Van Ciné Eden tot Ciné Quellin

Belgische affiche van 'Gog' (1954)

 

Bijna had Antwerpen een IMAX-bioscoop, de cinema met een reuzegroot, koepelvormig scherm, waarbij je als toeschouwer middenin de actie zit.
Het was de Franse bioscoopgroep Gaumont die het plan in april 1997 via de pers bekend maakte. Op dat moment waren bouwvakkers volop bezig aan het optrekken van het nieuwe, 17 zalen-tellende bioscoopcomplex op de De Keyserlei. Ook dit gebeurde in opdracht van Gaumont. Bedoeling was om de IMAX-zaal in te richten in de vroegere cinema Quellin (Quellinstraat 6-12), zaal die sinds het faillissement van het Rex-concern in september 1993 stond te verkommeren.
Gaumont zegt de exclusieve rechten te hebben verworven voor het vertonen van IMAX-films in het Antwerpse. De Kinepolis-groep heeft dan al enkele jaren een IMAX-zaal op de Heizel, waar documentaire-films over de Grand Canyon en de Serengeti met veel succes worden vertoond.
De Fransen hebben hun bouwaanvraag klaar en willen na het bouwverlof van 1997 met de werken starten.
Uiteindelijk zal blijken dat de oppervlakte in de Quellinstraat te klein is voor een maximale beleving van het IMAX-concept.
Gaumont speelt nog even met de idee een IMAX-zaal te bouwen in de Zoo, maar wanneer in april 2000 de Gaumont-groep Antwerpen verlaat, verdwijnen meteen ook alle IMAX-plannen in de vuilnisbak.
In 2004 zou de Quellin nog een laatste keer in het nieuws komen. Bij de voorbereiding van de slopingswerken van de zaal komt het dakgebinte naar beneden. Eén arbeider komt hierbij om het leven, drie anderen worden levensgevaarlijk gewond. Een triest einde voor een zaal die eerder voor veel theater- en filmplezier zorgde.

Weekblad Cinema - 28/05/1960 - opening Ciné Quellin

 

De geschiedenis van deze zaal gaat terug tot het begin van de 20ste eeuw. In de jaren ’20 veranderde de Quellinstraat stilaan van uitzicht. De grote herenhuizen werden er stuk voor stuk omgevormd tot winkels en theaters. Zo verging het ook met het pand van de latere Quellin. Het gebouw dat ook veel vroeger nog dienst deed als garage werd omgetoverd tot theater Eden, om dan later Ciné Eden te worden.
De zaal behoorde tot de groep Tyck, een groep die verder ook nog de bioscopen Pathé (De Keyserlei) en Anvers Palace (Appelmansstraat) in beheer had.
Lange tijd was er in de kelder dancing Savigny, een dancing waar je volgens Robbe De Hert als min-16-jarige makkelijker binnen geraakte, dan bij de KNT-films in Ciné Eden.
Na vernieuwingwerken in 1961 verandert de naam van de zaal in Ciné Quellin.

Verslag opening Ciné Quellin in 'Weekblad Cinema' van 11/06/1960

 

Een jaar later wordt de zaal toegevoegd aan het Rex-concern. Volgens Frank Heirman (auteur van ‘Het paleis om de hoek’, een schitterend en onmisbaar boek over de geschiedenis van de Antwerpse bioscopen) zou Georges Heylen de zaal via een stroman hebben gekocht.
De zaal grossiert op dat moment vooral in Duitse films. Peter Alexander en Conny Froboess zijn dan immens populair in Vlaanderen.

Programma Ciné Quellin (14/02/1964) - The Pink Panther

 

Vanaf midden jaren ’60 wordt geopteerd voor een eigentijdser programmering. Enerzijds zijn er de move-overs uit de grotere zalen van de Heylen-groep, maar evengoed krijgen andere films er hun première.
Zo prijken heel wat griezelfilms uit de Engelse Hammer-studio op de affiche in de tweede helft van de sixties.
In de zomer van 1975 is er de Europese première van ‘Tommy’ (verfilming van een rockopera van The Who door Ken Russell). De publiciteit onderstreept dat het de eerste film is die in de ‘Quadrofonie’-geluidsdimensie wordt uitgebracht.
Datzelfde jaar is er ook ‘Andy Warhol’s Frankenstein’. De film wordt ‘voorgeschoteld in de apokalyptische demensie (sic) van Spacevision, een totaal nieuw drie-dimensies-systeem’.
De zomermaanden van ’83 laten ons kennismaken met de sneak previews op donderdag (een verrassingsfilm in avant-première). Wie er toen bij was, herinnert zich vast nog de luidruchtige commentaar die door sommige bioscoopgangers werd gegeven wannneer de sneak niet in de smaak viel.

Belgische affiche van 'Die, monster, die' (1965)

 

Met zijn 640 plaatsen was de Quellin kleiner dan de Metro, Rex en Pathé. De zaal had geen balkon, maar het grote filmdoek en het feit dat je vanop elke zetel een goed zicht had op het scherm, maakten van de Quellin een cinema waar het aangenaam film kijken was.

"Tommy" van Ken Russell in Europese première in Ciné Quellin (zomer 1975)

 

In 1982 krijgt de bioscoop er in de kelder twee kleinere broertjes bij. Eind jaren ’70 was Heylen al beginnen experimenteren met club-zaaltjes onder de Rex en onder de Ambassades. Op 17 december ’82 werd hieraan een vervolg gebreid met de opening van Quellin 2 (111 zetels) en Quellin 3 (79 zetels).
De Antwerpse Kinema Aktualiteiten filmden de feestelijke inhuldiging.
Staf Van Berendoncks heeft het over de ‘indrukwekkende uitbreiding van het Antwerpse zalenpark’ en roemt verder de prachtige, ruime aanblik van de nieuwe zalen. Ook het ‘zalige zitgenot’, de ‘uitstekende akoestiek’ en de ‘perfecte isolatie’ worden niet vergeten. Those were the days.

AUB van 17/12/1982 - uitbreiding Ciné Quellin met twee nieuwe zalen

 

Het Quellin-complex bleef tot het faillissement van het Rex-concern actief.
Op het programma van de laatste week stonden het Burt Reynolds-vehikel ‘Cop and a Half’ (in de grote zaal), Gouden Palm-winnaar ‘The Piano’ (in zaal 2) en de Nicolas Cage-thriller ‘Red Rock West’ (in zaal 3).

In de Quellinstraat kregen de Calypso-zalen zo het (bioscoop)rijk voor zich alleen. Maar ook dat verhaal zou enkele jaren later ten einde komen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: