Cinema Metro: the lion that roared

Affiche van 'The Time Machine' (1960, George Pal)

 

Bijna 50 jaar domineerde de imposante cinema Metro de Antwerpse Anneessensstraat. De monumentale gevel, de calicot van 64 vierkante meter, de naam in grote, rode letters boven de luifel … Er waren nog andere bioscopen in de Anneessensstraat, maar ze verzonken in het niets naast de Metro.

Cover van de brochure ter gelegenheid van 10 jaar Ciné Metro

 

‘In bepaalde steden heb je zalen met een eigen identiteit, zo programmeer je de goedgemaakte actieprent liefst in de Eldorado in Brussel en de Metro in Antwerpen’.  Dat zei kersvers filmdistributeur Jan Verheyen in Knack (19/10/1988).
Verheyen had overschot van gelijk. In Ciné Metro kon je terecht voor actie in de overtreffende trap. Wie in de jaren ’70 fan was van Charles Bronson heeft waarschijnlijk menig uurtje in de Metro gesleten.
Er waren in Antwerpen natuurlijk wel meer zalen die een bepaald profiel hadden. In de Rubens kon je terecht voor de groots opgezette spektakelfilm (genre ‘Lawrence of Arabia’ en ‘Cleopatra’), de Capitole was de pleisterplaats voor wie niet vies was van een B-film en Ciné Odeon vertoonde vooral de betere Franse film.
 
 

Programma Ciné Metro (18/01/1963)

 

Maar terug naar Ciné Metro.
Op het einde van de 19de eeuw was er in de Anneessensstraat 22 al een schouwburg gevestigd waar je terecht kon voor operetten en revuetheater. Toen nog onder de naam Scala.
Na een brand in 1906 werd de zaal heropgebouwd en was het ook mogelijk om er films te vertonen.
Op 16 december 1944 sloeg een V2-bom in op cinema Rex. De impact was zo groot dat ook de aanpalende Scala totaal werd vernietigd.
Na de tweede wereldoorlog startte men met de heropbouw van de zaal. Dit liep blijkbaar niet zo vlot. De oorspronkelijke bouwheer hield er mee op en het was uiteindelijk de Amerikaanse firma Metro Goldwyn Mayer die de werken voltooide en er in 1947 cinema Metro van maakte.
Een zaal met maar liefst 1650 zetels!
 
 
 
 
 
 
Uit een brochure die cinema Metro in 1957 uitgaf voor haar tiende verjaardag leren we dat alle toptitels van MGM er werden vertoond: Gone with the Wind, The Great Caruso, Quo Vadis, An American in Paris, Blackboard Jungle …
Later volgden nog ‘Jailhouse Rock’, ‘North by Northwest’ en natuurlijk ‘Ben Hur’.
 
 

Première van 'God forgives, I don't' (Terence Hill/Bud Spencer) in ciné Metro (26/01/1973)

 

 
In 1962 verkocht MGM de zaal aan Georges Heylen. De Amerikaanse filmstudio produceerde nog te weinig publiekstrekkers om de zaal rendabel uit te baten.
 
Het Rex-concern maakte van de Metro een zaal voor publieksfilms in de ruimste betekenis: westerns, griezelfilms, oorlogsfilms, actieprenten, de Disney-klassiekers … Ze kwamen er allemaal tot hun recht.
 
 

Affiche van 'St. Ives' (1976) met Charles Bronson

 
 

Foto's van Ciné Metro uit Weekend Knack van 08/01/1992

 

 
In de zomer van 1981 startte een eigen verbouwingsploeg van het Rex-concern (o.l.v. Guido Heylen, zoon van) met de ontdubbeling van de Metro.
Benedenverdieping en balkon werden omgetoverd tot aparte bioscopen. Tijdens de werken bleef de zaal gewoon open. Het balkon kwam eerst aan de beurt. Op de ‘parterre’ kon je blijven kijken naar films als ‘Death Hunt’ (Charles Bronson!) en ‘Master with cracked fingers’ (Jackie Chan). Het geklop en geboor moest je er af en toe wel bijnemen.
Op 26 november opende Ciné Metro II feestelijk met de twintigste Disney-animatiefilm ‘The fox and the hound’. Tekenaar Wolfgang Reitherman kwam samen met levensgrote Disney-figuren naar de Anneessensstraat om de zaal te openen.
De Antwerpse Kinema Aktualiteiten legden de festiviteiten op pellicule vast.
 
 
 
 
 
 
 
Enkele weken later (25 december) kregen de Antwerpenaren als kerstcadeau de vernieuwde Metro I. Ook hier was de openingsfilm ‘The fox and the hound’, terwijl in Ciné Metro II de Monty Python-film ‘Time Bandits’ in première ging.
De transformatie van het Metro-complex was zeker een geslaagde operatie. De twee zalen waren ruim (zaal I had 568 zitjes, zaal II had er 400), hadden elk een groot scherm en de geluidskwaliteit was prima.
 
 

De Streekkrant - Antwerpen (december 1981)

 

 
Nog een leuk weetje met betrekking tot de vernieuwing van de Metro houdt verband met de naamkeuze.
Toen het balkon was omgebouwd tot een aparte zaal speelde Georges Heylen met het idee de zaal te openen onder de naam Ciné Antverpia. Een lokale naam, dit naar analogie met de Rubens, de Sinjoor …
In de AUB van 20 november 1981 (één week vóór de opening) wordt de naam Antverpia ook effectief gelanceerd.
Gelukkig koos men in laatste instantie voor het beter-in-de-mond-liggende en minder chauvinistische Ciné Metro II.
 

Aankondiging opening Ciné Antverpia (Metro II) in AUB nr. 846 (20/11/1981)

 

 
Het faillissement van het Rex-concern in september 1993 betekende ook het einde van beide Metro’s.
De laatste films op het programma waren ‘Dennis the menace’ (Metro I) en ‘Sniper’ met Tom Berenger (Metro II).
De leeuw zou er nooit meer brullen.
 
 
Advertenties

Antwerpen Tativille

Belgische affiche voor de re-release van 'Playtime' (1967)

 

Dat Jacques Tati, de grote Franse komiek-regisseur (°1907 +1982), ooit te gast was in Antwerpen is nog door weinig mensen geweten.

Het was in april 1977. De Franse komische cinema zweert op dat moment bij Pierre Richard. En Louis de Funès heeft na een gedwongen rust wegens een hartaanval net zijn comeback gemaakt met ‘L’aille ou la cuisse’.

Jacques Tati is dan net geen 70 jaar en zijn laatste film dateert al van 1974: ‘Parade’, een weinig vertoonde televisiefilm over het circus.

Cover van 'Film en Televisie', april 1968, nr. 131

 

De jeugd kent Tati amper. Zijn films zijn al een tijdje uit roulatie. Na de commerciële en financiële catastrofe van ‘Playtime’ (1967) wordt er beslag gelegd op de eerste vier films van Tati (Jour de fête, Les vacances de Monsieur Hulot, Mon oncle en Playtime). Ze verdwijnen voor jaren in bankkluizen.

Het tij begint te keren wanneer Tati in 1977 eregast is op de uitreiking van de Césars (de Franse Oscars) en wanneer in datzelfde jaar ook de vier meesterwerken opnieuw worden uitgebracht in de Franse bioscopen.

Aankondiging 'Playtime' in AUB nr. 135, april 1968

 

Excelsior Films verwerft de distributierechten voor België en nodigt Tati uit voor een persbabbel in het Congreshotel op de Plantin- en Moretuslei. De journalisten kijken eerst in het visiezaaltje van de Capitole (De Keyserlei) naar ‘Les vacances de Monsieur Hulot’. Johan Anthierens is ook aanwezig en is danig onder de indruk. In zijn bekende stijl schrijft hij nadien in Knack: ‘Als je Jacques Tati in ‘Les vacances de Monsieur Hulot’ in zijn element hebt gezien, dan kots je Louis de Funes uit, word je onpasselijk van André Van Duin en saboteer je de lift die de Mounties naar hun optreden voert.’ (04/05/1977).
Na het persdiner bezoekt Tati nog het Rubenshuis om vervolgens handjes te gaan schudden met de provinciegouverneur.

AUB nr. 137 (april 1968)

 

Tussen april 1977 en februari 1981 worden de vier Tati-films met mondjesmaat in de Antwerpse centrumzalen gedropt. Na ‘Monsieur Hulot’ volgen nog ‘Mon Oncle’ (maart ’78) en Playtime (juli ’79) om dan te eindigen met ‘Jour de fête’.

Aankondiging re-release 'Monsieur Hulot' in AUB, nr. 608 (22/04/1977)

 

Tijdens zijn bezoek aan Antwerpen laat Tati weten bezig te zijn met de voorbereiding van een nieuwe film, ‘Confusion’. Tot concrete realisatie is het nooit gekomen. Tati sterft in november 1982 aan een longembolie.
Mooi dat hij de revival van zijn werk nog heeft kunnen meemaken. Die appreciatie is de jaren na zijn dood enkel nog toegenomen. Het culmineert in de mooie tentoonstelling ‘Jacques Tati deux temps, trois mouvements’ die in het najaar van 2010 ook Gent aandeed.

Aankondiging re-release 'Jour de fête' in AUB nr. 808 (27/02/1981)

 

Rex Club: ‘Parel aan de Antwerpse cinemakroon’

Belgische affiche voor 'Die Ehe der Maria Braun', openingsfilm van Rex Club

 

Op het einde van de jaren ’60 van de vorige eeuw ontstond de trend om bioscoopzalen te ontdubbelen.
De luxueuze filmpaleizen waren te groot geworden voor het slinkende publiek. Heel wat bioscoopuitbaters opteerden ervoor om hun immense cinema op te splitsen in een aantal kleinere zalen. Een vorm van uitbating die tal van voordelen bood: een groter filmaanbod onder één dak, grotere soepelheid bij het programmeren, beperkte personeelskosten …
Het kijkcomfort kreeg wel een flinke deuk: schermen op televisieformaat, weinig zitcomfort, inferieure geluidskwaliteit.
Vooral in onze hoofdstad was het verbouwen naar duplexen, triplexen of meer een ware rage in die tijd.
Merkwaardig genoeg druppelde deze verbouwwoede niet echt door naar Antwerpen.
De Nederlandse bioscoopgroep Calypso-Meerbrug toverde wel de al een tijdje leegstaande Crosly-cinema om tot een triplex (hoek Quellinstraat – De Keyserlei, opening november 1973).
In diezelfde periode opende Jos Rastelli twee Studio-zalen onder het Century-hotel (De Keyserlei, op de plaats van het vroegere Cineac-zaaltje).
Marktleider Rex liet af en toe wel een ballonetje op over mogelijke (ver)bouwplannen, maar uiteindelijk zou het tot 16 november 1979 duren vooraleer een eerste concreet resultaat zichtbaar was.

AUB, nr. 742 (16/11/1979)

 

Die dag opende de Rex Club zijn deuren. Een volledig nieuwe zaal in de kelder van grote broer Rex (De Keyserlei).
Volgens Jozef Van Liempt (filmcriticus, producer bij de BRT en vriend van Georges Heylen, °1916  +2007) werden er al op het einde van de jaren ’40 plannen gesmeed om iets te doen met de ruimte onder de Rex:
‘Op een memorabele nacht heb ik zo ‘Citizen Kane’ van Orson Welles gezien. Een sublieme film, maar te moeilijk voor een grote zaal. Heylen en ik zijn met een zaklamp naar de kelder van de Rex gegaan om te kijken of we daar geen kleinere zaal konden inrichten om ‘Citizen Kane’ te draaien. Pas dertig jaar later is het idee van de Rex Club uitgevoerd.’ (Gazet Van Antwerpen, zaterdag 13 december 1997).

AUB nr. 743 (23/11/1979)

 

De openingsfilm van Rex Club was ‘Die Ehe der Maria Braun’ van Rainer Werner Fassbinder, meteen de eerste Fassbinder die in commerciële roulatie kwam in de Rex-zalen. De film bleef uiteindelijk meer dan 20 weken op de affiche te Antwerpen.
Rex Club was een warme, stijlvolle zaal met 91 zetels. Georges Heylens liefde voor de geschiedenis van Antwerpen kwam tot uiting in een groot wandschilderij met taferelen uit de 16de eeuw.
Het was de intentie om in Rex Club de meer cinefiele film een kans te geven. Heylen had gemerkt dat een aantal jonge wolven veel succes had met cinema Monty (Montignystraat) en met de Cartoon’s (Kaasstraat) en wou absoluut ook een graantje meepikken van de arthouse-hype. De start was alvast veelbelovend. Na ‘Maria Braun’ volgden nog een reeks Duitse films (‘Moritz, lieber Moritz’ en ‘Deutschland im Herbst’), maar al snel vervaagde het cinefiele karakter. De Rex Club werd op termijn evengoed gebruikt om films die gestart waren in een grote zaal nog enkele weken te laten doorspelen.

Cinema Magazine nr. 29, december 1979, pagina 408

 

Opmerkelijk was de projectie in Rex Club. Die gebeurde niet op de klassieke manier (vanuit een projectiecabine achteraan in de zaal), maar wel via een spiegelsysteem van achter het doek. Een première voor het Europese vasteland volgens de medewerkers van Heylen.

Het procédé werd de jaren nadien ook toegepast in de andere nieuwe kelderzaaltjes van het Rex-concern. Eind 1980 kreeg ciné Ambassades (Anneessensstraat) er vier club-zaaltjes bij, eind ’82 volgde ciné Quellin (Quellinstraat) met twee extra zalen.
Al snel bleek echter dat de filmkijker het niet meer zo begrepen had op cinema’s met schermen op postzegelformaat en weinig beenruimte. In Gent startte Albert Bert in 1981 met de Decascoop (nu Kinepolis). Het bioscooplandschap zou de jaren nadien grondig veranderen …
Het faillissement van het Rex-concern in september 1993 betekende meteen ook het einde van de Rex Club. Op het programma stond toen ‘Untamed heart’, een romantische komedie met Christian Slater.

De wonderjaren van Erik Van Looy

Cover van 'Film Info' nr. 22 (december 1979)

 

Op maandag 23 januari staat Erik Van Looy centraal in ‘God en klein Pierke’, de succesvolle één-reeks van Martin Heylen.

Dat Erik Van Looy (°1962, Deurne) van jongs af aan bezeten was van film is een publiek geheim.
Op zijn veertiende was hij in Los Angeles al gids voor zijn Engels onkundige grootouders. In de BRT-filmkwis Retroscoop van Pierre Platteau liet hij volwassen cinefielen ver achter zich. Films als ‘Poseidon Adventure’  (1972, Ronald Neame) en ‘Jaws’ (1975, Steven Spielberg) lieten een verpletterende indruk achter op de jonge van Looy.

Tijdens de twee laatste jaren van zijn middelbare school aan het Antwerpse Sint-Henricus (op een steenworp van het Sint-Jansplein) was Van Looy hoofdredacteur van ‘Film Info’, een veertiendaags ‘gespecialiseerd schoolfilmtijdschrift’, waarvan er uiteindelijk 28 nummers verschenen.
Eerst nog amateuristisch gestencild door ene Broeder Theofiel, later wat professioneler gefotocopieerd met foto’s en clichés.
Ieder nummer begon met een kort kritisch overzicht van alle films die op dat moment in de Antwerpse zalen liepen. Verderop in het blad was er ruimte voor meer uitgebreide besprekingen en interviews.
Uit elke bladzijde knalt Erik’s bezetenheid voor alles wat met cinema en film te maken heeft. Niet altijd even vlot geschreven, maar de passie en gedrevenheid maken veel goed.

Bespreking van 'Dawn of the dead' (George A. Romero) in 'Film Info' nr. 24 (januari 1980)

 

In het laatste nummer van ‘Film Info’ (mei/juni 1980) schrijft Van Looy: ‘Film Info was voor mij een voorbereiding op wat komen gaat.’ Profetischer kon hij het echt niet verwoorden.

Een ander mooi voorbeeld van de filmpassie van de jonge Antwerpenaar vonden we bij het doorbladeren van oude nummers van ‘Film en Televisie’, het katholiek geïnspireerde tijdschrift dat nu onder de naam ‘Filmmagie’ in de winkel ligt.
Jaarlijks doet het blad een oproep bij haar lezers naar hun favoriete films van het voorbije jaar.
En ja hoor, in het nummer van april 1977 lezen we ook de commentaar van de jonge ‘onverlaat’ Erik Van Looy. Hij beklaagt zich omdat hij als 14-jarige door het knt-label (‘kinderen niet toegelaten’) heel wat films heeft moeten missen.

'Film en Televisie' van april 1977

 

Als uitsmijter geven wij hier nog even de Top 10 van de ‘Film en Televisie’-lezer voor 1976.

1. One flew over the cuckoo’s nest
2. Barry Lyndon
3. Taxi driver
4. Dog day afternoon
5. Nashville
6. All the president’s men
7. Three days of the condor + Novecento
9. Cadaveri eccellenti
10. Family plot

Voorwaar een lijstje om duimen en vingers bij af te likken.

Programmablad Calypso-zalen Antwerpen (1 oktober 1976)

Now pay attention: 007 in Cinema Zuid

Publiciteit voor de Antwerpse première van 'Goldfinger' (Weekblad Cinema, 1 mei 1965)

 

In 2012 herdenken we dat het 50 jaar geleden is dat de opnamen begonnen voor de eerste James Bond-film én dat de première plaatsvond van diezelfde film.
In januari 1962 draaide Terence Young op Jamaïca de eerste scènes van ‘Dr. No’, 10 maanden later zag het publiek in het Londense Pavilion Theatre voor het eerst Sean Connery in de rol van 007.

Sean Connery in 'Goldfinger' op de cover van het maandblad 'Film en Televisie' (nummer 94, maart 1965)

 

In januari en februari zal Cinema Zuid (Lakenstraat 14, Antwerpen, www.cinemazuid.be) dit gouden jubileum de nodige luister bijzetten door een vertoning van alle Bond-films met Sean Connery.
‘Wij blikken met plezier terug op het fenomeen, dat wij toch vooral met de jaren 60 associëren en Sean Connery, intussen 80, blijft voor ons de definitieve Bond’, lezen we in het programmaboekje van Cinema Zuid.

Cliché voor 'Thunderball' (Terence Young, 1965)

 

De James Bond-films konden in Antwerpen steeds op een overrompelende belangstelling rekenen. Niet alleen bij de eerste release, maar later ook bij de hernemingen. Het was tot midden jaren ’80 (definitieve doorbraak van de home video) een zomerse traditie om de avonturen van de Britse geheim agent opnieuw in de zalen te droppen. Ciné Astra in de Carnotstraat bleek daarvoor de uitgelezen plek. Het was een zaal waar je in de jaren ’70 steevast terecht kon voor allerlei reprises. Spijtig genoeg was het ook één van de eerste zalen die Heylen sloot toen de zaken minder goed gingen.

Publiciteit voor de Antwerpse première van 'Diamonds are forever' in 'Weekblad Cinema' (6 mei 1972)

 

De hernemingen in Cinema Zuid zijn een uitgelezen kans om die eerste James Bonds nog eens op het grote scherm te zien.
Eind dit jaar mogen we de 23ste film met de held uit de boeken van Ian Fleming in onze bioscopen verwachten. Dan zien we Daniel Craig voor de derde keer als de geheim agent met de dubbel-nul-classificatie in ‘Skyfall’.

AUB, nummer 953, 09/12/1983

 

Als toemaatje vind je hieronder nog een clip van de Antwerpse Kinema Aktualiteiten over de première van ‘On her majesty’s secret service’ in cinema Pathé (De Keyserlei). Weliswaar niet met Sean Connery, maar het is te mooi om het hier niet op te nemen.

 

Roger Moore in Antwerpen voor première ‘Gold’ (1974)

AUB, september 1974, speciale uitgave n.a.v. bezoek Roger Moore aan Antwerpen

 

De lijst met filmcelebrities die tijdens de hoogdagen van de Antwerpse cinema’s een bezoek brachten aan de Scheldestad is lang en indrukwekkend. Sophia Loren, Claudia Cardinale, Nastassja Kinski, Charlton Heston, Peter Ustinov, Yves Montand, Sergio Leone, Milos Forman … Allemaal waren ze ooit de gast van cinematycoon Georges Heylen.

Op 6 september 1974 was Roger Moore in Antwerpen voor de continentale première van ‘Gold’, een Engelse avonturenfilm die zich afspeelt in en rond de Zuidafrikaanse goudmijnen.

Ontvangst door provinciegouverneur Antwerpen Andries Kinsbergen

 

Moore was op dat moment al een wereldvedette. bekend bij het grote publiek van de tv-series ‘Ivanhoe’, ‘The Saint’ en ‘The Persuaders’ (‘De Speelvogels’ in het Vlaams). Filmliefhebbers kenden Roger Moore van ‘Live and let die’, de James Bond-film waarin hij voor het eerst te zien was als als de geheim agent met een licence to kill.

In de zomer van 1974 waren in Hong Kong en Bangkok de opnamen begonnen van ‘The man with the golden gun’ en het was dan ook een opvallend scherpe en afgetrainde Roger Moore die begin september werd ontvangen door provinciegouverneur Andries Kinsbergen.

Lunch in restaurant Sir Anthony Van Dijck

 

Moore was niet alleen naar Antwerpen gekomen. Ook zijn ravissante (toenmalige) echtgenote Luisa Mattioli was van de partij, net als regisseur Peter Hunt (bekend van ‘On het majesty’s secret service’, 1969) en Gold-producer Michael Klinger.

Het bezoek van het filmteam verliep volgens een strak patroon, een patroon dat quasi-standaard was voor de ontvangst van alle filmpersonaliteiten die te gast waren bij het Rex-concern en Excelsior Films: ontvangst op de luchthaven van Deurne, ontmoeting met de provinciegouverneur, etentje in het beroemde restaurant Sir Anthony Van Dijck, persconferentie en ’s avonds de grote publiekspremière.

Aankomst aan ciné Rex voor de première van 'Gold'

 

Voor de première van ‘Gold’ werden twee van Antwerpens grootste bioscopen ingeschakeld: ciné Rex (‘Antwerpens Prachtkinema’ op de De Keyserlei, 1120 plaatsen) en ciné Metro in de Anneessensstraat (1650 plaatsen). Beide zalen waren tot de nok gevuld en ook in alle straten van de stationsbuurt was het koppen lopen.

Roger Moore met Gold-producent Michael Klinger in ciné Rex

 

Om één en ander nog wat extra luister bij te zetten waren er optredens van een doedelzakgroep en een majorettenkorps.

Kortom, een zomerse avond in ware Hollywood-stijl.
De foto’s van toen nemen ons mee naar een tijd die jammer genoeg tot het verleden behoort. Internationale filmvedetten spotten op de De Keyserlei is sinds begin jaren ’90 niet meer mogelijk …

Roger Moore feliciteert de Red Hackle Pipe Band

 

André Van Duin in de Antwerpse cinema’s

Van 5 tot en met 15 januari is André Van Duin te gast in de Antwerpse Stadschouwburg.
Een passend moment om even terug te blikken op de filmcarrière van één van de grote komieken uit Nederland.
In de jaren ’70 groeide Van Duin uit tot een fenomeen in Nederland en Vlaanderen. Dit was voor een groot deel te danken aan zijn theaterrevues die via de TROS op televisie werden uitgezonden. Samen met zijn vaste aangevers Corry Van Gorp en Frans Van Dusschoten zorgde hij voor vermaak voor jong en oud. Door zijn perfect gevoel voor timing en zijn onnavolgbare mimiek slaagde Van Duin erin om van eenvoudige sketches ware klassiekers te maken.

 

Een deel van de sketches uit de jaren ’70 werden gegroepeerd in de compilatiefilm ‘André Van Duin’s Pretfilm’ (1976). Te Antwerpen was deze film te zien in de Calypso-bioscopen (hoek Quellinstraat – De Keyserlei).

Aankondiging voor 'André Van Duin's Pretfilm' in de Antwerpse Calypso

 

In 1981 waagde Van Duin zich aan zijn eerste echte langspeelfilm. ‘Ik ben Joep Meloen’ werd te Antwerpen gelanceerd in de carnavalsperiode van 1982 en bleef uiteindelijk 10 weken op de affiche, waarvan 8 weken in ciné Sinjoor (De Keyserlei, zaal met 1170 plaatsen).

AUB, nr. 857, 5 februari 1982

 

Eind 1982 deed André Van Duin dit succes nog eens over met ‘De Boezemvriend’. Opvallende verschijning in deze prent was de rondborstige zangeres Vanessa. De film liep zes weken in ciné Rex (De Keyserlei) en twee weken in ciné Vendôme (Anneessensstraat).

AUB, nr. 901, 10 december 1982

 

Daarna verdween Van Duin wat uit de belangstelling in Antwerpen. De tv-shows van de komiek waren enkel nog te zien op de commerciële zender RTL4 en door de komst van VTM was er ook minder aandacht voor variété uit Nederland.
Dat Vlaanderen hem anno 2012 nog niet vergeten is, bewijst de belangstelling voor zijn optredens in de Antwerpse Stadsschouwburg.