zaal voor spektakelfilms. Dat die werden geprojecteerd op het ‘grootste scherm van België’ en in 70 mm. was hierbij natuurlijk een enorme troef. In de jaren ’60 ging je naar deze cinema voor ‘Lawrence of Arabia’, ‘Circus World’, ‘Cleopatra’ en ‘Ryan’s daughter’. En het aantal keren dat ‘The Ten Commandments’ er werd hernomen is door statictici amper bij te houden.

 

Programma Ciné Rubens - 13/09/1963

 

Begin jaren ’80 schreven Eric Kloeck en Marc Holthof in ‘Andere Sinema’ een artikelenreeks over Belgische cinema’s. Cinema Rubens kon in het overzicht natuurlijk niet ontbreken: ‘Ondanks de erg mooie foyer heeft de zaal niet genoeg élan om als een volwaardig filmteater door te gaan. De twee plaasteren garnituren die de twee zijmuren ontsieren en veel op Koffie Rombouts-reklame lijken, verloederen veel in de Rubens. Overigens is de naam wel goed gekozen voor het barokke spektakel dat er van oudsher wordt opgediend. ‘We gon nor de Rubens’ betekent dan ook zoveel als we gaan naar een spektakelfilm kijken met alles d’r op en d’r aan.’ (Andere Sinema, nr. 40, juni 1982).

 

Aankondiging 'Camelot' in AUB nr. 148 (1968)

 

Cinema Rubens had geen balkon, maar was toch goed voor 1080 oplopende plaatsen. Achteraan de zaal waren er twee loges ‘voor gasten die een goed uitzicht willen en zelf ook graag gezien worden’. We hebben echter nooit iemand weten plaatsnemen in de loges en zelf durfden we er nooit een ticket voor vragen.
Lange tijd was de schrijnwerkerij van het Rex-concern gevestigd naast cinema Rubens. Robbe De Hert, in de vroege jaren ’60 nog eventjes manusje-van-alles bij Heylen, herinnert zich dat het er niet altijd even serieus aan toe ging. ‘We hebben  zelfs eens achter het doek in de ‘Rubens’ (een enorm decor) met het voetvolk op het scherm mee staan roepen tijdens de intrede van ‘El Cid’ in één of andere Arabische stad.’ (‘Het drinkend hert bij zonsondergang’, Robbe De Hert, Kritak, p. 53).

 

Premièrepubliek in Ciné Rubens (1973) - première Vlaamse film 'Kruiswegstraat 6' van Jean Daskalides

 

In ‘Het paleis om de hoek’ is auteur Frank Heirman ongemeen streng in zijn oordeel over Ciné Rubens (‘de zetels waren legendarisch hard en de projectiekwaliteit op het bolvormige scherm teleurstellend slecht’).
Toch dragen vele Sinjoren de  cinema een warm hart toe. Erik Van Looy zag er op 11-jarige leeftijd ‘The Poseidon Adventure’ (1972, Ronald Neame) en was hiervan zo onder de indruk dat hij toen reeds wist welke richting zijn toekomstige loopbaan zou uitgaan.

En wie kan ooit de ‘Sensurround’-ervaring vergeten die films als ‘Earthquake’ en ‘Midway’ ons brachten. En met ‘Superman’ hoorden we voor het eerst het geluid (én John Williams) in Dolby Stereo. Fans van ‘Star Wars’ zagen in de Rubens de eerste drie films uit de reeks.

 

AUB nr. 702 (09/02/79) - 'Superman' in Ciné Rubens

 

In ‘Knack Weekend’ omarmde Piet Swimberghe in 1992 de Rubens als ‘de best bewaarde old timer van ons land, met alle karakteristieken van de cinemadekoratie: holle plafonds, indirecte verlichting, zitjes in velours en exotische ornamenten’. (‘Toen ook de zaal nog spektakel was’, Weekend Knack, 8 januari 1992).

 

Affiche van 'Rollercoaster' (1977) in Sensurround in Ciné Rubens

 

In de jaren ’80 vertoonde Heylen in Cinema Rubens nog een aantal oerdegelijke klassefilms die afkomstig waren van zijn eigen Excelsior-label (Amadeus, In the name of the Rose, The Mission, Das Boot …). Met luisterrijke premières in aanwezigheid van regisseurs en akteurs. Op het Youtube-kanaal van Patsofilm kan je hierover een aantal Antwerpse Kinema Aktualiteiten terugvinden. Wij hebben hier voor de première van ‘Amadeus’ gekozen. Regisseur Milos Forman, akteur Tom Hulce en producent Saul Zaentz waren hiervoor speciaal naar Antwerpen gekomen. De genodigden werden er ‘begroet door soldaten in klederdracht die de erewacht vormden, terwijl meisjes programma’s aanboden in kleding uit Mozarts tijd’.

 

 

 

Met deze Milos Forman-film ‘over een componistje’ (dixit Heylen) scoorden het Rex-concern en Excelsior Films één van hun grootste successen ooit. Dit kon echter niet verhinderen dat minder dan 10 jaar later de Rubens roemloos ten onder ging.

In de paasvakantie van 1993 was ‘Jungle Book’ de laatste film op de affiche. Volgens Eric Kloeck (toenmalig uitbater van de Cartoon’s) was de zaal naar het einde toe in een erbarmelijke staat: ‘Ik heb de Rubens-zaal gezien kort nadat ze verkocht werd. Onwaarschijnlijk, zo’n smeerboel. De zetels waren nog dezelfde als die waar ik als kind in heb gezeten. De projektor was uit drie verschillende types in elkaar geknutseld. Het hele gebouw was afgeleefd en onderkomen. Heylen had enkel nog oog voor goedkoop sjiek: pluche tapijten, een verkoopstertje en een portier in unform.’ (De Morgen, 04/09/1993, p. 18).

De opbrengst van de verkoop van de Rubens bracht weinig soelaas. In september 1993 gingen de andere nog operationele zalen van het Rex-concern dicht.
Cinema Rubens wordt nu gehuurd door een omstreden Braziliaanse sekte ‘Igreja Universal do Reino de Deus’ of de ‘Universele Kerk van het Rijk Gods’.